<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2014:2734</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T15:21:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/801417-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:2734">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:2734</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-27T14:55:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2014:2734 Rechtbank Noord-Holland , 24-03-2014 / 15/801417-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2014:2734:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Promis; mensensmokkel; vrijspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2014:2734:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>RECHTBANK NOORD-HOLLAND</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Locatie Schiphol</para>
    <para>Meervoudige strafkamer</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 15/801417-13  (P)</para>
    <para>Uitspraakdatum: 24 maart 2014</para>
    <para>Tegenspraak </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Vonnis</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 maart 2014 in de zaak tegen:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [verdachte],</para>
    <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Nigeria),</para>
    <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, </para>
    <para>volgens opgave van verdachte wonende op het adres [adres] (Italië).</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie</para>
    <para>mr. W.J. Veldhuis en van wat verdachte en haar raadsman, mr. R. van den Berg, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>1. Tenlastelegging </para>
  <parablock>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para>zij op of omstreeks 10 december 2013 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland en/of te Italië, een ander, te weten [persoon], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland of Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde </para>
    <para>misdaad, of haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft zij, verdachte, </para>
  </parablock>
  <para>- voornoemde [persoon] een nationaal paspoort van Ierland, op naam van [naam], geboren op [geboortedatum], heeft overhandigd/verstrekt en/of </para>
  <para>- voornoemde [persoon] instructies en/of aanwijzingen gegeven en/of </para>
  <para>- voor en/of tezamen met voornoemd persoon ingecheckt op een vliegveld in Bologna en/of </para>
  <para>- voornoemd persoon begeleid op de vlucht van Bologna naar Amsterdam en/of </para>
  <para>- voor/ namens voornoemd persoon het woord gevoerd bij de controle door de grensbewaking op de luchthaven Schiphol en/of </para>
  <para>- voor voornoemd persoon diens ware identiteitsdocumenten bij zich gedragen, terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was. </para>
  <para />
  <para>2. Voorvragen</para>
  <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
  <para />
  <para>3. Bewijs</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.1. Standpunt van de officier van justitie</para>
    <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 104 dagen, met aftrek van het voorarrest.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.2. Vrijspraak<?linebreak?>Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd. Uit de feitelijke gedragingen van verdachte en de bevindingen zoals beschreven in het dossier is niet wettig en overtuigend gebleken dat verdachte gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft om de toegang tot of doorreis door Nederland voor [persoon] mogelijk te maken. De eerste vier gedachtestreepjes in de tenlastegelegde feitelijke handelingen, waaruit kort gezegd verdachtes behulpzaamheid bij de smokkel van [persoon] zou moeten hebben bestaan, zijn niet meer dan aannames en/of gevolgtrekkingen die de rechtbank niet met inachtneming van art. 338 Sv heeft kunnen vaststellen. Evenmin volgt wettig en overtuigend uit de stukken van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting dat verdachte voor of namens die [persoon] het woord heeft gevoerd bij de grensbewaking (het vijfde gedachtestreepje); zij gingen immers juist ieder apart door de controle en het vervolgens enkel de ander toeroepen van haar leeftijd acht de rechtbank hiervoor onvoldoende. Blijft over dat verdachte verweten wordt dat zij de ware identiteitsdocumenten van die [persoon] bij zich heeft gedragen (het zesde gedachtestreepje). Dienaangaande - en daarenboven - geldt evenwel, dat niet wettig en overtuigend is komen vast te staan dat verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat de toegang of doorreis van [persoon] wederrechtelijk was en evenmin dat verdachte daarbij behulpzaam is geweest in de zin van 197a Sr. Het is de rechtbank een raadsel waarom verdachte is blijven ontkennen en zwijgen over de jegens haar gerezen verdenking, maar dat is bij deze stand van zaken irrelevant, althans is dit voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde onvoldoende. Mede gelet op de verklaring van [persoon], kort gezegd inhoudende dat zij de dochter van verdachte is en dat zij juist degene is geweest die dit feit heeft begaan en haar moeder er niets mee te maken heeft en dat zij haar enkel heeft meegenomen, heeft de rechtbank niet door wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. </para>
    <para>Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd en moet zij daarvan worden vrijgesproken. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>4.Beslissing</para>
    <para>De rechtbank:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</para>
    <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
    <para>mr. M.W. Groenendijk, voorzitter,</para>
    <para>mr. I.M. Nusselder en mr. B.A.A. Postma, rechters,</para>
    <para>in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam,</para>
    <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 maart 2013.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>