<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:927</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-12T15:58:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-03-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/164937.25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:927">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:927</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-12T09:26:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:927 Rechtbank Midden-Nederland , 12-03-2026 / 16/164937.25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:927:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WWM. Voorhanden hebben van twee automatische vuurwapens, waaronder een pistoolmitrailleur en bijbehorende munitie is wettig en overtuigend bewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:927:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16-164937-25 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 12 maart 2026 in de strafzaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,                                 </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>verblijvende op het adres: [adres] , [postcode] [plaats] ,</para>
      <para>(hierna: de verdachte).</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 26 februari 2026. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting waren aanwezig:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verdachte;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie: mr. J.P. Jansen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de advocaat van de verdachte: mr. D.C. Dorrestein.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>op 20 mei 2025 te Utrecht, samen met een ander, een pistoolmitrailleur van het merk/model Heckler &amp; Koch MP5, geschikt om automatisch te vuren, en 26 scherpe patronen, voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 20 mei 2025 te Utrecht, samen met een ander, een pistool van het merk Glock model 23, geschikt om volautomatisch te vuren, en 6 scherpe patronen, voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage II bij dit vonnis.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijs </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte  de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde feiten. De verdachte heeft niet de daadwerkelijke beschikkingsmacht over de wapens gehad, gelet op het zeer korte tijdsbestek dat hij de wapens in handen had. De feitelijke beschikkingsmacht is bij de medeverdachte gebleven. Ook ontbreekt het bewijs dat de verdachte de genoemde hoeveelheden munitie voorhanden heeft gehad. Daarnaast heeft de verdachte aangegeven dat de wapens mogelijk nepwapens betroffen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen feiten 1 en 2</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 en 2 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Voorhanden hebben </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling wegens het voorhanden hebben van een wapen of munitie in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (hierna: WWM) is vereist dat de verdachte een wapen of munitie bewust aanwezig heeft gehad. </para>
          <para>De in de rechtspraak van de Hoge Raad in dit verband gebruikte aanduiding van</para>
          <para> de ‘meer of minder mate van bewustheid’ geeft aan dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het wapen of de munitie, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of die munitie. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad.<footnote-ref linkend="_f5400487-da75-4105-bf9e-8dd7fe00cb92" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voorts is vereist dat de verdachte feitelijke macht over het wapen of de munitie kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. Daarvoor hoeft het wapen of de munitie zich niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. In bijzondere gevallen volstaat de enkele mogelijkheid tot het uitoefenen van feitelijke macht over het wapen of de munitie niet voor het oordeel dat de verdachte dat wapen of die munitie</para>
          <para>voorhanden had in de zin van artikel 26 WWM. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer</para>
          <para>iemand onverhoeds of ongewild kortstondig een wapen of munitie van een ander in handen</para>
          <para>krijgt of wanneer iemand onverwacht kennis krijgt van de aanwezigheid in zijn nabijheid van</para>
          <para>een wapen of munitie van een ander, terwijl hij redelijkerwijs daarvan niet direct afstand kan</para>
          <para>nemen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de verdachte de wapens en munitie voorhanden heeft gehad.</para>
          <para>De verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zijn samen te zien op bewegende beelden die zijn gevonden in de telefoon van  [medeverdachte 1] . Op één filmpje  is te zien dat de verdachte een automatisch wapen en medeverdachte [medeverdachte 1] een handpistool in handen heeft. [medeverdachte 1] kijkt lachend, richtend en zwaaiend met het wapen op het ritme van de harde muziek op de achtergrond in de camera. Na 7 seconden is ook verdachte met het door hem vastgehouden automatisch wapen in beeld, hij dringt naar voren richting camera en toont het automatisch wapen dat hij in zijn handen heeft. In een ander filmpje zegt de verdachte: “<emphasis role="italic">we gaan killen</emphasis>”, waarbij [medeverdachte 1] het door hem vastgehouden vuurwapen op de camera richt. Ook is te zien dat de verdachte een vuurwapen van [medeverdachte 1] overneemt, waarna [medeverdachte 1] een ander vuurwapen pakt. Vervolgens is te zien dat [medeverdachte 1] de patroonhouder uit zijn vuurwapen haalt en laat zien dat er patronen in zitten.</para>
          <para>Uit deze beelden volgt dat de verdachte de twee vuurwapens en munitie bewust en vrijwillig voorhanden heeft gehad en daarover heeft kunnen beschikken.. Gelet op de nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte 1] die op de beelden te zien is, is ook het medeplegen bewezen. Dat het slechts om een kort filmpje gaat doet daar niet aan af. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank gaat  voorbij aan het standpunt van de verdachte dat het mogelijk om nepwapens zou gaan. Op de beelden is duidelijk te zien is dat er munitie uit de patroonhouder valt, wat een aanwijzing is dat sprake is van een echt vuurwapen. Daarnaast heeft de verdachte ter zitting aangegeven dat hij in dit opzicht ‘niet bepaald kritisch was’, zodat hij ten minste voorwaardelijk opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van de echte vuurwapens en munitie.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>op 20 mei 2025 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, <?linebreak?>- een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een<?linebreak?>vuurwapen, pistoolmitrailleur, van het merk/model Heckler &amp; Koch MP5, kaliber<?linebreak?>9x19mm, zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren<?linebreak?>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- munitie van categorie III van de wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid<?linebreak?>scherpe kogelpatronen,<?linebreak?>voorhanden heeft gehad;<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="bold">feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>op 20 mei 2025 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, <?linebreak?>- een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een<?linebreak?>vuurwapen, pistool, van het merk Glock, model 23, kaliber .40, zijnde een<?linebreak?>vuurwapen geschikt/bestemd om volautomatisch te vuren<?linebreak?>en<?linebreak?>- munitie van categorie III van de wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid<?linebreak?>scherpe kogelpatronen,<?linebreak?>voorhanden heeft gehad.<?linebreak?></para>
        <para>De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Kwalificatie</emphasis>
        </para>
        <para>De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2º </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2º </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafbaarheid feiten en verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De feiten en de verdachte zijn strafbaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:</para>
        <para>- een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, onder de voorwaarden die de reclassering adviseert.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat voert aan dat de rechtbank rekening dient te houden met de hardhandige aanhouding van de verdachte. De verdachte heeft slechts een gering aandeel gehad bij het plegen van de feiten en hij was onder invloed van alcohol. De verdachte is verslaafd aan alcohol en hij wil daarvoor graag worden behandeld. De verdachte kan zich vinden in de voorwaarden die de reclassering adviseert. De advocaat verzoekt een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest om te voorkomen dat de verdachte weer wordt teruggeworpen. De verdachte is meer gebaat bij hulp dan bij simpelweg afstraffen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden in haar oordeel mee. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte was op 20 mei 2025 in de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] en had daar mede de beschikking over de twee automatische vuurwapens, waaronder een pistoolmitrailleur, en munitie. De verdachte heeft op 20 mei 2025 samen met medeverdachte [medeverdachte 1] twee korte filmpjes gemaakt, waarbij de wapens worden getoond, er op de camera wordt gericht en verdachte zegt “<emphasis role="italic">we gaan killen</emphasis>”. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het voorhanden hebben van  schietklare vuurwapens en van de bijbehorende munitie  zijn zeer ernstige strafbare feiten. Dergelijke gedragingen brengen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee en maken een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Het is een feit van algemene bekendheid dat het voorhanden hebben van vuurwapens in zeer veel gevallen tot het gebruik daarvan leidt, met vaak dodelijke of zwaargewonde slachtoffers tot gevolg. Dergelijke feiten dragen daardoor bij aan gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De ernst van de feiten wordt voor de rechtbank nog versterkt doordat de verdachte lichtvaardig met deze wapens is omgesprongen door deze in handen te nemen terwijl hij onder invloed was van alcohol.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafkader</emphasis>
        </para>
        <para>Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten (LOVS). Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor het voorhanden hebben </para>
      </parablock>
      <para>- van een automatisch vuurwapen in een woning is onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden;</para>
      <para>- van een pistool in de openbare ruimte is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden. </para>
      <para>Dit is het uitgangspunt bij het bepalen van de straf die passend is in deze zaak. Dat de feiten in vereniging zijn gepleegd is strafverzwarend. De rechtbank houdt er rekening mee dat de wapens niet van de verdachte (zelf) waren en hij de wapens een beduidend kortere tijd voorhanden heeft gehad dan zijn medeverdachte. In dat opzicht heeft de verdachte een  geringer aandeel gehad in het plegen van de feiten dan medeverdachte [medeverdachte 1] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:</para>
      </parablock>
      <para>- het strafblad van de verdachte van 15 januari 2026;</para>
      <para>- het reclasseringsadvies van 17 februari 2026.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafblad blijkt dat de verdachte eerder meermalen is veroordeeld maar niet voor het soort feiten waarvoor hij nu terechtstaat. De rechtbank kent aan het strafblad geen strafvermeerderende of strafverminderende betekenis toe. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het reclasseringsadvies wordt vermeld dat er sprake is van een lopend toezicht. Verdachte is niet verschenenop het adviesgesprek zodat het advies is gebaseerd op dossierinformatie. Daaruit blijkt dat het sociaal netwerk als criminogeen is aan te duiden, zo ook de ernstige verslavingsproblematiek van de verdachte, die tevens is aan te duiden als een belemmerende factor en die dringend bewerking behoeft. De psychische problemen van de verdachte gelden als onderliggende risicofactor en vraagt om interventie, aangezien uitvoering van nadere diagnostiek wenselijk is. De voormelde psychische problematiek hangt vermoedelijk samen met de verslavingsproblematiek. Naast deze factoren zijn er op alle overige leefgebieden problemen aanwezig, zoals de dakloosheid, schuldenproblematiek,  het ontbreken van een dagbesteding en de problemen met de ex-partner en met familie. Het ontbreekt aan beschermende factoren. De hoeveelheid en ernst van de problemen zijn groot. Er is al herhaaldelijk geprobeerd om die problemen aan te pakken in zowel een ambulant  als klinisch kader, maar niet forensisch. Deze kaders hebben echter geen duurzaam resultaat gehad. De reclassering schat het recidive risico in op gemiddeld en adviseert een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf onder de volgende voorwaarden: een meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling met mogelijk een kortdurende opname van maximaal7 weken, begeleid wonen of verblijf in een maatschappelijke opvang, een contactverbod, dagbesteding, aflossing van schulden en beheersing van middelengebruik.  <?linebreak?></para>
        <para>Alles overziend acht de rechtbank de volgende straf passend en geboden : een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van de tijd die is doorgebracht in voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Als voorwaarden gelden de algemene voorwaarden en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank op grond van de oriëntatiepunten een andere straf passend vindt, zoals hiervoor uiteengezet. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, met de officier van justitie en de advocaat, van oordeel dat de in beslag genomen voorwerpen kunnen worden teruggegeven aan de verdachte. Dit geldt niet voor de goudkleurige iPhone omdat de verdachte ter zitting heeft verklaard dat die niet van hem is zodat deze dient te worden teruggegeven aan de redelijkerwijs te beschouwen rechthebbende.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toegepaste wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, van het Wetboek van Strafrecht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>artikelen 26, 54, 55 van de Wet wapens en munitie.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart <emphasis role="bold">bewezen</emphasis> dat de verdachte het feit 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde <emphasis role="bold">strafbaar</emphasis> en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4 is vermeld; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de verdachte <emphasis role="bold">strafbaar</emphasis> voor het onder 3.4 bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 18 maanden</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para>- bepaalt dat van de gevangenisstraf <emphasis role="bold">een gedeelte van 6 maanden</emphasis>, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast; </para>
    <para />
    <para>- stelt daarbij als <emphasis role="bold">algemene voorwaarden</emphasis>: </para>
    <para>- als voorwaarden gelden dat verdachte: </para>
    <parablock>
      <para>* 	zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      <para>* 	ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      <para>* 	medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt daarbij als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis>:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Meldplicht bij reclassering</emphasis>
      </para>
      <para>* dat de verdachte zich meldt gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen vijf dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Inforsa op</para>
      <para>het adres Wittevouwenkade 6 te Utrecht. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Opneming in een zorginstelling</emphasis>
      </para>
      <para>* dat de verdachte zich tijdens de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door een forensische kliniek, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek, woonproblematiek en/of andere aanwezige problematiek. </para>
      <para>Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname</emphasis>
      </para>
      <para>* dat de verdachte zich gedurende de proeftijd in het kader van nazorg, aansluitend aan de klinische behandeling, laat behandelen door een forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek, woonproblematiek en/of andere aanwezige problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken.</para>
      <para>Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/ crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende</para>
      <para>klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang</emphasis>
      </para>
      <para>* dat de verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor verblijfszorg, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de klinische behandeling. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Contactverbod</emphasis>
      </para>
      <para>* dat de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met: medeverdachte(n) de heren [medeverdachte 1] geboren [geboortedatum] -1999, [medeverdachte 2] geboren [geboortedatum] -1984 en [medeverdachte 3] geboren [geboortedatum] -1975, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het contact.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Dagbesteding</emphasis>
      </para>
      <para>* dat de verdachte zich in spant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Aflossing schulden</emphasis>
      </para>
      <para>* dat de verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Betrokkene geeft de reclassering inzicht in zijn/haar financiën en schulden; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beheersing middelengebruik</emphasis>
      </para>
      <para>* dat de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit [urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest]. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">beslag ten aanzien van feit 1 en feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de <emphasis role="bold">teruggave aan verdachte</emphasis> van de volgende voorwerpen:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Apple Iphone, zwart, goednummer G858056;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Apple Macbook, goednummer G858052;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Apple IPhone, goednummer G3535285;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Apple laptop, goednummer 858052;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>HP laptop, goednummer 858051;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Redmi telefoon, goednummer 858053;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Harde schijf van Apple laptop, goednummer 879823;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Samsung galaxy A33, goednummer G858055;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- gelast de bewaring van het navolgende voorwerp, met als doel <emphasis role="bold">teruggave aan de redelijkerwijs rechthebbende</emphasis>:</para>
    <para> Apple IPhone XS, goudkleurig, goednummer G3535285.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mr. J. Edgar en mr. M.J. Terstegge, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier </para>
      <para>en is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I: De tenlastelegging </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1<?linebreak?>hij op of omstreeks 20 mei 2025 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in<?linebreak?>vereniging met anderen, althans alleen,<?linebreak?>- een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een<?linebreak?>vuurwapen, pistoolmitrailleur, van het merk/model Heckler &amp; Koch MP5, kaliber<?linebreak?>9x19mm, zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren<?linebreak?>en/of<?linebreak?>- munitie van categorie III van de wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid<?linebreak?>(26) scherpe kogelpatronen,<?linebreak?>voorhanden heeft gehad;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2<?linebreak?>hij op of omstreeks 20 mei 2025 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in<?linebreak?>vereniging met anderen, althans alleen,<?linebreak?>- een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een<?linebreak?>vuurwapen, pistool, van het merk Glock, model 23, kaliber .40, zijnde een<?linebreak?>vuurwapen geschikt/bestemd om volautomatisch te vuren<?linebreak?>en/of<?linebreak?>- munitie van categorie III van de wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid<?linebreak?>(6) scherpe kogelpatronen,<?linebreak?>voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie, art 27 lid 1 Wet wapens en munitie, art 47 lid 1<?linebreak?>ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage II: Bewijsmiddelen</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_c6f94e95-fc53-4c61-94d8-b36630fb5db1" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft op 26 februari 2026 bekend dat hij te zien is op twee filmpjes die zijn gevonden in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit onderzoek aan de in beslag genomen telefoon Apple iPhone 14 Pro Max van medeverdachte [medeverdachte 1]<footnote-ref linkend="_7451a33b-245b-45a1-a238-cb618eba8b49" /> blijkt dat daarop een video is aangetroffen van 20 mei 2025<footnote-ref linkend="_e800eacd-faf7-49db-b803-6ef97d73eedd" /> waarop persoon te zien met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand. Dit vermoedelijke vuurwapen lijkt een Glock te betreffen. De persoon toont zeer sterke uiterlijke gelijkenissen met [medeverdachte 1] .<footnote-ref linkend="_96ca85b2-ecd0-47a3-8cd3-570dfcaae66a" />Op de video is muziek te horen. Te zien is dat [medeverdachte 1] met zijn lichaam meebeweegt op de muziek en hierbij het vermoedelijke vuurwapen heen en weer beweegt/draait voor de camera. Na zeven seconden verschijnt er een tweede persoon in het beeld van de video. Deze persoon heeft een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen. Dit vermoedelijke vuurwapen lijkt op een Heckler &amp; Koch MP5<footnote-ref linkend="_67e240ee-29e3-445c-9128-e6c849e6fa4b" />. Deze persoon toont zeer sterke uiterlijke gelijkenissen met [verdachte] . [verdachte] toont het vermoedelijke vuurwapen in zijn hand voor de camera.<footnote-ref linkend="_b603c7f8-c3f2-460d-9753-21c7ec294858" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op een ander filmpje van eveneens 20 mei 2025 dat op de Apple iPhone 14 Pro Max van medeverdachte [medeverdachte 1] is aangetroffen is te zien dat [verdachte] op de bank zit, de camera in kijkt en zegt: We gaan killen!”. [medeverdachte 1] richt op dat moment het vuurwapen op de camera.<footnote-ref linkend="_3fc99130-9d98-40a0-9492-55f5f3be6567" /></para>
      <para>
        [verdachte] pakt het vermoedelijke vuurwapen over van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] pakt een ander wapen haalt de patroonhouder uit het wapen en laat zien dat er patronen in de patroonhouder zitten.<footnote-ref linkend="_978e62f3-c8d4-48f1-827d-3ae69579ac16" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit politieonderzoek is onder meer naar voren gekomen dat in de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] in een wasmand een geladen vuurwapen is aangetroffen<footnote-ref linkend="_75dbe2d4-d980-4640-8827-dd94dbb3bf1b" />: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit politieonderzoek is onder meer naar voren gekomen dat in de bosschages dichtbij de plaats waar medeverdachte [medeverdachte 1] is aangehouden een handvuurwapen is gevonden.<footnote-ref linkend="_0e5ca9cf-695e-4537-a30e-4ec1fc933dbe" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit politieonderzoek naar de wapens is onder meer naar voren gekomen dat de in beslag genomen voorwerpen als volgt worden gecategoriseerd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. </para>
    <parablock>
      <para>Goednummer:	PLO900-2025166314-3531047</para>
      <para>SIN:		AARM2748NL</para>
      <para>Wapen:		vuurwapen, pistoolmitrailleur</para>
      <para>Categorie:	II sub 2<footnote-ref linkend="_be0dfaa1-6812-4aac-83fc-8902d48a669b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de proefschoten bleek dit vuurwapen geschikt te zijn om zowel semi- als volautomatisch te kunnen vuren. Derhalve is dit pistoolmitrailleur een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2 lid l categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>Goednummer:	PLO900-2025166314-3531373</para>
      <para>SIN:		AARM2624NL</para>
      <para>Wapen:		vuurwapen, pistool geschikt om volautomatisch af te</para>
      <para>vuren</para>
      <para>Categorie:	II sub 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bovenvermeld voorwerp is een vuurwapen, pistool, merk Glock, model 23, kaliber 40</para>
      <para>S&amp;W, voorzien van het wapennummer EKM 234.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de proefschoten bleek dit vuurwapen geschikt te zijn om zowel semi- als volautomatisch te kunnen vuren. Derhalve ís dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2 lid 1 categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie.<footnote-ref linkend="_866a5006-9a65-4a63-be5b-a002ee936350" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>Goednummer:	PLO900-2025166314-3531047 (a)</para>
      <para>PLO0900-2025166314-3531373 (b)</para>
      <para>SIN:		AARM2624NL &amp; AARM2748NL</para>
      <para>Munitie	:	32 scherpe patronen (foto’s 11 t/m 14)</para>
      <para>Categorie:	III<footnote-ref linkend="_a288f53b-32c7-4633-a273-e14ffa2161cd" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f5400487-da75-4105-bf9e-8dd7fe00cb92" label="1">
    <para> Zie Hoge Raad 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:504, rov. 2.4, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c6f94e95-fc53-4c61-94d8-b36630fb5db1" label="2">
    <para>
      <emphasis role="italic">Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland onderzoeknummer MD4R025057 / 31JANUS25, het Einddossier doorgenummerd pagina 1 tot en met 408. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7451a33b-245b-45a1-a238-cb618eba8b49" label="3">
    <para> een proces-verbaal, genummerd JM123, pagina 113.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e800eacd-faf7-49db-b803-6ef97d73eedd" label="4">
    <para> een proces-verbaal, genummerd JM123, pagina 114.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_96ca85b2-ecd0-47a3-8cd3-570dfcaae66a" label="5">
    <para> een proces-verbaal, genummerd JM123, pagina 115.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_67e240ee-29e3-445c-9128-e6c849e6fa4b" label="6">
    <para> een proces-verbaal, genummerd JM123, pagina 116.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b603c7f8-c3f2-460d-9753-21c7ec294858" label="7">
    <para> een proces-verbaal, genummerd JM123, pagina 117.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3fc99130-9d98-40a0-9492-55f5f3be6567" label="8">
    <para> een proces-verbaal, genummerd JM123, pagina 122.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_978e62f3-c8d4-48f1-827d-3ae69579ac16" label="9">
    <para> een proces-verbaal, genummerd JM123, pagina 123.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_75dbe2d4-d980-4640-8827-dd94dbb3bf1b" label="10">
    <para> een proces-verbaal, genummerd PL0900-2025166314-19, pagina 35.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0e5ca9cf-695e-4537-a30e-4ec1fc933dbe" label="11">
    <para> een proces-verbaal, genummerd PL0900-2025166314-31, pagina 60.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be0dfaa1-6812-4aac-83fc-8902d48a669b" label="12">
    <para> een proces-verbaal, genummerd PL0900-2025166314-71, pagina 96.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_866a5006-9a65-4a63-be5b-a002ee936350" label="13">
    <para> een proces-verbaal, genummerd PL0900-2025166314-71, pagina 97.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a288f53b-32c7-4633-a273-e14ffa2161cd" label="14">
    <para> een proces-verbaal, genummerd PL0900-2025166314-71, pagina 98.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>