<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2016:11569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-06T14:07:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/242472 / KG RK 16-346</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_intellectueeleigendomsrecht">Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=1019i&amp;g=2007-05-01">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019i</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:11569">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:11569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-06T14:00:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2016:11569 Rechtbank Noord-Holland , 29-04-2016 / C/15/242472 / KG RK 16-346</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2016:11569:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek verlenging TRIPs-termijn (1019i Rv) na horen partijen gehonoreerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2016:11569:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4559ddb3-3df8-4316-b617-d6d4b27d590c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3711d47b-8455-4cab-9557-af48aeedad9c" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Sectie Handel &amp; Insolventie</para>
      <para>Locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/242472 / KG RK 16-346</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de voorzieningenrechter van 29 april 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar het recht van de staat Texas, Verenigde Staten van Amerika</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIO WORLD MERCHANDISING INC.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Texas (VS),</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. J.A. Schaap, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SUNSET HOLDING B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Uitgeest,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIOWORLD EUROPE B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Uitgeest,</para>
      <para>belanghebbenden,</para>
      <para>advocaten mr. P.A. Josephus Jitta en mr.  L.E. Capelle.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>De beoordeling</title>
    <para>Op 26 april 2016 is bij de griffie van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift van verzoekster, strekkende tot het verkrijgen van een verlenging van de TRIPs-termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak, welke termijn in het vonnis van de voorzieningenrechter van 26 oktober 2015 was bepaald op zes maanden na betekening van dat vonnis.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster wijst erop dat zij het vonnis van 26 oktober 2015 op 2 november 2015 aan de belanghebbenden heeft doen betekenen en dat de in het vonnis bepaalde TRIPs-termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak derhalve eindigt op 2 mei 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster verklaart dat zij spoedappel heeft ingesteld tegen het vonnis van de voorzieningenrechter en dat het gerechtshof inmiddels op 26 april 2016 arrest heeft gewezen. In dat arrest is het vonnis van de voorzieningenrechter zoals gewezen in conventie bekrachtigd en is de veroordeling in reconventie vernietigd en zijn de vorderingen die de belanghebbenden hadden ingesteld alsnog geheel afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster stelt dat door de beslissingen van het hof de verhoudingen tussen partijen drastisch zijn gewijzigd en dat deze beslissingen wellicht aanleiding geven voor partijen om alsnog tot een minnelijke regeling te komen, zodat zij om die reden belang  heeft bij verlenging van de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster wijst er op dat in de Beslagsyllabus weliswaar is opgenomen dat er geen wettelijke regeling is die het mogelijk maakt de termijn van 1019i Rv door de rechter te laten verlengen, maar zij heeft benadrukt dat er ook geen wettelijke regeling is die zich tegen verlenging verzet. Zij verzoekt de TRIPs-termijn uit het vonnis te verlengen voor de duur van 2 maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de aard van het verzoek heeft de voorzieningenrechter belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun standpunt over het verzoek kenbaar te maken </para>
      <para>In een faxbericht van 28 april 2016 hebben de advocaten van belanghebbenden meegedeeld dat zij uit praktische overweging en met het oog op mogelijke onderhandelingen ten aanzien van een minnelijke regeling het verzoek steunen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu beide partijen het er over eens zijn zal het verzoek worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv met een periode van 2 maanden vanaf het moment dat de termijn als bepaald in het vonnis van 26 oktober 2015 zal zijn verstreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Schenkeveld en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2016.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>