<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2016:5122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T21:02:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/800542-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2016-0149</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:5122">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:5122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-22T16:21:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2016:5122 Rechtbank Noord-Holland , 21-06-2016 / 15/800542-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2016:5122:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak poging tot moord, veroordeling poging tot doodslag</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2016:5122:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Alkmaar</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/800542-15 (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 21 juni 2016</para>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van </para>
      <para>7 juni 2016 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),</para>
      <para>thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zwaag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie</para>
      <para>mr. A.M.H.G. Peters en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. T.G.M. Houben, advocaat te Koog aan de Zaan, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 27 november 2015 te Zaandam, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk (en met voorbedachten rade) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen met een vuurwapen in/op/tegen het gezicht/hoofd en/of in de borstkas en/of in de buikstreek en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Inleiding</title>
    <para>Op 27 november 2015 krijgt de politie-eenheid Noord-Holland de melding dat er in [locatie] te Zaandam een schietincident heeft plaatsgevonden. Ter plaatse zien zij het slachtoffer liggen in een grote plas bloed. Het slachtoffer is buiten bewustzijn en wordt door ambulancepersoneel vervoerd naar VU medisch centrum, alwaar hij met spoed geopereerd wordt. In het ziekenhuis blijkt dat het slachtoffer meerdere schotwonden heeft: hij is geraakt in zijn gezicht, nek, borst, buik en hand. Verdachte heeft zich na het incident gemeld bij de politie en verklaard dat hij op het slachtoffer heeft geschoten. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot moord, poging tot doodslag of poging tot zware mishandeling. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er, ondanks aanwijzingen voor voorbedachte raad, onvoldoende objectieve ondersteuningspunten in het dossier naar voren komen om voorbedachte raad bewezen te achten. De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, in dier voege dat verdachte dient te worden vrijgesproken van poging tot moord en dient te worden veroordeeld voor poging tot doodslag. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat geen sprake is van voorbedachte raad, nu verdachte als gevolg van een gemoedsopwelling heeft gehandeld. Ten aanzien van de ten laste gelegde poging tot doodslag heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Partiële vrijspraak</emphasis>
          </para>
          <para>Hoewel het dossier wel diverse aanwijzingen bevat dat sprake is geweest van een planmatige aanpak door verdachte en de verklaring van verdachte bovendien op verschillende punten vragen opwerpt, is de rechtbank met de officier van justitie en de raadsman van verdachte van oordeel dat op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van het bestanddeel voorbedachte raad te kunnen komen. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van poging tot moord. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Redengevende feiten en omstandigheden</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_a23150c6-63cb-4566-bdd9-f71dddac8045" />
          </para>
          <para>De rechtbank komt echter wel tot een bewezenverklaring van poging tot doodslag op grond van het volgende.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 27 november 2015 vond in Zaandam een Turkse bruiloft plaats in [locatie] . Verdachte en het [slachtoffer] , waren op de bruiloft aanwezig en zaten aan dezelfde langwerpige tafel. Het slachtoffer zat schuin tegenover verdachte, toen verdachte plotseling opstond en een pistool uit zijn broeksband haalde.<footnote-ref linkend="_9861bc37-c06b-42ab-bdaa-30ec69b6b35c" /> [getuige 1] die naast het slachtoffer aan tafel zat, zag dat verdachte staand helemaal over de tafel heen boog, met uitgestrekte arm het pistool op het slachtoffer richtte en de trekker overhaalde.<footnote-ref linkend="_fca9d566-67f8-4bfb-afbc-e2b5259ce7f6" /> [getuige 2] , die ook aan dezelfde tafel zat, zag ook dat verdachte voorovergebogen over de tafel heen stond op het moment dat hij een schot loste.<footnote-ref linkend="_598741c0-04b5-4672-9eb6-3215916b9c43" /> [getuige 3] , die recht tegenover verdachte aan tafel zat, zag dat verdachte eerst op het gezicht van het slachtoffer richtte en vervolgens over de tafel lager op het lichaam van het slachtoffer.<footnote-ref linkend="_7ec1aa11-f357-4fb4-a47c-985a59030f03" /> Het slachtoffer is vervolgens naar het ziekenhuis vervoerd alwaar bleek dat het slachtoffer meerdere schotwonden had. Eén in zijn gezicht, één in zijn nek, twee in zijn borstkas<footnote-ref linkend="_8132fb49-298a-465c-95e8-faaa19b67800" /> en een bij zijn darmen.<footnote-ref linkend="_49b461f7-addc-4f5c-9d5f-4a6f53d9a9e6" /> Tevens had het slachtoffer een kogelgat in zijn hand.<footnote-ref linkend="_421f77eb-59c3-4747-b4d2-1ce8571201ab" /> Het slachtoffer werd met spoed geopereerd om een bloeding aan zijn long te verhelpen, welk letsel levensbedreigend was.<footnote-ref linkend="_4aad4fe4-3764-45d6-bf9b-1e9b7a3eeca9" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het slachtoffer heeft in zijn aangifte verklaard dat hij op de bruiloft was en met meerdere mannen, waaronder verdachte, aan tafel thee zat te drinken toen hij werd beschoten. Hij heeft niet gezien wie hem heeft beschoten en kan zich niets herinneren van het incident.<footnote-ref linkend="_677bccde-4eae-4749-a3b2-5faae1b5f5bc" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft verklaard dat hij boos was op het slachtoffer, omdat hij 15 tot 16 jaar geleden vreemd zou zijn gegaan met zijn vrouw. Op de bruiloft zat het slachtoffer schuin tegenover hem aan tafel en glimlachte op een gegeven moment naar hem. Verdachte had het gevoel dat het slachtoffer hem uitlachte. Door deze lach knapte er iets en is verdachte opgestaan en heeft op een afstand van ongeveer twee meter meerdere keren op het slachtoffer geschoten.<footnote-ref linkend="_57250d8f-1899-4d55-adfa-5745698ccd6f" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Door de politie is forensisch onderzoek naar sporen verricht in [locatie] . In de zaal waar het schietincident had plaatsgevonden zijn in totaal vijf hulzen aangetroffen.<footnote-ref linkend="_dd1f3671-fb38-4599-a4dc-c9fb75ce64f8" /> In een vuilnisbak die naast de toegangsdeur van de locatie stond werd een vuurwapen aangetroffen, verscholen onder diverse goederen.<footnote-ref linkend="_308845ef-f2e6-4385-9a0d-b1ae170eb652" /> Door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) zijn het wapen en de hulzen onderzocht. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de bevindingen van het vergelijkend hulsonderzoek extreem veel waarschijnlijker (&gt; 1.000.000) zijn wanneer de hulzen met het onderzochte pistool zijn verschoten dan wanneer de hulzen zijn verschoten met – kort gezegd – een ander soortgelijk vuurwapen. Tevens heeft het NFI gesteld dat met dit vuurwapen en deze munitie, bij een schootafstand van vijf meter of minder, de indringdiepte van kogels, boven de 100 mm in de huid/weefselsimulant ligt. Hierdoor kan gesteld worden dat een dergelijk schot in staat is om dodelijk letsel toe te brengen.<footnote-ref linkend="_cea21606-9072-418a-a3d7-e8581bab445c" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bewijsoverweging</emphasis>
          </para>
          <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij enkel heeft gericht op de arm van het slachtoffer en niet de bedoeling had hem te doden. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte niet geloofwaardig. Verdachte heeft het slachtoffer op zeer korte afstand, hij zat schuin tegenover het slachtoffer aan tafel en stond op het moment van schieten voorovergebogen over die tafel, tot vijfmaal toe beschoten, waarbij een getuige, die recht tegenover verdachte aan tafel zat, heeft gezien dat hij eerst op het hoofd van slachtoffer heeft gericht en vervolgens op het lichaam. Deze getuigenverklaring wordt bevestigd door het geconstateerde letsel bij het slachtoffer, hij is immers eenmaal in het gezicht geraakt en viermaal in/op zijn lichaam. De rechtbank neemt daarbij tevens in aanmerking dat het slachtoffer in vitale delen van zijn lichaam is geraakt, hetgeen levensbedreigend is geweest. De rechtbank is gelet op deze gang van zaken van oordeel dat verdachte opzettelijk heeft geprobeerd het slachtoffer van het leven te beroven en acht poging tot doodslag dan ook wettig en overtuigd bewezen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 27 november 2015 te Zaandam, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,  meermalen met een vuurwapen in het gezicht en in de borstkas en in de buikstreek en elders op het lichaam van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Poging tot doodslag </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de sanctie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft het advies van de psycholoog om verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen overgenomen. Tevens heeft de officier van justitie meegewogen dat verdachte een first offender is. Ten nadele heeft de officier van justitie meegewogen dat het slachtoffer zowel psychisch als fysiek voor het leven getekend is en verdachte door zijn handelen niet alleen schrik heeft aangejaagd bij de aanwezige bruiloftsgasten, maar ook een schok heeft veroorzaakt in de maatschappij. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman van verdachte heeft verzocht de op te leggen straf sterk te matigen. De raadsman heeft hiertoe gewezen op de gevorderde leeftijd van verdachte, zijn gezondheidstoestand, de verminderde toerekeningsvatbaarheid en het feit dat detentie verdachte zwaar valt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.</para>
        <para>Verdachte heeft op een bruiloftsfeest op 27 november 2015 een familielid neergeschoten, waardoor deze levensbedreigend gewond is geraakt. Dat het slachtoffer hierbij niet om het leven is gekomen is een omstandigheid die geenszins aan verdachte is te danken. Door te handelen zoals hierboven omschreven, heeft verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat de gebeurtenis grote impact heeft gehad op het slachtoffer. Niet alleen ondervindt hij fysiek gezien nog dagelijks de gevolgen van de schietpartij, ook de vraag waarom verdachte hem heeft neergeschoten blijft hem achtervolgen. Dit alles rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Verder rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij het feit heeft gepleegd op een bruiloft waar zich naast het slachtoffer nog heel veel andere gasten, waaronder kinderen, bevonden die ook door een kogel getroffen hadden kunnen worden en die zijn geconfronteerd met het schietincident. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 11 februari 2016, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts is over de persoon van verdachte een Pro Justitia rapport uitgebracht, gedateerd 11 februari 2016, opgemaakt door de psycholoog A. Witvliet. Dit rapport houdt onder meer het volgende in:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, in de vorm van een licht verstandelijke beperking (LVB). De LVB kenmerkt zich door beperkingen in het vermogen om situaties te begrijpen, te overzien en te doorgronden. Ook de mogelijkheden zich aan een veranderende omgeving aan te passen en stress te reguleren zijn beperkt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien het ten laste gelegde feit bewezen wordt geacht, is de licht verstandelijke beperking (LVE) van invloed geweest op het ten laste gelegde feit, indien bewezen geacht. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uw college wordt in overweging gegeven betrokkene te beschouwen als licht verminderd toerekeningsvatbaar voor het hem ten laste gelegde feit (bekeken vanuit een 5 puntsschaal).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen en zij neemt die over.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport gedateerd 29 februari 2016, waarin wordt geadviseerd aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Daarbij heeft de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, in het bijzonder zijn gevorderde leeftijd en zijn medische toestand aanleiding gevonden de op te leggen straf enigszins te matigen ten opzichte van de door de officier van justitie gevorderde straf. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel</title>
    <para>
      [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 34.301,76  ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. Ter terechtzitting heeft de raadsman van de benadeelde partij de vordering nader toegelicht en gematigd door het verzochte bedrag van € 350,-, betreffende een verdwenen iPhone 5S, in te trekken. De gestelde schade bestaat thans uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Transportkosten</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eigen bijdrage zorgverzekering</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Kosten medische rapportage</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Kleding</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Jas</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Schoenen orthopedisch</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Inlegzolen orthopedisch</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Juridische bijstand</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Immateriële schade</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 2.436,76 rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit en de vordering betreffende de materiële schade tot dat bedrag toewijsbaar is. </para>
      <para>Met betrekking tot het overige deel van de gevorderde materiële schade overweegt de rechtbank als volgt. Het wachtgeld voor de taxi komt niet voor vergoeding in aanmerking, gelet op de schadebeperkingsplicht van het slachtoffer. Met betrekking tot de jas, de schoenen en de inlegzolen heeft de raadsman van de benadeelde partij ter terechtzitting toegelicht dat de jas van benadeelde bij het partycentrum is achtergebleven en niet meer is gevonden. De schoenen en inlegzolen zijn in het ziekenhuis kwijt geraakt. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten niet voor toewijzing vatbaar zijn nu onvoldoende is komen vast te staan dat de schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 15.000,- billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst alsnog bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: poging tot doodslag] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <parablock>
      <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
      <para>artikel 36f, 45, 287 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4 weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">4 (vier) jaar</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer] </emphasis>geleden schade tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 17.436,76</emphasis>, bestaande uit € 2.436,76 voor de materiële en <?linebreak?>€ 15.000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.</para>
      <para>Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.</para>
      <para>Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 17.436,76, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">122 dagen</emphasis> hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. R. van der Heijden, voorzitter,</para>
      <para>mr. A.S. van Leeuwen en mr. E.M. ten Bos, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. N. de Roo,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a23150c6-63cb-4566-bdd9-f71dddac8045" label="1">
    <para> De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9861bc37-c06b-42ab-bdaa-30ec69b6b35c" label="2">
    <para> De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 7 juni 2016. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fca9d566-67f8-4bfb-afbc-e2b5259ce7f6" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 27 november 2015, p. 123. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_598741c0-04b5-4672-9eb6-3215916b9c43" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 27 november 2015, p. 126.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ec1aa11-f357-4fb4-a47c-985a59030f03" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 28 november 2015, p. 139.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8132fb49-298a-465c-95e8-faaa19b67800" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 november 2015, p. 43.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_49b461f7-addc-4f5c-9d5f-4a6f53d9a9e6" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 november 2015, p. 77.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_421f77eb-59c3-4747-b4d2-1ce8571201ab" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] d.d. 27 januari 2016, p. 27.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_4aad4fe4-3764-45d6-bf9b-1e9b7a3eeca9" label="9">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 november 2015, p. 43. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_677bccde-4eae-4749-a3b2-5faae1b5f5bc" label="10">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] d.d. 27 januari 2016, p. 31 en 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_57250d8f-1899-4d55-adfa-5745698ccd6f" label="11">
    <para> De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 7 juni 2016.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dd1f3671-fb38-4599-a4dc-c9fb75ce64f8" label="12">
    <para> Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 10 maart 2016, opgemaakt door [verbalisanten] met proces-verbaalnummer PL1100-20152283907-61 (los opgenomen blad 1-3).  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_308845ef-f2e6-4385-9a0d-b1ae170eb652" label="13">
    <para> Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 29 november 2015, p. 108. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cea21606-9072-418a-a3d7-e8581bab445c" label="14">
    <para> Een schriftelijk bescheid, te weten het Rapport Ballistisch- en Wapen- en munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident in Zaandam op 27 november 2015 d.d. 22 februari 2016, opgesteld door E.J.A.T. Mattijsen, met zaaknummer 2016.01.20.102 (los opgenomen). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>