<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2015:3813</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T03:18:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/224728/HA RK 15/66</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2015/168</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2015:3813">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2015:3813</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-05-07T15:22:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2015:3813 Rechtbank Noord-Holland , 09-04-2015 / C/15/224728/HA RK 15/66</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2015:3813:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot wraking kennelijk niet ontvankelijk omdat het niet tijdig is gedaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2015:3813:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]</para>
    <para>Wrakingskamer </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/224728/HA RK 15/66</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 9 april 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het verzoek tot wraking ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster],</emphasis>
      </para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats,</para>
      <para>doch feitelijk verblijvende te [verblijfplaats], </para>
      <para>verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is gericht tegen: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Mr. L.J. Saarloos, mr. J.H. Gisolf en mr. M.A.J. Berkers,	</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de rechters.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoekster heeft per e-mail, ontvangen door de wrakingskamer op 3 april 2015 te 13.23 uur, schriftelijk de wraking verzocht van de rechters in de bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie Handel &amp; Insolventie, locatie Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/224325/HA RK 15/60 hierna te noemen: de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De rechters hebben mondeling laten weten niet in de wraking te berusten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Een verzoek tot wraking kan in beginsel in elke stand van de procedure worden gedaan, mits de behandeling van de zaak nog niet is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak. Op grond van artikel 37 lid 1 Wetboek van Rechtsvordering (Rv) wordt het wrakingsverzoek gedaan “<emphasis role="italic">zodra de feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden aan de verzoeker bekend zijn geworden</emphasis>”.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan. De behandeling van de zaak is dan immers geëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De zitting in de hoofdzaak was bepaald op en heeft plaatsgevonden op 3 april 2015 te 12.15 uur. Verzoekster is bij die gelegenheid niet verschenen. Aansluitend aan de zitting is uitspraak gedaan en is het eerdere wrakingsverzoek van verzoekster in de hoofdzaak met zaaknummer 3878398/KG EXPL 15/31 ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Op 3 april 2015 omstreeks 13.23 uur is via e-mail een wrakingsverzoek ontvangen van verzoekster ingesteld tegen voornoemde rechters. Op dat moment was de behandeling van haar wrakingsverzoek reeds door de beslissing geëindigd,  zodat het verzoek, gelet op hetgeen hiervoor onder 2.1 is overwogen, niet tijdig is ingesteld. Voorts is bij het instellen van de wraking niet gesteld of anderszins gebleken dat verzoekster haar wrakingsverzoek niet eerder had kunnen indienen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de slotsom dat het onderhavige verzoek om wraking niet tijdig is gedaan. Verzoekster is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van de wrakingskamer. Het verzoek zal op die grond buiten behandeling worden gesteld. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>stelt het verzoek tot wraking van de wrakingskamer, bestaande uit mr. L.J. Saarloos, mr. J.H. Gisolf en mr. M.A.J. Berkers, wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster en de rechters een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. S.M. Jongkind-Jonker plaatsvervangend voorzitter van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2015.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier						voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>