<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2015:7013</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T18:20:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-08-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/820407-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlemmermeer</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2015:7013">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2015:7013</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-18T13:56:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2015:7013 Rechtbank Noord-Holland , 14-08-2015 / 15/820407-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2015:7013:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Promis; invoer verdovende middelen (cocaïne) te Schiphol.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2015:7013:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Haarlemmermeer</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/820407-15 (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 14 augustus 2015</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 31 juli 2015 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Suriname),</para>
      <para>ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres </para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag te Zwaag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,</para>
      <para>mr. M.M. Vollebregt, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.L. Winters, advocaat te Velserbroek, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 april 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een </para>
      <para>(ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Redengevende feiten en omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding d.d. 26 april 2015 (dossierpagina’s 1-4);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 27 april 2015 (dossierpagina’s 35-39);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium d.d. 30 april 2015 met Laboratoriumnummer 3863 X 15 (los opgenomen).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 26 april 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van het feit</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Motivering van de sanctie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negenentwintig (29) maanden met aftrek van voorarrest, waarvan veertien (14) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie (3) jaren en onder de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het reclasseringsadvies d.d. 25 juni 2015.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdachte/de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht een groter deel van de gevangenisstraf die door de officier van justitie is gevorderd in voorwaardelijke vorm op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.</para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van ongeveer 2,83 kilogram cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 28 april 2015, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder ter zake van Opiumwetdelicten onherroepelijk tot vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport, gedateerd 25 juni 2015, van mevrouw D. van Reeuwijk, als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, Adviesunit 2 Noord-West, te Amsterdam.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit voornoemd reclasseringsrapport komt naar voren dat een combinatie van het ontbreken van huisvesting, inkomen, dagbesteding én het gebrek aan adequate oplossingsvaardigheden ten grondslag ligt aan het bewezenverklaarde feit. De reclassering acht begeleiding hierin geïndiceerd, waarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf verdachte de motivatie kan geven om tot ‘actie’ over te gaan. Het risico op recidive wordt hoog gemiddeld geschat. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf als mild kan worden aangemerkt, gelet op de omstandigheid dat verdachte al meermalen ter zake van overtreding van de Opiumwet is veroordeeld en gelet op de straffen die in vergelijkbare gevallen plegen te worden opgelegd. De rechtbank acht de gevorderde straf in de zaak van verdachte evenwel passend vanwege de ernst van de problematiek van verdachte en de forse voorwaarden die aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf zullen worden verbonden. Van verdachte mag volledige inzet op de naleving van die voorwaarden worden verwacht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de reclassering, het verplicht volgen van een arbeidsvaardighedentraining, medewerking aan een intakeprocedure voor en (wanneer deze positief verloopt) opname in een instelling voor maatschappelijke opvang noodzakelijk. Verder acht de rechtbank het noodzakelijk dat verdachte wordt verplicht een structurele dagbesteding te hebben en zijn medewerking dient te verlenen aan het realiseren van een inkomen en het in kaart brengen van zijn schulden. Voorwaarden van die strekking zullen aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden. </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7.	Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
      <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>artikel 14a, 14b, 14c van het Wetboek van Strafrecht;</para>
        <para>artikel 2 en 10 van de Opiumwet.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3. weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">NEGENENTWINTIG (29) MAANDEN</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot VEERTIEN (14) MAANDEN <emphasis role="bold">niet</emphasis> ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie (3) jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich houdt aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daartoe moet hij zich melden zodra hij opgeroepen wordt door Reclassering Nederland op het volgende adres: Marconistraat 2, 3029 AK te Rotterdam. Hierna moet hij zich gedurende door Reclassering Nederland bepaalde perioden blijven melden zo frequent als de reclassering dat gedurende deze perioden nodig acht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>deelneemt aan de GI-RN Arbeidsvaardighedentraining (ArVa); </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meewerkt aan een intakeprocedure voor maatschappelijke opvang bij Exodus of soortgelijke maatschappelijke opvang, zulks ter beoordeling van de reclassering. Verdachte dient, indien de intakeprocedure positief verloopt, te verblijven bij deze opvang en zich te houden aan het (dag)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zorgt voor het hebben van een structurele dagbesteding;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meewerkt aan het realiseren van een inkomen en het in kaart brengen van zijn schulden,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie van het parket Noord-Holland, noodzakelijk oordeelt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. B.J.G. Leeuw, voorzitter,</para>
      <para>mr. E.C. Smits en mr. J.A.M. Jansen, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H. van de Vijver, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 augustus 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Leeuw is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>