<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2013:7648</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T14:32:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBNHO:2013:7461</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 13/2719 en 13/2720</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;g=2013-08-28">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2013:7648">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2013:7648</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-28T16:20:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2013:7648 Rechtbank Noord-Holland , 09-07-2013 / HAA 13/2719 en 13/2720</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2013:7648:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Door toedoen van eiser is het huisbezoek niet doorgegaan. Hij heeft dit min of meer onmogelijk gemaakt. Dat komt voor rekening van eiser. Het beroep is ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2013:7648:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: HAA 13/2719 en 13/2720</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in het beroep en op het verzoek om voorlopige voorziening ter zitting van 9 juli 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde mr. B.B.A. Willering</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer</emphasis>,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 22 maart 2013 heeft verweerder eisers aanvraag om toekenning van een uitkering in het kader van de Wet werk en bijstand (Wwb) afgewezen, omdat verweerder eisers recht op bijstand niet kon vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 3 mei 2013 heeft verweerder eisers bezwaar tegen dit besluit ongegrond verklaard. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder nr. HAA 13-2719. Voorts heeft eiser de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder nr. HAA 13-2720.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>Ter zitting is eiser, bijgestaan door mr. B.B.A. Willering, verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde, mr. S. Sewtahal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het beroep ongegrond verklaard;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>Gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>In artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak, als hij van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter ziet aanleiding in dit geval van deze bevoegdheid gebruik te maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Uit de stukken en het verhandelde ter zitting komt naar voren dat er op 7 maart 2013 voor verweerder een dringende reden bestond om bij eiser een huisbezoek af te leggen. Bovendien heeft eiser op die datum een formulier ondertekend waarin duidelijk stond vermeld wat de eventuele gevolgen zouden zijn van het weigeren van medewerking aan het huisbezoek. Er was dus sprake van ‘informed consent’.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat in casu sprake was van weigering van de medewerking aan het huisbezoek. Het moge weliswaar zo zijn dat eiser niet letterlijk heeft gezegd dat de medewerkers van verweerder eisers woning niet mochten binnengaan, het is wel zo dat het huisbezoek door toedoen van eiser niet heeft plaatsgevonden. Eiser heeft dit huisbezoek zelf min of meer onmogelijk gemaakt. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding te twijfelen aan hetgeen verweerders handhavingsmedewerker [naam 2] in de rapportage van 11 maart 2013 heeft gerelateerd. Hierin staat niet vermeld dat eiser, zoals hij ter zitting heeft verklaard, eerst zijn broer wilde bellen om te verifiëren wat deze in het telefoongesprek tegen [naam 2] had gezegd. De voorzieningenrechter volgt eiser hierin dan ook niet. Voor zover het ervoor moet worden gehouden dat eisers broer geen toestemming had gegeven voor het huisbezoek, komt deze omstandigheid ingevolge vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, voor rekening van eiser.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiser het huisbezoek heeft geweigerd. Het beroep is dan ook ongegrond. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het desbetreffende verzoek dan ook af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter deelt tot slot mede dat, voor zover in deze uitspraak is beslist op het beroep, hiertegen hoger beroep openstaat bij de Centrale Raad van Beroep. Dit hoger beroep moet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak worden ingesteld. Voor zover in deze uitspraak is beslist op het verzoek om voorlopige voorziening, staat hiertegen geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2013 te Haarlem door mr. M.P. de Valk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van P.M. van der Pol, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier	voorzieningenrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Afschrift verzonden:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>