<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2013:12611</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T10:07:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/14/149593 / HA RK 13-124</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2013:12611">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2013:12611</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-12-19T16:59:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2013:12611 Rechtbank Noord-Holland , 18-12-2013 / C/14/149593 / HA RK 13-124</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2013:12611:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek. Kennelijk niet-ontvankelijk. Verzoek is niet onderbouwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2013:12611:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>RECHTBANK ALKMAAR</para>
  <para>Wrakingskamer</para>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: C/14/149593 / HA RK 13-124</para>
    <para>Datum uitspraak	: 18 december 2013</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis> op het mondeling verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Mr. B.W.M. Zegers,</title>
    <parablock>
      <para>kantoorhoudende te Edam, </para>
      <para>handelend in zijn hoedanigheid als advocaat van [verzoeker],</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1	PROCESVERLOOP</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 16 december 2013 heeft verzoeker een verzoek gedaan tot wraking van </para>
      <para>mr. J.J. van der Valk (hierna te noemen: de rechter) als behandelend rechter in de bij deze rechtbank, sectie kanton locatie Zaandam, aanhangige zaak met zaaknummer 2151 CV EXPL 13-4552. <?linebreak?>De griffier heeft proces-verbaal opgemaakt van de zitting (een zogenoemde comparitie van partijen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter heeft niet berust in de wraking en heeft het door zijn griffier in het proces-verbaal weergegeven verzoek in handen gesteld van de griffier van de wrakingskamer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>BEOORDELING VAN HET VERZOEK </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft deze rechter bij schriftelijk verzoek van 14 oktober 2013 gewraakt. Dat verzoek is door de wrakingskamer bij beslissing van 29 oktober 2013 buiten behandeling gesteld wegens kennelijk niet-ontvankelijkheid van verzoeker. Vervolgens is een comparitie van partijen gelast en de datum van die zitting bepaald op 16 december 2013.<?linebreak?>Het onderhavige verzoek is dus het tweede verzoek van verzoeker tegen deze rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij partijdig is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid moet objectief gerechtvaardigd zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat verzoeker heeft aangevoerd dat de rechter niet in het nevenfunctieregister heeft aangegeven dat hij lid is van een lokale rotaryclub en dat hij dat wel had moeten doen. De rechter voldoet daarmee niet aan de wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter heeft hierop gereageerd door te erkennen dat hij lid is van een rotaryclub, maar dat hij niet vindt dat hij dat in het register had moeten doen opnemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer merkt op dat voor haar niet vaststaat dat bedoeld lidmaatschap door de rechter vermeld had moeten worden in het register nevenfuncties voor leden van de rechterlijke macht. Dat kan echter verder in het midden blijven in verband met het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een verzoek tot wraking dient gemotiveerd te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten en omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of niet onafhankelijk zal zijn.<?linebreak?>Door de enkele verwijzing door verzoeker naar het lidmaatschap van de rechter van de rotaryclub heeft verzoeker niet aan dit vereiste voldaan. Immers, zonder nadere onderbouwing valt niet in te zien dat het lidmaatschap van bedoelde club zou kunnen leiden tot het oordeel dat er een objectief gerechtvaardigde vrees is voor partijdigheid.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1. in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank –  op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www. rechtspraak.nl/ Organisatie/ Rechtbanken/ Rechtbank Noord-Holland/ Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.<?linebreak?><?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>
        <?linebreak?>- stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, en uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.E. van den Bergh, griffier, ter openbare terechtzitting van <emphasis role="bold">18 december 2013. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>