<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2014:9844</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T08:44:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-10-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 12 _ 4421</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;g=2014-11-25">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2014/2407</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2014-2810</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2014112611</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:9844">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:9844</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-11-25T09:59:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2014:9844 Rechtbank Noord-Holland , 27-10-2014 / AWB - 12 _ 4421</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2014:9844:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Waardering zwembad. Bedrijfswaarde niet van toepassing omdat eiseres niet enkel een commercieel belang heeft bij de exploitatie van het zwembad maar in de gekozen samenwerkingsvorm ook een maatschappelijke doelstelling wil realiseren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2014:9844:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: AWB 12/4421 bis</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraakdatum: 27 oktober 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de enkelvoudige kamer in het geding tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [X] N.V. </emphasis>te [Z], eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. B.S. Kats, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het ontstaan en de loop van het geding verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak van 2 mei 2014 in de zaken met kenmerk AWB 12/4420 en 12/4421.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 juni 2014 heeft de gemachtigde een schriftelijke reactie ingezonden met een akkoordverklaring van verweerder. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde heeft op 19 september 2014 nadere stukken ingediend. De griffier heeft afschriften daarvan aan de heffingsambtenaar gezonden.</para>
      <para>Op 2 oktober 2014 heeft de gemachtigde het beroep voor het jaar 2007 (AWB 12/4420) ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (tweede) onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2014. Namens eiseres is daar verschenen B.S. Kats, bijgestaan door [A]. Namens verweerder is verschenen mr. B. Brekveld, bijgestaan door M. Boerhorst. Het proces-verbaal van de zitting is aangehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tussen partijen vaststaande feiten en omschrijving van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Voor de beschrijving van de feiten en de omschrijving van het geschil verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak van 2 mei 2014.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In onderdeel 3.1 en 3.2 van de tussenuitspraak staan de uitkomsten van de berekening van de bedrijfswaarde, respectievelijk die van de gecorrigeerde vervangingswaarde van het zwembad. Uit de schriftelijke reactie van 12 juni 2014 blijkt dat partijen het eens zijn over de uitkomsten van die berekeningen als zodanig.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Eiseres heeft op de (tweede) zitting betoogd dat het oordeel als opgenomen in de tussenuitspraak niet juist is en daarbij heeft zij verwezen naar de vele vormen van Publiek Private Samenwerking waarbij overheden samenwerken met bedrijfsmatig werkende rechtspersonen zonder verlies van het winstoogmerk van de private partij. Dit doet echter niet af aan het feit dat de exploitatieovereenkomst een samenwerkingsvorm heeft gecreëerd waarbij sprake is van meer dan een winstoogmerk. De rechtbank ziet dan ook geen reden terug te komen op het in de tussenuitspraak gegeven oordeel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de waarde van het zwembad vastgesteld moet worden op basis van de waardering als verwoord in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken (de gecorrigeerde vervangingswaarde). Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de waarde op basis van deze waarderingsregel voor het jaar 2010 vastgesteld op € 9.012.500. Nu eiseres zich in de schriftelijke reactie van 12 juni 2014 akkoord heeft verklaard met de berekening van verweerder als zodanig, volgt dat het beroep van eiseres ongegrond moet worden verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Proceskosten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.A. Boersma, rechter, in tegenwoordigheid van mr. P.J.M. de Jong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. de naam en het adres van de indiener;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. een dagtekening;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">d. de gronden van het hoger beroep.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>