<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2014:2309</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T12:11:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/14/138674/HA ZA 12-245</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:2309">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:2309</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-23T09:44:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2014:2309 Rechtbank Noord-Holland , 19-03-2014 / C/14/138674/HA ZA 12-245</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2014:2309:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming door boekhouder jegens eenmanszaak op naam van echtgenoot van eiseres. Afwijzing van vorderingen. Uit de stellingen van eiseres blijkt niet dat zij eigenaresse van de eenmanszaak was. Verder onvoldoende onderbouwd wat haar hoedanigheid is. Heeft zij de vordering gecedeerd gekregen (zoals zij ter comparitie heeft gesteld) of procedeert zij krachtens een opdracht/volmacht van haar echtgenoot (zoals gesteld in de akte uitlating)? Bovendien is de vraag hoe deze subsidiaire stelling zich verhoudt tot de stelling van eiseres dat zij zelf de schade heeft geleden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2014:2309:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="145e1342-f6b0-44bf-aac9-ad2730b3369f" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c14f26d8-6a65-44e5-b1b2-767198363d12" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
      <para>JG/KW</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/14/138674 / HA ZA 12-245</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 19 maart 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres], h.o.d.n. [naam 1] CULTUREEL KINDERDAGVERBLIJF</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Haarlem,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. J.F.M. Verheij te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">BEDRIJFSECONOMISCH ADVIESBUREAU [naam 2] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Langedijk,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. J.J. Vetter te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en Adviesbureau [naam 2] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het vonnis van de Kantonrechter in de rechtbank Alkmaar van 23 mei 2012 in de zaak met rolnummer 394017 en de daarin genoemde stukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van oproeping van 31 mei 2012;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 1 augustus 2012;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van comparitie van 6 februari 2013 en de daarin genoemde stukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating van [eiseres], met elf producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte na tussenvonnis van Adviesbureau [naam 2].</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>te verklaren voor recht dat Adviesbureau [naam 2] toerekenbaar tekort is geschoten en uit dien hoofde jegens [eiseres] aansprakelijk is voor de schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Adviesbureau [naam 2] te veroordelen aan [eiseres] bij wijze van voorschot te betalen een bedrag van € 7.628,23 (exclusief BTW), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het verzuim is ingetreden dan wel vanaf de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Adviesbureau [naam 2] te veroordelen aan [eiseres] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten ad € 714,00, te vermeerderen met de wettelijke rente indien betaling binnen 14 dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis uitblijft;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Adviesbureau [naam 2] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien betaling binnen 14 dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis uitblijft;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Adviesbureau [naam 2] te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien betaling binnen 14 dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis uitblijft.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Kort gezegd voert [eiseres] als grondslag voor haar vorderingen aan dat Adviesbureau [naam 2] ten behoeve van de eenmanszaak [naam 1] Cultureel Kinderdagverblijf (hierna: [naam 1]) werkzaamheden heeft verricht. Adviesbureau [naam 2] is daarbij toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, waardoor [eiseres] schade heeft geleden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Adviesbureau [naam 2] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Hoewel partrijen uitvoerig zijn ingegaan op de vraag wie de opgedragen werkzaamheden heeft verricht en de vraag of Adviesbureau [naam 2] bij het doen van haar werkzaamheden toerekenbaar tekort is geschoten, komt de rechtbank daar niet aan toe. De vorderingen van [eiseres] stuiten namelijk al af op het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In de dagvaarding heeft [eiseres] gesteld dat zij eigenaresse was van de eenmanszaak [naam 1] en dat zij door de toerekenbare tekortkomingen van Adviesbureau [naam 2] schade heeft geleden. Zij heeft daarbij aangevoerd dat de eenmanszaak weliswaar formeel op naam van haar (voormalig) echtgenoot [naam 2] stond, maar dat zij materieel de eigenaresse was. Nadat Adviesbureau [naam 2] heeft betwist dat [eiseres] rechthebbende van [naam 1] was, heeft [eiseres] ter comparitie herhaald dat zij eigenaresse van [naam 1] was en is. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat  [naam 2] zijn rechten aan [eiseres] heeft gecedeerd. Daarbij heeft [eiseres] verwezen naar een als productie 15 overgelegd e-mailbericht van [naam 2], waarin hij verklaart “<emphasis role="italic">voor zover nodig</emphasis>” een vordering die stamt uit de periode dat de eenmanszaak nog op zijn naam stond, aan [eiseres] over te dragen. Adviesbureau [naam 2] heeft ter comparitie de rechtsgeldigheid van de gestelde cessie betwist. Aan het eind van de comparitie heeft de rechter [eiseres] uitdrukkelijk opgedragen om in een nadere akte - voor zover mogelijk onderbouwd met stukken – in ieder geval aandacht te besteden aan (onder meer) “<emphasis role="italic">de (eventuele) cessie</emphasis>”. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Daarop heeft [eiseres] in haar akte uitlating vermeld dat zij overlegt: “<emphasis role="italic">Een schriftelijke opdracht van [naam 2] aan [eiseres] om op eigen naam de rechten jegens gedaagde uit te oefenen.</emphasis>” Daarbij heeft [eiseres] verwezen naar productie 16. Dat is een door [naam 2] ondertekend stuk gedateerd 31 maart 2013, waarin hij verklaart: “<emphasis role="italic"> geeft [eiseres] opdracht om inzake het Kinderdagverblijf [naam 1], de rechten die jegens Bedrijfsadviesbureau [naam 2] B.V. bestaan, uit hoofde van door laatstgenoemde verrichte administratieve werkzaamheden inzake de zaakvoering van [naam 1], op eigen naam en voor rekening en risico van [eiseres] uit te oefenen en in of buiten rechte te doen hetgeen [eiseres] in dat kader dienstig acht</emphasis>”.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] onvoldoende heeft aangevoerd waaruit blijkt dat, hoewel [naam 1] op naam stond van [naam 2], de eenmanszaak geheel voor haar rekening en risico werd gevoerd en zij ook door de gestelde tekortkomingen door Adviesbureau [naam 2] schade heeft geleden. De rechtbank verwijst daarvoor bijvoorbeeld naar de door haar overgelegde productie 12, waaruit blijkt dat de Belastingdienst niet haar maar [naam 2] aanslagen heeft opgelegd. Om de vraag te kunnen beoordelen of desondanks [eiseres] voor schade verband houdend met deze aanslagen aansprakelijk was, mocht van haar worden verwacht dat zij meer inzicht zou verschaffen in de afspraken die zij heeft gemaakt met [naam 2]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Nu er niet van kan worden uitgegaan dat [eiseres] zelf eigenaresse van [naam 1] was en aldus schade heeft geleden door het gestelde handelen van Adviesbureau [naam 2], is de vraag wat dan de hoedanigheid van [eiseres] is. Heeft zij de vordering gecedeerd gekregen (zoals zij ter comparitie heeft gesteld) of procedeert zij krachtens een opdracht/volmacht van [naam 2] (zoals gesteld in de akte uitlating)? Bovendien is de vraag hoe deze subsidiaire stelling zich verhoudt tot de stelling van [eiseres] dat zij zelf de schade heeft geleden. Die vragen kan de rechtbank op basis van de huidige stellingen van [eiseres] niet beantwoorden. Van [eiseres] mocht echter, zeker in de fase waarin de procedure nu verkeert, worden verwacht dat zij over deze zaken klip en klaar was. Nu zij de vereiste duidelijkheid niet heeft gegeven, dient reeds daarom de vordering te worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Adviesbureau [naam 2] worden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht		575,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	1.130,00</emphasis> (2,5 punt × tarief € 452,00)</para>
      <para>Totaal	€ 	1.705,00</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Adviesbureau [naam 2] tot op heden begroot op € 1.705,00.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2014.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>