<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2016:5002</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-17T13:51:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/872290-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:5002">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:5002</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-17T13:51:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2016:5002 Rechtbank Noord-Holland , 14-06-2016 / 15/872290-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2016:5002:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Meervoudige raadkamer; bezwaarschrift tegen afwijzende beslissing van de rechter-commissaris.</para>
      <para />
      <para>Het bezwaarschrift richt zich tegen de beslissing van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, d.d. 14 april 2016, houdende de weigering tot het horen van [getuige] als getuige. Het verzoek daartoe is namens verdachte ingediend bij de rechter-commissaris op 24 maart 2016, waarna de officier van justitie bij e-mail van 4 april 2016 heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.</para>
      <para />
      <para>De rechtbank is op grond van de stukken en het verhandelde in raadkamer met de officier van justitie van oordeel, dat op grond van de namens verdachte naar voren gebrachte onderbouwing niet, althans onvoldoende, aannemelijk is geworden dat het gevraagde getuigenverhoor kan bijdragen aan enige in de zaak te nemen beslissing. De rechtbank merkt daarbij op dat het verdachte vrij staat om zelf te verklaren over de vraag waar haar opzet op was gericht en wat er besproken is in de woning. Het bezwaarschrift zal dan ook ongegrond worden verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2016:5002:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para>Locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige raadkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadkamernummer: 16/002591</para>
      <para>Parketnummer: 15/872290-14</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis> (182 Sv.)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van de procedure</title>
    <para>Op 28 april 2016 is op de strafgriffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, ingekomen een bezwaarschrift, gedateerd 28 april 2016, van mr. T.E. Korff, gemachtigde van verdachte: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>domicilie kiezende te (1095 AD) Amsterdam, Zeeburgerdijk 287, ten kantore van mr. Korff, voornoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift richt zich tegen de beslissing van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, d.d. 14 april 2016, houdende de weigering tot het horen van [getuige] als getuige. Het verzoek daartoe is namens verdachte ingediend bij de rechter-commissaris op 24 maart 2016, waarna de officier van justitie bij e-mail van 4 april 2016 heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 31 mei 2016 is voormeld bezwaarschrift in raadkamer behandeld.</para>
      <para>Verdachte is niet in persoon verschenen. Wel aanwezig was mr. Korff, voornoemd, die verklaarde bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn. Tevens was aanwezig de officier van justitie </para>
      <para>mr. M.C. Storm. Beiden zijn gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van dit onderzoek in raadkamer is proces-verbaal opgemaakt, waarvan de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft, naast het bezwaarschrift, kennis genomen van de inhoud van het dossier in de zaak met bovenvermeld parketnummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling </title>
    <para>De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het bezwaar. Het bezwaarschrift is tijdig en op de juiste wijze ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door en namens verdachte is naar voren gebracht, zakelijk weergegeven, dat:</para>
      <para> [getuige] kan verklaren over hetgeen in de woning met klaagster is besproken over het vervoeren en koerieren, welke indruk klaagster op hem heeft gemaakt en over zijn wetenschap ten aanzien van het vermeende witwassen van het geld door klaagster. Van belang is het antwoord op de vraag of klaagster opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van het geld.</para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld, zakelijk weergegeven, dat het bezwaarschrift ongegrond dient te worden verklaard, nu uit taps blijkt dat verdachte wist of kon weten dat het geld dat zij voorhanden had van misdrijf afkomstig was. Het geld zat toen al in de koffer, dit staat vast. Of verdachte daarna nog andere plannen had of zich wilde laten beroven, doet niet af aan het feit dat haar wordt verweten. De punten waarover de verzochte getuige kan verklaren, zijn in redelijkheid niet van belang voor enige in de strafzaak te nemen beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is op grond van de stukken en het verhandelde in raadkamer met de officier van justitie van oordeel, dat op grond van de namens verdachte naar voren gebrachte onderbouwing niet, althans onvoldoende, aannemelijk is geworden dat het gevraagde getuigenverhoor kan bijdragen aan enige in de zaak te nemen beslissing. De rechtbank merkt daarbij op dat het verdachte vrij staat om zelf te verklaren over de vraag waar haar opzet op was gericht en wat er besproken is in de woning. Het bezwaarschrift zal dan ook ongegrond worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing </title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bezwaarschrift ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum </title>
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 14 juni 2016 door:</para>
      <para>mr. N.E. Kwak, voorzitter, </para>
      <para>mrs. R.A. Otter en I.S. Burggraaff, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van J.A. Huismans, griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>