<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2015:1604</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T18:48:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/660252-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2015:1604">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2015:1604</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-03-02T10:54:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2015:1604 Rechtbank Noord-Holland , 26-02-2015 / 15/660252-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2015:1604:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Promis; hennepteelt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2015:1604:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Haarlem</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/660252-13 (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 26 februari 2015</para>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 februari 2015 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres</para>
      <para>
        [adres 1].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,</para>
      <para>mr. E. Visser, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. L.J. Woltring, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij (op een of meerdere tijdstip(pen)) in of omstreeks de periode van 25 januari 2013 tot en met 1 februari 2013 in de gemeente Beverwijk opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 103, althans een groot aantal </para>
      <para>hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Redengevende feiten en omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 11 februari 2013, opgesteld door [verbalisant];</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Indicatieve Verdovende Middelen Test d.d. 1 februari 2013, opgesteld door [verbalisant].</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij in de periode van 25 januari 2013 tot en met 1 februari 2013 in de gemeente Beverwijk opzettelijk heeft geteeld, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, in een pand aan [adres 2], een hoeveelheid van in totaal 103 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van het feit</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B en C, van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Motivering van de sanctie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman van verdachte heeft bepleit dat een taakstraf van 80 uren, waarvan een deel voorwaardelijk als stok achter de deur, passend is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en de bespreking aldaar van het reclasseringsadvies dat over verdachte is opgesteld d.d. 5 november 2014, is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bedrijf hebben van een hennepkwekerij met ongeveer 103 hennepplanten in zijn woning. Hennep is een stof waarvan het gebruik tot ernstige gezondheidsproblemen kan leiden. Verdachte heeft door aldus te handelen zijn eigen financieel gewin dat hij met de kwekerij wilde behalen boven de volksgezondheid laten prevaleren. Daarbij droeg verdachte als kweker van een aanzienlijke hoeveelheid hennepplanten bij aan een keten van criminele activiteiten die de samenleving ontwricht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt ten voordele van verdachte rekening met het tijdsverloop tussen het aantreffen van de hennepkwekerij en de inhoudelijke behandeling van de strafzaak. Voorts is de rechtbank van oordeel dat in de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de korte duur van de tenlastegelegde en bewezenverklaarde periode grond is gelegen enigszins af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie is gevorderd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding een voorwaardelijk strafdeel op te leggen als stok achter de deur, nu verdachte de afgelopen twee jaar geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd en de reclassering de kans op recidive als laag heeft ingeschat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.</para>
      <para>3 en 11 van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3. weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot het verrichten van <emphasis role="bold">zestig (60) uren</emphasis> taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door dertig (30) dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. B.J.G. Leeuw, voorzitter,</para>
      <para>mr. E.C. Smits en mr. J.A.M. Jansen, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. V.J.M. Goldschmeding,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 februari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Leeuw is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>