<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2013:13174</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T01:23:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB-13_4828 en 13-4821</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;g=2014-02-10">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2013:13174">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2013:13174</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-02-10T10:02:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2013:13174 Rechtbank Noord-Holland , 24-12-2013 / AWB-13_4828 en 13-4821</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2013:13174:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is naar voren gekomen dat eiser in de periode in geding zowel geregistreerde auto’s als niet-geregistreerde auto’s op zijn naam heeft gehad en dat hij die auto’s heeft geëxporteerd naar landen in Afrika. Ook is naar voren gekomen dat eiser in deze periode inkomsten heeft gehad. Hier staan weliswaar uitgaven tegenover, maar eiser heeft er blijkbaar niet voor gekozen zijn inkomsten primair te besteden aan de eerste levensbehoeften, de premie ziektekostenverzekering en de huur. Voorts is komen vast te staan dat eiser nog steeds auto’s op zijn naam heeft staan. Het beroep is ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2013:13174:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: HAA 13/4828 en 13/4821 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van 24 december 2013 in de zaken tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde mr.drs. M.A.M. Karsten</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad,</bridgehead>
    <para>verweerder.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 29 mei 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder de uitkering die eiser ontving in het kader van de Wet werk en bijstand (Wwb) per 1 januari 2013 ingetrokken, omdat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden, waardoor zijn recht op bijstand niet is vast te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 16 oktober 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder nr. HAA 13/4821. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder nr. HAA 13/4828.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 december 2013. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden, mr. M.G. Böhm en R.P. Stroo. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2</nr>
      <para>De toetsingsperiode in deze zaak betreft de periode tussen 1 januari 2013 en 30 mei 2013. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is naar voren gekomen dat eiser in voormelde periode zowel geregistreerde auto’s als niet-geregistreerde auto’s op zijn naam heeft gehad en dat hij die auto’s heeft geëxporteerd naar landen in Afrika. Ook is naar voren gekomen dat eiser in deze periode inkomsten heeft gehad. Hier staan weliswaar uitgaven tegenover, maar eiser heeft er blijkbaar niet voor gekozen zijn inkomsten primair te besteden aan de eerste levensbehoeften, de premie ziektekostenverzekering en de huur. Voorts is komen vast te staan dat eiser nog steeds auto’s op zijn naam heeft staan.	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat niet kan worden gezegd dat de door verweerder genomen beslissing op bezwaar als onrechtmatig moet worden aangemerkt. <?linebreak?>Dit betekent dat het beroep ongegrond is. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Eiser heeft inmiddels op 4 oktober 2013 een nieuwe Wwb-aanvraag ingediend. In het  kader hiervan heeft verweerder eiser bij brief van 5 december 2013 tot 3 januari 2014 in de gelegenheid gesteld alsnog de benodigde stukken in te leveren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter deelt tot slot mede dat tegen deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep, binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep kan worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Voor zover de uitspraak betrekking heeft op het verzoek om voorlopige voorziening, staat hiertegen geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.M. van der Pol, griffier, op 24 december 2013.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier	voorzieningenrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>