<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2014:6341</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T18:42:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/820357-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:6341">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:6341</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-07T12:30:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2014:6341 Rechtbank Noord-Holland , 30-06-2014 / 15/820357-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2014:6341:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Promis; witwassen te Schiphol.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2014:6341:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para />
  <parablock>
    <para>RECHTBANK NOORD-HOLLAND</para>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Locatie Schiphol</para>
    <para>Meervoudige strafkamer</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 15/820357-14  (P)</para>
    <para>Uitspraakdatum: 30 juni 2014</para>
    <para>Tegenspraak</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Vonnis</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 juni 2014 in de zaak tegen:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [verdachte],</para>
    <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Colombia),</para>
    <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
    <para>thans gedetineerd in Detentiecentrum Schiphol.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie</para>
    <para>mr. W.J. Veldhuis en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. E.J. van der Stel, </para>
    <para>advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>1. Tenlastelegging </para>
  <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>hij op of omstreeks 22 maart 2014, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) 203.870,- euro, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemd geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>2. Voorvragen</para>
  <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
  <para />
  <para />
  <para>3. Bewijs</para>
  <parablock>
    <para>3.1. Standpunt van de officier van justitie</para>
    <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.3. Redengevende feiten en omstandigheden<footnote-ref linkend="_7271a1db-4a62-4fbe-8633-0441e664521f" /></para>
    <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Op 20 maart 2014 koopt verdachte een retourticket bij Flybay Travel in Amsterdam voor de vlucht van 22 maart 2014 voor de route Amsterdam-Panama-Colombia. Het is de eerste keer dat verdachte bij dit reisbureau een ticket koopt en hij betaalt het bedrag van 1.035 euro contant.<footnote-ref linkend="_dadc1f2d-25c9-4b84-a6eb-805c4bcafbb6" /></para>
    <para>Op 22 maart 2014 voeren ambtenaren van de Belastingdienst/Douane op Schiphol in het kader van de Algemene douanewet controlewerkzaamheden uit op de ruimbagage voor KLM-vlucht KL0757 naar Panama. In een zwarte sporttas van het merk Tommy Hilfiger die op naam van verdacht staat, zit een abnormale verdikking in de bodem. In deze bodem blijken bankbiljetten van 50 euro te zitten.<footnote-ref linkend="_77fa2051-2259-432a-861d-b8d7cede2b1d" /> Verbalisanten treffen onder verdachte en zijn bagage in totaal 204.330 euro aan<footnote-ref linkend="_b404652b-dcb5-4c2e-b1f7-0034521df499" />, waarvan zij 203.870 euro in beslag nemen. Dit bedrag bestaat uit 26 bankbiljetten van 20 euro en 4.067 biljetten van 50 euro.<footnote-ref linkend="_3bb2bc4e-76d9-43f2-bf99-85b0dd37e45b" /> Later verklaart verdachte dat hij van degene die hem de tas met geld gaf instructies heeft gekregen voor het geval het geld ontdekt zou worden, dat hij een beloning van 5000 euro zou krijgen<footnote-ref linkend="_d85c8795-90c8-430d-8e70-55d2d931c923" />, dat hij geen nadere vragen over (de herkomst van) het geld heeft gesteld<footnote-ref linkend="_001f167f-1bac-4aa3-9af9-786eed508d3f" /> en dat hij denkt dat het geld afkomstig is van roof of van verdovende middelen.<footnote-ref linkend="_9b87b0d6-6b8c-41ec-927a-c4cef8405e8c" /></para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.4. Bewijsoverweging</para>
    <para>De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat er reeds vóór het openen van de door verdachte ingecheckte sporttas sprake is geweest van een strafrechtelijke verdenking. Hierdoor kon er geen controle van de tas op grond van de Algemene douanewet plaatsvinden, maar had de officier van justitie daartoe opdracht moeten geven. Nu die opdracht niet is gegeven, is er sprake van een onherstelbaar vormverzuim en dienen de vruchten van het onderzoek naar de bagage van verdachte, zijnde het aangetroffen geld, te worden uitgesloten van het bewijs. De bekennende verklaring van verdachte alleen is onvoldoende om tot een veroordeling te kunnen komen. Verdachte wist niet dat het geld van misdrijf afkomstig was. Wellicht is er sprake van de schuldwitwassen, maar dit is niet ten laste gelegd. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw en overweegt hieromtrent als volgt. De officier van justitie heeft ter terechtzitting opgemerkt dat hij bij de douane heeft geïnformeerd naar de reden van de controle van de bagage van verdachte. De douane heeft aangegeven dat de bestemming van de vlucht in combinatie met de wijze van verkrijgen van het ticket hiervoor de aanleiding is geweest. Het proces-verbaal van bevindingen en overdracht beschrijft hetgeen heeft plaatsgevonden tijdens de douanecontrole, die is uitgevoerd op basis van de bevoegdheden zoals deze voortvloeien uit de Algemene Douanewet. Op grond daarvan konden verbalisanten naar het oordeel van de rechtbank de bagage van verdachte onderzoeken. Niet is gebleken dat een strafvorderlijke verdenking de reden was voor de controle van de bagage van verdachte. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van enig vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Wetboek van Strafvordering zodat de resultaten van het onderzoek naar de reistas van verdachte wel degelijk kunnen bijdragen aan het bewijs. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Voor bewezenverklaring van witwassen is vereist dat komt vast te staan dat de desbetreffende geldbedragen middellijk of onmiddellijk van enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dat wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden. Verdachte heeft verklaard dat degene van wie hij het geld kreeg tegen hem zei dat als het fout ging, verdachte moest zeggen dat hij het geld had gestolen. Verdachte heeft verder verklaard dat gelet op het feit dat alles stiekem moest gebeuren, zoals het verbergen van het geld onderin een tas, hij denkt dat het geld van roof of handel in verdovende middelen afkomstig zou kunnen zijn. Verdachte heeft geen vragen gesteld over (de herkomst van) het geld) en zou een forse beloning krijgen voor het transport. Gelet hierop is de rechtbank dan ook van oordeel dat het niet anders kan dan dat het aangetroffen geld onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is, dat verdachte dit wist en dat hij dit geld voorhanden heeft gehad met het oogmerk om dit aan de autoriteiten te onttrekken, zodat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van voornoemde 203.870 euro.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.5. Bewezenverklaring</para>
    <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit  heeft begaan, met dien verstande dat</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>hij op 22 maart 2014, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een geldbedrag van 203.870,- euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit</para>
  <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Witwassen</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>5. Strafbaarheid van verdachte</para>
  <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.</para>
  <para />
  <para />
  <para>6. Motivering van de sanctie</para>
  <parablock>
    <para>6.1. Standpunt van de officier van justitie</para>
    <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>6.2.  Standpunt van de verdediging</para>
    <para>De raadsvrouw heeft verzocht om een straf die gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>6.3. Oordeel van de rechtbank</para>
    <para>Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van meer dan 200.000 euro. Door dit handelen heeft verdachte getracht directe of indirecte opbrengsten van misdrijf te onttrekken aan het zicht van justitie en de fiscus, hetgeen een ernstige aantasting van de integriteit van het financieel en economisch bestel betekent. Door dergelijke witwaspraktijken wordt het plegen van criminele activiteiten in stand gehouden en indirect ook bevorderd, want zonder personen als verdachte die criminele gelden een (schijnbaar) legale herkomst verschaffen, is het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief. Het regulier handels- en betalingsverkeer wordt daardoor ondermijnd en de maatschappij wordt veel schade toegebracht. De rechtbank rekent verdachte dit aan. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De strafeis van de officier van justitie is in overeenstemming met de straf die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd. Noch in de omstandigheden waaronder het feit is begaan, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, vindt de rechtbank aanleiding daarvan af te wijken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>7. Toepasselijke wettelijke voorschriften</para>
  <parablock>
    <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
    <para>artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>8. Beslissing</para>
  <para>De rechtbank:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</para>
    <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
    <para>mr. M.P.J. Ruijpers, voorzitter,</para>
    <para>mrs. A.C.M. Rutten en C.H. de Jonge van Ellemeet, rechters,</para>
    <para>in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans,</para>
    <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 juni 2014.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Mr. De Jonge van Ellemeet is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <footnote id="_7271a1db-4a62-4fbe-8633-0441e664521f" label="1">
    <para> De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dadc1f2d-25c9-4b84-a6eb-805c4bcafbb6" label="2">
    <para> Proces-verbaal van ambtshandeling d.d. 31 maart 2014 (bijlage AH-101).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_77fa2051-2259-432a-861d-b8d7cede2b1d" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen en overdracht d.d. 22 maart 2014 (bijlage AH-001a, bijlage 8).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b404652b-dcb5-4c2e-b1f7-0034521df499" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen en overdracht d.d. 22 maart 2014 (bijlage AH-001).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3bb2bc4e-76d9-43f2-bf99-85b0dd37e45b" label="5">
    <para> Een schriftelijk stuk, te weten een kennisgeving van inbeslagneming van geld d.d. 14 april 2014 (bijlage AH-002B).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d85c8795-90c8-430d-8e70-55d2d931c923" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 april 2014.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_001f167f-1bac-4aa3-9af9-786eed508d3f" label="7">
    <para> Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 16 juni 2014.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9b87b0d6-6b8c-41ec-927a-c4cef8405e8c" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor d.d. 7 mei 2014.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>