<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2014:10524</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T12:39:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-04-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2420964 CV EXPL 6889-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:10524">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:10524</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-11-10T10:05:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2014:10524 Rechtbank Noord-Holland , 24-04-2014 / 2420964 CV EXPL 6889-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2014:10524:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Personen en familierecht/verbintenissenrecht. Man betaalt rekeningen voor vriendin. Nadat samenwoning is verbroken vordert hij dat geld terug. Ktr. ‘Voorop gesteld moet worden dat ons recht geen algemene regel kent, die verplicht tot terugbetaling van bedragen, die tijdens het bestaan van een affectieve relatie door de ene partner ten behoeve van de ander zijn betaald. Dat is alleen anders indien daarover andersluidende afspraken zijn gemaakt.’</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2014:10524:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Afdeling privaatrecht</para>
  <para>Sectie kanton – locatie Zaandam</para>
  <parablock>
    <para>zaak/rolnr.: 2420964 / CV EXPL 6889-13</para>
    <para>datum uitspraak: 24 april 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">VONNIS VAN DE KANTONRECHTER </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [naam eiser]
    </title>
    <parablock>
      <para>te [plaats]</para>
      <para>eisende partij</para>
      <para>hierna te noemen [eiser]</para>
      <para>gemachtigde deurwaarder Schoonebeek,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam gedaagde]
    </title>
    <parablock>
      <para>te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde partij</para>
      <para>hierna te noemen [gedaagde]</para>
      <para>gemachtigde mr. C.G.M. Oosterwijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De procedure</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen [gedaagde]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierop heeft [gedaagde] geantwoord. Daarbij is een voorwaardelijke, zelfstandige tegenvordering ingesteld<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens zijn partijen ter terechtzitting verschenen voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. Daarvan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig in de vorm van een proces-verbaal worden uitgewerkt. Voorafgaande daaraan is [eiser] nog in de gelegenheid gesteld te antwoorden op de tegenvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vorderingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van € 3.909,82 met (verdere) rente en kosten. In hoofdsom (€ 3.545,75) gaat het daarbij om door [eiser], tijdens de inmiddels geëindigde samenwoning met [gedaagde], voor laatstgenoemde betaalde schulden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [gedaagde] vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] zal veroordelen aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 10.000,-- met rente en kosten, dit onder de voorwaarde dat deze tegenvordering alleen wordt ingesteld voor het geval de vordering van [eiser] toewijsbaar mocht blijken. Dit op grond van onrechtmatig handelen bestaande uit  stalking, bedreiging en het publiceren van naaktfoto’s op internet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De verweren</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verweren strekken tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de respectieve vorderingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze procedure zijn de volgende feiten voldoende komen vast te staan omdat deze niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist zijn gebleven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Partijen hebben enige tijd een affectieve relatie gehad waarbij zij hebben samengewoond in de  toenmalige woning van [eiser] te [Plaats]. Er is geen samenlevingscontract opgesteld. Deze relatie is inmiddels verbroken en partijen wonen beiden elders.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Gedurende de samenwoning hebben beide partijen de noodzakelijke huishoudelijke taken verricht en naar vermogen bijgedragen in de gezamenlijke kosten van de huishouding, waarvan het leeuwendeel voor rekening kwam van [eiser], die als enige een vast inkomen had.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Daarnaast heeft [eiser] gedurende de samenwoning een aantal voor [gedaagde] bestemde rekeningen betaald en wel tot een bedrag groot € 3.545,76. Nadat de affectieve relatie was geëindigd, heeft [eiser] tevergeefs terugbetaling van dat bedrag geëist.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor wat betreft de vordering van [eiser] is in geschil, of [gedaagde] kan worden verplicht tot terugbetaling van de door [eiser] ten behoeve van haar betaalde schulden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorop gesteld moet worden, dat ons recht geen algemene regel kent, die verplicht tot terugbetaling van bedragen, die tijdens het bestaan van een affectieve relatie door de ene partner ten behoeve van de ander zijn betaald. Dat is alleen anders, indien daarover andersluidende afspraken zijn gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] stelt dat dit is gebeurd, maar die stelling is betwist en niet, althans onvoldoende  bewezen. Ter zake is geen voldoende concreet (nader) bewijsaanbod gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat betekent dat de vordering van [eiser] als ongegrond moet worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat de voorwaarde, waaronder de tegenvordering van [gedaagde] is ingesteld, niet is vervuld, behoeft daarop niet te worden ingegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Over de proceskosten moet worden beslist zoals hierna bepaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij wordt [eiser] ook veroordeeld tot betaling van maximaal € 100,-- aan nasalaris, voor zover ter uitvoering van de hiervoor bedoelde proceskostenveroordeling daadwerkelijk nakosten door [gedaagde] worden gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Voor wat betreft de vordering:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering wordt afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 400,-- wegens salaris van de gemachtigde. Deze proceskosten moeten binnen veertien dagen na heden aan [gedaagde] worden betaald, bij gebreke waarvan daarover de wettelijke rente verschuldigd is, vanaf laatstbedoelde datum totdat is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] wordt verder veroordeeld tot betaling van maximaal € 100,-- aan nasalaris, voor zover ter uitvoering van de hiervoor uitgesproken proceskostenveroordeling daadwerkelijk nakosten door [gedaagde] worden gemaakt;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Voor wat betreft de tegenvordering: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verstaat dat niet behoeft te worden beslist op de tegenvordering omdat de voorwaarde waaronder deze is ingesteld niet is vervuld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 april 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>