<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2016:4426</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-26T08:35:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4504529 WM VERZ 15-1387</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:4426">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:4426</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-26T08:34:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2016:4426 Rechtbank Noord-Holland , 19-01-2016 / 4504529 WM VERZ 15-1387</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2016:4426:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WAHV/Wet Mulder. De meting van de constructiesnelheid van de bromfiets is ondeugdelijk, omdat niet blijkt of en zo ja, op welke wijze de motor van de bromfiets is gekoeld en evenmin of de bromfiets overeenkomstig de handleiding al dan niet is belast. Dit is volgens  artikel 29 van Bijlage VIII bij hoofdstuk 5 van de Regeling Voertuigen wel vereist.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2016:4426:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>RECHTBANK NOORD-HOLLAND<?linebreak?></title>
    <parablock>
      <para>Afdeling Privaatrecht</para>
      <para>Sectie Kanton – locatie Zaanstad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 4504529 \ WM VERZ  15-1387</para>
      <para>CJIB-nummer: [nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de op 19 januari 2016 in het openbaar gehouden terechtzitting voor de behandeling van beroepzaken in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
      <para>naam 		[naam]</para>
      <para>adres 		[adres]</para>
      <para>woonplaats	[woonplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aanwezig: kantonrechter mr. P.J.  Jansen en de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting is verschenen: de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie. </para>
      <para>Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedraging waarvoor de sanctie is opgelegd luidt – kort omschreven – als volgt: </para>
      <para>als bestuurder met een bromfiets rijden terwijl de bromfiets de maximum constructiesnelheid overschrijdt met 10 km/h.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift – dat zich bij de stukken bevindt – de gronden daarvoor aangevoerd. De vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie heeft het standpunt van de officier van justitie verwoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter beëindigt de behandeling van de zaak en geeft aan direct uitspraak te doen. De kantonrechter deelt de beslissing en de motivering daarvan mee. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedraging is vastgesteld door een meting van de constructiesnelheid van de bromfiets (snorfiets) met een bromfietsrollentestbank. Betrokkene heeft aangevoerd dat die meting niet goed is gedaan, omdat er geen agent op de bromfiets zat tijdens de meting en de koeling niet in orde was. De kantonrechter volgt betrokkene daarin. Volgens artikel 28 van Bijlage VIII bij hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen moet de maximumconstructiesnelheid van bromfietsen worden gemeten met behulp van een bromfietsrollentestbank, waarbij de in artikel 29 bedoelde meetcondities in acht moeten worden genomen. Uit artikel 29 van Bijlage VIII bij hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen blijkt dat bij het gebruik van de bromfietsrollentestbank om de maximumconstructiesnelheid te meten de motor van de bromfiets voldoende moet worden gekoeld en dat de meting moet worden uitgevoerd conform de handleiding bij de betreffende testbank, welke handleiding in ieder geval vermeldt of de bromfiets bij gebruik van de testbank moet worden belast en zo ja, met hoeveel kilogram. Uit de zaakgegevens en het daarin opgenomen proces-verbaal blijkt niet dat de bij de meting van de constructiesnelheid in dit geval is voldaan aan genoemde eisen. Met name blijkt niet of en zo ja, op welke wijze de motor van de bromfiets is gekoeld en evenmin of de bromfiets overeenkomstig de handleiding al dan niet is belast. Ook nadat betrokkene hierop in beroep bij de officier van justitie en de kantonrechter heeft gewezen, is door de officier van justitie – aan de hand van bijvoorbeeld een nader proces-verbaal – niet nader toegelicht dat aan genoemde eisen is voldaan. Daarvan uitgaande, moet de kantonrechter als vaststaand aannemen dat niet aan die eisen is voldaan en dat de meting van de constructiesnelheid dus ondeugdelijk is geweest. Daaruit volgt ook dat de gedraging niet is komen vast te staan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de gedraging niet vaststaat, is de sanctie ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond en de beslissing van officier van justitie zal worden vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para> vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de </para>
    </parablock>
    <para>administratieve sanctie is opgelegd;</para>
    <para> bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan deze terugbetaalt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat ingevolge artikel 14 WAHV  hoger beroep open binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de Sectie Kanton van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad, Postbus 1165, 1500 AD Zaandam. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum toezending: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>