<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2015:4467</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T02:44:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/800521-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2015:4467">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2015:4467</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-02T09:59:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2015:4467 Rechtbank Noord-Holland , 14-04-2015 / 15/800521-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2015:4467:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Tussenvonnis in zaak 39-jarige vrouw die verdacht wordt van poging tot moord/doodslag op haar echtgenoot. De rechtbank is van oordeel dat het persoonlijkheidsonderzoek in deze zaak onvolledig is geweest. De vrouw wordt verdacht van een zeer ernstig en gruwelijk feit. Er heeft weliswaar (neuro-) psychologisch onderzoek plaatsgevonden bij verdachte maar dat heeft zich vooral gericht op het door haar gestelde geheugenverlies. Bij de rechtbank zijn ook andere vragen gerezen over de persoonlijkheid van verdachte zodat aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank moet dat plaatsvinden middels observatie van verdachte in het Pieter Baan Centrum (PBC). </para>
        <para>De mogelijke plaatsing van verdachte in het PBC is op de zitting niet besproken, terwijl de wet wél voorschrijft dat verdachte hierover wordt gehoord. Om die reden verwijst de rechtbank de zaak naar de rechter-commissaris voor het horen van verdachte zodat dit op korte termijn kan plaatsvinden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2015:4467:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Alkmaar</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/800521-14 (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 14 april 2015</para>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tussenvonnis</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 15 januari 2015 en 31 maart 2015 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],</para>
      <para>ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], </para>
      <para>thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Utrecht, locatie Nieuwersluis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.M. de Vries en van wat verdachte en zijn raadsman mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair</para>
      <para>zij op of omstreeks 03 oktober 2014 te Andijk in de gemeente Medemblik ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (haar echtgenoot) [aangever] opzettelijk (en met voorbedachten rade) van het leven te beroven, die [aangever] een of meer ke(e)r(en) met een mes, althans een scherp voorwerp, in de borst, althans het lichaam heeft gestoken en/of die [aangever] een of meer ke(e)r(en)(met kracht) met een honkbalknuppel, althans een hard voorwerp, op/tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
      <para>zij op of omstreeks 03 oktober 2014 te Andijk, in de gemeente Medemblik aan (haar echtgenoot) [aangever] opzettelijk (en met voorbedachten rade) zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht door die [aangever] een of meer ke(e)r(en) met een mes, althans een scherp voorwerp, in de borst, althans het lichaam te steken en/of die [aangever] een of meer ke(e)r(en) (met kracht) met een honkbalknuppel, althans een hard voorwerp, op/tegen het hoofd te slaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Motivering van de beslissing </title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting. Het onderzoek ter terechtzitting is op 31 maart 2015 gesloten. Bij de beraadslaging in raadkamer is echter gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking jegens verdachte betreft een zeer ernstig en gewelddadig feit. De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting van 31 maart 2015 op het standpunt gesteld dat de primair aan verdachte ten laste gelegde poging tot moord bewezen kan worden verklaard en gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Forensisch psycholoog [psycholoog 1] heeft bij brief van 14 november 2014 geadviseerd tot een enkelvoudig psychologisch onderzoek, teneinde beter zicht te krijgen op het functioneren van verdachte, haar persoonlijkheid en de situationele omstandigheden. [psycholoog 1] heeft in overweging gegeven tevens een neuro psychologisch onderzoek te laten verrichten. Vervolgens is psycholoog [psycholoog 2] benoemt om het psychologisch onderzoek bij verdachte uit te voeren. [psycholoog 2] geeft in een e-mail van 4 december 2014 aan dat hij een aanvullend neuro psychologisch onderzoek geïndiceerd acht. Daarop is [psycholoog 2] benoemd om ook het aanvullend neuro psychologisch onderzoek te verrichtten. De rapportages betreffende beide onderzoeken zijn op 25 maart 2015 door psycholoog [psycholoog 2] opgemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De psycholoog concludeert in zijn rapporten dat uit het (neuro)psychologisch onderzoek aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat verdachte geneigd is geheugenproblemen voor te wenden dan wel aan te dikken. Gelet op de onderzoeksgegevens is de psycholoog sterk geneigd om te denken dat bij verdachte geen sprake is van daadwerkelijke geheugenstoornissen. Verder stelt de psycholoog dat, ofschoon verdachte in bepaalde opzichten wat kinderlijk overkomt, het onderzoek geen aanleiding geeft om bij haar te kunnen spreken van een persoonlijkheidsstoornis. De psycholoog geeft voorts aan dat verdachte tijdens het onderzoek met grote regelmaat geëmotioneerd raakte, maar dat de manier waarop zij haar emoties uitte wat zelf dramatiserend, aangezet en ook niet altijd geheel doorleefd aandeed. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank constateert dat er in de onderhavige zaak slechts enkelvoudig is gerapporteerd omtrent de persoonlijkheid van verdachte, terwijl zij wordt verdacht van een zeer ernstig en gruwelijk feit, zoals ook naar voren komt in de door de officier van justitie geformuleerde strafeis. Daarbij komt dat in het neuro psychologisch rapport nagenoeg alleen wordt ingegaan op het door verdachte gestelde geheugenverlies en dat ook in het psychologisch onderzoek met name daar veel aandacht naar uitgaat. Bij de rechtbank zijn evenwel ook andere vragen – die losstaan van het door verdachte gestelde en door de psycholoog niet geconstateerde geheugenverlies – gerezen over de persoonlijkheid van verdachte. De rechtbank acht zich daarom thans onvoldoende voorgelicht over de persoon van verdachte. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het noodzakelijk is dat een aanvullend onderzoek naar de geestvermogens van verdachte wordt ingesteld. In het belang van een correcte en zorgvuldige afdoening kan naar het oordeel van de rechtbank niet alleen worden volstaan met aanvullende informatie middels een psychiatrische rapportage maar is daartoe observatie van verdachte in het Pieter Baan Centrum vereist. </para>
      <para>De rechtbank kan thans niet zelf bevelen dat verdachte ter observatie zal worden overgebracht naar het Pieter Baan Centrum, nu verdachte en haar raadsman niet – zoals is voorgeschreven in artikel 317 van het Wetboek van Strafvordering – ter zake zijn gehoord. De rechtbank zal om die reden de zaak tegen verdachte verwijzen naar de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank teneinde verdachte hieromtrent te horen.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting wordt heropend en dat het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat op<emphasis role="bold"> 7 juli 2015 te 9.30 uur </emphasis>(locatie Alkmaar). Het betreft een pro forma zitting. </para>
      <para>Deze termijn is langer dan een maand maar korter dan drie maanden om de klemmende reden dat moet worden aangenomen dat een kortere termijn ontoereikend zal zijn voor het voltooien van voormeld onderzoek naar de geestvermogens van verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen te worden gehoord op de mogelijkheid van plaatsing in het Pieter Baan Centrum en voorts al datgene te doen wat de rechter-commissaris overigens in overleg met de officier van justitie en de  raadsman wenselijk of noodzakelijk acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de oproeping van verdachte, alsmede de onverwijlde kennisgeving daarvan aan haar raadsman, tegen het tijdstip van hervatting van het onderzoek ter terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de benadeelde partij [aangever] en diens gemachtigde mr. L.M. Wagemaker in kennis worden gesteld van het tijdstip van hervatting van het onderzoek ter terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. H.E.C. de Wit, voorzitter,</para>
      <para>mr. N. Cuvelier en mr. H.A. Stalenhoef, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. F. van den Brink,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 april 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>