<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2013:5696</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T15:08:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/14/140737 / FA RK 12-750</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2013:5696">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2013:5696</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-07T13:27:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2013:5696 Rechtbank Noord-Holland , 03-07-2013 / C/14/140737 / FA RK 12-750</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2013:5696:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WSNP, op verzoek nominale correctie in verband met kinderalimentatie</para>
      <para> </para>
      <parablock>
        <para>Samenvatting:</para>
        <para>Uit de beschikking van de rechter-commissaris blijkt dat bij het berekenen van het VTLB op verzoek van de vrouw rekening is gehouden met een nominale correctie in verband met de kinderalimentatie van € 136,00 (normbedrag) per maand. Voor de vaststelling hiervan is volgens de rechter-commissaris rekening gehouden met de bijzondere situatie dat enerzijds de man in de schuldsaneringsregeling zit en voor zijn schuldeisers moet sparen, en anderzijds dat de vrouw zich geen inkomsten kan verwerven gezien haar lichamelijke en geestelijke gesteldheid. Bovendien is de financiële situatie van de huidige partner van de vrouw zodanig dat er geen financiële ruimte is om de vrouw te onderhouden, alsmede voor iets extra’s ten behoeve van de minderjarige dochter, aldus de rechter-commissaris. Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank zal bepalen dat de man met ingang van de datum van de beschikking van de rechter-commissaris aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige van € 136,00 per maand dient te voldoen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2013:5696:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-HOLLAND</title>
    <parablock>
      <para>Afdeling Privaatrecht</para>
      <para>Sectie Familie &amp; Jeugd</para>
      <para>RvD</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/14/140737 / FA RK 12-750</para>
      <para>datum: 3 juli 2013</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [man],</para>
      <para>wonende te Sint Maarten, gemeente Schagen,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>advocaat mr. P.J.M. Ros,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [vrouw],</para>
      <para>wonende te Tuitjenhorn, gemeente Schagen,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>advocaat mr. J.W. Schuit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen verder ook worden aangeduid als de vrouw en de man.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van de procedure en de feiten verwijst de rechtbank naar haar tussenbeschikking van 29 mei 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij voornoemde beschikking heeft de rechtbank de behandeling van de zaak aangehouden tot 26 juni 2013 pro forma en bepaald dat de vrouw de rechtbank uiterlijk op 21 juni 2013 zal berichten of de rechter-commissaris op verzoek van de vrouw bij het bepalen van het vrij te laten bedrag (VTLB) rekening zal houden met de door de man te betalen onderhoudsbijdrage, en zo ja met welk bedrag en met ingang van welke datum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij bericht van 5 juni 2013 heeft de rechtbank een afschrift van het door de vrouw bij de rechter-commissaris ingediende verzoek ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij bericht van 20 juni 2013 heeft de vrouw de rechtbank de VTLB beschikking van 20 juni 2013 van de rechter-commissaris doen toekomen. Uit deze beschikking blijkt dat bij het berekenen van het VTLB rekening is gehouden met een nominale correctie in verband met de kinderalimentatie van € 136,00 (normbedrag) per maand. Voor de vaststelling hiervan is  volgens de rechter-commissaris rekening gehouden met de bijzondere situatie dat enerzijds de man in de schuldsaneringsregeling zit en voor zijn schuldeisers moet sparen, en anderzijds dat de vrouw zich geen inkomsten kan verwerven gezien haar lichamelijke en geestelijke gesteldheid. Bovendien is de financiële situatie van de huidige partner van de vrouw zodanig dat er geen financiële ruimte is om de vrouw te onderhouden, alsmede voor iets extra’s ten behoeve van de minderjarige dochter, aldus de rechter-commissaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>DE BEHANDELING VAN DE ZAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank zal bepalen dat de man met ingang van de datum van de beschikking van de rechter-commissaris aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige van € 136,00 per maand dient te voldoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>DE BESLISSING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt een door de man met ingang van 20 juni 2013 aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige van € 136,00 per maand, telkens, voor zover het nog niet vervallen termijnen betreft, bij vooruitbetaling te voldoen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Friedberg, rechter, lid van gemelde kamer, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2013 in tegenwoordigheid van mr. R.M. van Diepen, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>