<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2013:13929</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-25T11:40:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/200265 / JU RK 13-188</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2013:13929">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2013:13929</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-25T11:40:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2013:13929 Rechtbank Noord-Holland , 04-03-2013 / C/15/200265 / JU RK 13-188</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2013:13929:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De ouders hebben verzocht de ondertoezichtstelling tussentijds te beëindigen op grond van artikel 1:256 BW. De kinderrechter heft de ondertoezichtstelling op. Daartoe is allereerst redengevend dat aannemelijk is dat de ouders bereid zijn hulpverlening in het vrijwillige kader te accepteren, en dat zij gebruik zullen blijven maken van het aanbod van [] zolang deze dat nodig oordeelt. Voor zover de door de gezinsvoogd en de Raad aangeduide zorgen aldus niet zouden worden weggenomen, zijn deze te weinig concreet en onvoldoende zwaarwegend om continuering van de maatregel te rechtvaardigen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2013:13929:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para>Sectie Familie &amp; Jeugd</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>opheffen ondertoezichtstelling</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rekestnr.: C/15/200265 / JU RK 13-188</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de kinderrechter van 4 maart 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>naar aanleiding van een verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de ouders],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in [woonplaats],</para>
      <para>hierna te noemen: de ouders,</para>
      <para>advocaat: mr. J.T. Willemsen, kantoorhoudende te Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tot opheffing van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen</para>
    </parablock>
    <para>-	<emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats], en</para>
    <para>-	<emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],	</para>
    <para>beiden verblijvend bij de ouders, </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>welke ondertoezichtstelling wordt uitgevoerd door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling Jeugdbescherming, locatie Haarlem</emphasis>, hierna te noemen: de Stichting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gezag over de minderjarigen wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift, met bijlagen, van de ouders, ingekomen op 11 februari 2013;</para>
      <para>- een brief van de Stichting aan de ouders van 20 februari 2013;</para>
      <para>- een brief van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), ingekomen op 21 februari 2013;</para>
      <para>- de pleitaantekeningen van de advocaat van de ouders, overgelegd ter zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <parablock>
        <para>De kinderrechter heeft het verzoek behandeld op de zitting met gesloten deuren van 4 maart 2013.</para>
        <para>Hierbij zijn verschenen en gehoord:</para>
      </parablock>
      <para>- de ouders, bijgestaan door mr. J.T. Willemsen;</para>
      <para>- de Raad, vertegenwoordigd door [medewerkster];</para>
      <para>- de Stichting, vertegenwoordigd door [medewerkster];</para>
      <para>- [psycholoog], psycholoog, hierna: [psycholoog].</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten en omstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 augustus 2012 heeft de kinderrechter de minderjarigen voorlopig onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling vervolgens definitief is uitgesproken en thans nog voortduurt tot 1 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ouders hebben verzocht de ondertoezichtstelling tussentijds te beëindigen op grond van artikel 1:256 BW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De ouders hebben ter zitting aangevoerd dat de gronden voor een ondertoezicht-stelling niet langer aanwezig zijn. De advocaat van de ouders heeft daaraan toegevoegd dat momenteel geen sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling van de minderjarigen <?linebreak?>en dat hulpverlening in een vrijwillig kader plaatsvindt en, zo nodig, zal blijven plaatsvinden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [psycholoog] heeft aangegeven meermalen met zowel de ouders als [minderjarige] gesproken te hebben. Zij heeft geen aanwijzingen dat bij [minderjarige] sprake is van autisme of een daaraan verwante stoornis. Alle leden van het gezin hebben de spoeduithuisplaatsing van de kinderen als een traumatische gebeurtenis ervaren. [minderjarige] maakt nu een inhaalsprong en is zich emotioneel aan het ontwikkelen. De ouders functioneren als ouders zo lang er geen bemoeienis is van instanties. Is die er wel, dan eist dat alle aandacht op en gaan de hakken in het zand. De ouders zien haar als vertrouwenspersoon. Met de ouders heeft zij afgesproken als psycholoog bij het gezin betrokken te blijven; als zodanig heeft zij onder omstandigheden een meldingsplicht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>De gezinsvoogd heeft aangegeven dat er nog steeds zorgen zijn over de ontwikkeling van de minderjarigen. Zij zou daarom de resterende termijn willen gebruiken om de vinger aan de pols te houden. </para>
        <para>De Raad is van mening dat de zorgen sinds het uitspreken van de ondertoezichtstelling niet, althans onvoldoende, zijn afgenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De kinderrechter is op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting <?linebreak?>van oordeel dat de gronden die destijds tot de ondertoezichtstelling hebben geleid, niet meer aanwezig zijn. Daartoe is allereerst redengevend dat aannemelijk is dat de ouders bereid zijn hulpverlening in het vrijwillige kader te accepteren, en dat zij gebruik zullen blijven maken van het aanbod van [psycholoog] zolang deze dat nodig oordeelt. Voor zover de door de gezinsvoogd en de Raad aangeduide zorgen aldus niet zouden worden weggenomen, zijn deze te weinig concreet en onvoldoende zwaarwegend om continuering van de maatregel te rechtvaardigen.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Gelet op het vorenoverwogene zal het verzoek worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>Heft de ondertoezichtstelling van de minderjarigen<?linebreak?><?linebreak?>-	<emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis></para>
        <para>-	</para>
        <para>op met ingang van 4 maart 2013.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.L. Diender, kinderrechter, in tegenwoordigheid van E. Golić-Čamdžić, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2013.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking kan – voorzover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze aan hen op andere wijze bekend is geworden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>