<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2014:11316</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T12:25:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/14/156743 / HA RK 14-122</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:11316">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:11316</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-12-01T17:31:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2014:11316 Rechtbank Noord-Holland , 10-09-2014 / C/14/156743 / HA RK 14-122</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2014:11316:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2014:11316:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK ALKMAAR</bridgehead>
    <para>Wrakingskamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/14/156743 / HA RK 14-122</para>
      <para>Datum uitspraak	: 10 september 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis> op het schriftelijk verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brieven van 2 en 4 september 2014 heeft verzoeker een verzoek gedaan tot wraking van mr. M.S. Lamboo (hierna te noemen: de rechter) als behandelend rechter-commissaris in de bij deze rechtbank, locatie Alkmaar, aanhangige  zaak met insolventienummers C/14/12/157 R en /158 R.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter heeft niet berust in de wraking en heeft het verzoek – met opgave van verhinderdata – in handen gesteld van de griffier van de wrakingskamer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>BEOORDELING VAN HET VERZOEK </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>     Verzoeker heeft het verzoek tot wraking gedaan nadat een eerder verzoek tot wraking van verzoeker en diens echtgenote  ter zitting van de wrakingskamer van 10 juli 2014 in goed overleg was ingetrokken door beide verzoekende partijen. Thans heeft verzoeker opnieuw een wrakingsverzoek ingediend nadat de rechter op 15 augustus 2014 een voortgangsgesprek met de bewindvoerder en verzoeker en diens echtgenote had gehouden in de lopende schuldsaneringsregelingen. <?linebreak?><?linebreak?>Naar het oordeel van de wrakingskamer dient het verzoek wegens kennelijke<?linebreak?>niet-ontvankelijkheid buiten behandeling te worden gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft bij mailbericht van 2 september j.l. laten weten dat opnieuw een wrakingsproces moet plaatsvinden, <emphasis role="italic">niet wegens een persoonlijke kwestie jegens de rechter maar als een zakelijk optelsom. </emphasis><?linebreak?><?linebreak?>Bij mailbericht van 4 september j.l., met bijlagen, heeft verzoeker gronden aangevoerd.<?linebreak?>Dit stuk behelst, onder verwijzing naar bovengenoemd voortgangsgesprek waarvan het opgemaakte proces-verbaal een van de bijlagen vormt, een aantal kritiekpunten op handelen of nalaten van de bewindvoerder en/of de rechter(-commissaris). Verzoeker stelt dat de rechter haar controlerende taak jegens de bewindvoerder niet uitvoert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Onder verwijzing naar het hierboven genoemde wettelijke kader alsmede naar paragraaf 4.1. van het hierna te noemen wrakingsprotocol stelt de rechtbank voorop dat een verzoek tot wraking gemotiveerd dient te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten en omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of onafhankelijk zal zijn.<?linebreak?>Verzoeker heeft aan dit vereiste niet voldaan. Immers, de enkele omstandigheid dat verzoeker meent redenen te hebben voor kritiek op de werkwijze van zowel de bewindvoerder als de rechter levert geen feiten of omstandigheden op die erop wijzen dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Het verzoek mist dan ook iedere onderbouwing, zodat het zich niet leent voor inhoudelijke beoordeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1., in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank –  op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www. rechtspraak.nl/Rechtbank Noord-Holland/Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.<?linebreak?><?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>
        <?linebreak?>- stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. P.H.B. Littooy, voorzitter,  mr. P.G. Vroom en mr. <?linebreak?>L.J. Saarloos, leden van de wrakingskamer, en uitgesproken in tegenwoordigheid van<?linebreak?>mr. F. van den Brink, griffier, ter openbare terechtzitting van <emphasis role="bold">10 september 2014. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>