<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2015:260</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T03:35:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-15-220375 - KG RK 15-31</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2015:260">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2015:260</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-01-22T11:24:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2015:260 Rechtbank Noord-Holland , 20-01-2015 / C-15-220375 - KG RK 15-31</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2015:260:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing op verzoek ex artikel 3:270 lid 4 BW. Voorzieningenrechter bepaalt dat de netto-executieopbrengst niet mag worden uitgekeerd aan de eerste hypotheekhouder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2015:260:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="673f17b3-4c38-4e5d-8171-45da89845fcc" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f60fccfe-1abf-40ba-bf0d-9756957213a0" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Sectie Handel &amp; Insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/220375 / KG RK 15-31</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de voorzieningenrechter van 20 januari 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">MR. [verzoeker]</emphasis>,</para>
      <para>notaris te Rotterdam,</para>
      <para>hierna: de Notaris,</para>
      <para>advocaat mr. A.A. Marcus te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 12 januari 2015 heeft de Notaris de voorzieningenrechter verzocht omtrent de uitkering (van de executieopbrengst aan de eerste hypotheekhouder) te beslissen als bedoeld in artikel 3:270 lid 4 BW in verband met de volgende omstandigheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 16 oktober 2014 is door Propertize B.V., voorheen genaamd SNS Property Finance B.V., (hierna: Propertize) in haar hoedanigheid van eerste hypotheekhouder aan BBWV VIII B.V. (hierna: BBWV) de executie aangezegd van acht percelen grond gelegen te Assendelft (hierna: de onroerende zaken), met benoeming van de Notaris als notaris ten overstaan van wie de executie zal plaatsvinden. De vordering waarvoor de executie is aangezegd beliep volgens opgave van Propertize in haar aanzeggingsexploit per 17 januari 2012 een bedrag van € 2.433.131,90 + p.m. De onroerende zaken zijn bij onderhandse executoriale verkoop verkocht en ten overstaan van de notaris op 12 december 2014 geleverd aan de koper tegen een koopprijs van € 1.900.000 (hierna: de executieopbrengst), welke koopsom door de koper in handen van de Notaris is voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Propertize heeft de Notaris op de voet van artikel 3:270 lid 2 BW verzocht de executieopbrengst (onder aftrek van executiekosten) aan haar af te dragen, onder verklaring dat haar vordering op BBWV een bedrag beliep van ruim € 2,4 miljoen als opgenomen in het aanzeggingsexploit. </para>
        <para>
          [A.] (hierna: [A.]) is indirect aandeelhouder van BBWV en heeft zich tegenover Propertize tot borg gesteld voor de nakoming van de verplichtingen van BBWV jegens Propertize onder de overeenkomst van geldlening waartoe de hypotheek op de onroerende zaken tot zekerheid strekte. [A.] heeft de Notaris bericht dat de financiering waarvoor de onroerende zaken zijn ondergezet - ten gevolge van een tussen Propertize en (onder meer) BBWV gesloten vaststellingsovereenkomst - is afgelost tot een bedrag van € 559.349,00 per medio 2013, te vermeerderen met de sindsdien vervallen rente (hierna: de restantschuld). BBWV heeft de Notaris - onder verwijzing naar het bericht van [A.] - verzocht en voor zover nodig gesommeerd de executieopbrengst na aftrekt van executiekosten en de restantschuld - zijnde ongeveer € 1.300.000 - uit te keren aan BBWV. </para>
        <para>Propertize stelt zich op het standpunt dat de vaststellingsovereenkomst buitengerechtelijk is gebonden en dat het standpunt van [A.] en BBWV omtrent de uitkering van de executieopbrengst onjuist is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De Notaris heeft in zijn brief verklaard dat hij op grond van het vorenstaande ernstige redenen heeft om te vermoeden dat de hem door Propertize verstrekte verklaring onjuist is en hij heeft de voorzieningenrechter verzocht te beslissen omtrent de uitkering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter kan in het kader van het voorliggende verzoek op het inhoudelijk geschil tussen Propertize en BBWV niet beslissen, ter beoordeling ligt uitsluitend voor het door de Notaris gemelde vermoeden omtrent de aan hem door Propertize verstrekte verklaring. De voorzieningenrechter acht dit vermoeden van de Notaris in dit geval gerechtvaardigd, nu zowel Propertize als BBWV gemotiveerd aanspraak maken op (een deel van) de executieopbrengst. De Notaris kan de netto-executieopbrengst daarom niet aan Propertize overeenkomstig haar opgave uitkeren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Bij deze stand van zaken dient de Notaris de netto-executieopbrengst te storten bij een door hem aangewezen bewaarder die aan de in artikel 445 Rv bedoelde eisen voldoet, veelal op een bij een toegelaten bank aangehouden derdenrekening. Vervolgens kan de meest gerede partij om een gerechtelijke rangregeling verzoeken (artikel 3:271 BW), of kunnen de betrokken belanghebbenden - wanneer zij met betrekking tot de verdeling van de netto-executieopbrengst alsnog tot overeenstemming komen - daarvan door een authentieke akte doen blijken aan de bewaarder, waarna deze aan ieder het hem volgens de akte toekomende uitkeert (artikel 551a lid 2 Rv). Aldus wordt gewaarborgd dat andere gerechtigden dan de executerende hypotheekhouder voldoende zekerheid hebbende dat hetgeen hun uit de opbrengst toekomt aan hen inderdaad zal worden uitgekeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de Notaris de executieopbrengst niet aan Propertize overeenkomstig haar opgave uitkeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. E. Jochem en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2015.<footnote-ref linkend="_3eed101a-17fd-4b51-8351-dcdbf0760d55" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3eed101a-17fd-4b51-8351-dcdbf0760d55" label="1">
    <para>conc: 213</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>