<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:867</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T10:29:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12002593 \ UV EXPL  25-317</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:867">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:867</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T10:29:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:867 Rechtbank Midden-Nederland , 27-02-2026 / 12002593 \ UV EXPL  25-317</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:867:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Vordering tot ontruiming ogv dringend eigen gebruik en/of betalingsachterstand. Vordering afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:867:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 12002593 \ UV EXPL  25-317 VL/58599	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 27 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiseres sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres sub 1] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[eiser sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser sub 2] ,</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>hierna gezamenlijk in vrouwelijk enkelvoud te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.A.M.F. Galjé-Deckers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [bewindvoerder] B.V.</emphasis>, in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan mevrouw <emphasis role="bold">[gedaagde] </emphasis>(hierna: [gedaagde] ),</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de bewindvoerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.P. Visser.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft [gedaagde] in kort geding gedagvaard voor de kantonrechter. Omdat sinds 12 december 2025 de goederen die [gedaagde] (zullen) toebehoren onder bewind staan is haar bewindvoerder, die in de procedure is verschenen, de formele procespartij.<footnote-ref linkend="_96b82fd9-351c-4199-b7f4-84fdc717bc4f" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft een mondelinge behandeling bepaald. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [eiseres] aanvullende producties overgelegd. De bewindvoerder heeft ook producties en een aanvullende productie overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 13 februari 2026 plaatsgevonden. [eiseres sub 1] was aanwezig, vergezeld door haar dochter en diens echtgenoot. [eiseres sub 1] werd bijgestaan door mr. Galjé-Deckers. [gedaagde] was aanwezig en namens de bewindvoerder was mevrouw [A] aanwezig. Beiden werden bijgestaan door mr. Visser. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en hebben antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. Mrs. Galjé-Deckers en Visser hebben daarbij gebruik gemaakt van hun spreekaantekeningen. Verder heeft [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling een kopie van een foto overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat is besproken. Tenslotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] verhuurt sinds 10 juni 2019 de woning aan de [adres 1] in [plaats] (hierna: het gehuurde) aan [gedaagde] . De huur bedraagt € 900,00 per maand. Sinds maart 2023 betaalt [gedaagde] de huur structureel te laat en vanaf augustus 2025 laat zij een huurachterstand ontstaan. [eiseres sub 1] stelt dat zij vanwege haar chronische progressieve longziekte en 24/7 afhankelijkheid van zuurstoftoediening het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik. [eiseres] wil dat [gedaagde] het gehuurde verlaat en dat de bewindvoerder de achterstallige huur betaalt en de huur tot de ontruiming van het gehuurde. De bewindvoerder is het hier niet mee eens. Volgens haar hebben partijen afgesproken dat [gedaagde] de huur aan het eind van de maand mag betalen en bestaat op dit moment geen huurachterstand meer. Daarbij betwist de bewindvoerder dat [eiseres sub 1] het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] grotendeels af en veroordeelt haar in de kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wettelijk kader in kort geding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Een vordering tot ontruiming in kort geding kan worden toegewezen als [eiseres] hierbij zoveel spoed heeft dat zij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten.<footnote-ref linkend="_e9d24c36-1df9-4944-a56c-f4bca790cf55" /> Als er een spoedeisend belang is, moet de kantonrechter daarna beoordelen of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is om op de toewijzing daarvan vooruit te lopen. Verder moet het belang dat [eiseres] heeft bij toewijzing van de vordering worden afgewogen tegen de gevolgen hiervan voor [gedaagde] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Spoedeisend belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Gelet op de aard van de vorderingen, namelijk ontruiming vanwege een gestelde huurachterstand dan wel vanwege het gestelde bestaan van dringend eigen gebruik, is het spoedeisend belang gegeven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De huurachterstand/te late huurbetalingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand. Zij stelt dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst, omdat zij sinds maart 2023 de huur structureel te laat betaalt en op het moment van dagvaarden een huurachterstand bestond van 4 maanden. De bewindvoerder betwist dat [gedaagde] structureel te laat betaalt en stelt dat [gedaagde] en [eiseres sub 1] hadden afgesproken dat [gedaagde] vanaf maart 2023 aan het eind van de maand waarop de huur betrekking had, mocht betalen. Daarbij komt dat [gedaagde] hulp heeft gezocht. Zij staat nu onder bewind en haar financiële situatie is weer onder controle. Inmiddels is de huur tot en met januari 2026 betaald en is € 500,00 ‘ingelopen’, zodat voor de maand februari 2026 nog slechts € 400,00 aan huur openstaat. Een en ander rechtvaardigt niet ontbinding van de huurovereenkomst, zodat een veroordeling tot ontruiming van het gehuurde in kort geding niet kan worden toegewezen, aldus de bewindvoerder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter overweegt als volgt. In de whatsappgesprekken tussen </para>
        <para>
          [gedaagde] en [eiseres sub 1]<footnote-ref linkend="_8e7ba9c4-84e5-498f-aa37-81c81cdbbd16" /> leest de kantonrechter dat [gedaagde] op 19 juni 2023 aan [eiseres sub 1] vraagt of zij de huur <emphasis role="italic">voorlopig</emphasis> op de 26ste of 27ste mag betalen. [eiseres sub 1] geeft daarop haar akkoord. Op 28 maart 2024 schrijft [eiseres sub 1] aan [gedaagde] dat zij wil dat de huur vanaf mei 2024 <emphasis role="italic">weer</emphasis> op tijd – dit wil zeggen vóór of op de 10e van de maand – betaald wordt. Dit betekent dat (de bewindvoerder van)<?linebreak?>[gedaagde] met ingang van die mededeling de huur weer vóór de 10e van de maand moet betalen. Vanaf mei 2024 betaalt [gedaagde] de huur echter nog steeds aan het einde van de maand. Zij betaalt dus sinds mei 2024 structureel te laat. Wel heeft zij vijf keer € 100,00 extra betaald, zodat zij € 500,00 is ingelopen op de huurachterstand.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat (de bewindvoerder van) [gedaagde] de huurachterstand ten tijde van de mondelinge behandeling op 13 februari 2026 grotendeels heeft betaald. De bewindvoerder heeft onbetwist gesteld dat de financiële situatie van <?linebreak?>[gedaagde] weer onder controle is waardoor dat de huur in de toekomst voortaan op tijd – dat wil dus zeggen: vóór de 10e van de maand – zal worden voldaan. Aangezien de huur voor de maand februari 2026 vóór 10 februari 2026 betaald had moeten zijn, bestaat de huurachterstand uit € 400,00<footnote-ref linkend="_ac861395-9bd9-439d-8619-03b461395ba3" />. Deze tekortkomingen – de sinds mei 2024 structureel te late betalingen van de huur en de huurachterstand van € 400,00 – rechtvaardigen naar het oordeel van de kantonrechter echter vanwege hun geringe aard niet ontbinding van de huurovereenkomst.<footnote-ref linkend="_832c7996-8db5-44ff-97bb-b037f488e5df" /> De kantonrechter is daarom van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Wel wordt de bewindvoerder veroordeeld om uit het vermogen van [gedaagde] € 400,00 aan huurachterstand van de maand februari 2026 aan [eiseres] te betalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Gewaarschuwd mens</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat (de bewindvoerder van) [gedaagde] met deze uitspraak een gewaarschuwd mens is. Indien in de toekomst weer een huurachterstand ontstaat en/of structureel de huur niet, niet volledig en/of niet tijdig wordt betaald dan zou, ingeval [eiseres] dan besluit een gerechtelijke procedure te starten, de beslissing anders kunnen uitvallen dan voormelde beslissing.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het beroep op dringend eigen gebruik slaagt niet</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Een verhuurder kan de kantonrechter verzoeken om het tijdstip vast te stellen waarop de huurovereenkomst vanwege dringend eigen gebruik zal eindigen.<footnote-ref linkend="_f55802e0-321d-4574-83ba-2201087f1f5f" /> De kantonrechter kan deze vordering toewijzen als de verhuurder aannemelijk maakt dat hij het gehuurde zo dringend nodig heeft voor eigen gebruik dat van hem, de belangen van beide partijen naar billijkheid in aanmerking genomen, niet kan worden gevergd dat de huurovereenkomst voortduurt. Ook moet gebleken zijn dat de huurder andere passende woonruimte kan verkrijgen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Of [eiseres sub 1] het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik, moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval.<footnote-ref linkend="_ba453654-90ac-4c71-a96e-1bd0c70faf5c" /> Het vereiste dat sprake moet zijn van 'dringend' eigen gebruik brengt niet zozeer tot uitdrukking dat sprake moet zijn van een zekere urgentie, maar dat sprake moet zijn van een zeker belang bij [eiseres sub 1] . Bij de beoordeling van de dringendheid, maar ook van de andere relevante belangen, gaat het in beginsel om de actuele situatie.<footnote-ref linkend="_5ed9a0c1-4f64-49ae-9f0f-43663d8cad65" /> Het dringende belang bij het gebruik van het gehuurde moet verder een <emphasis role="italic">eigen</emphasis> belang van [eiseres sub 1] zijn. Als zij eenmaal aannemelijk heeft gemaakt dat zij het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik, moet worden nagegaan of haar behoefte zo dringend is, dat van haar, de belangen van beide partijen in aanmerking genomen, niet kan worden gevergd dat de huurovereenkomst wordt voortgezet. [eiseres sub 1] zal aannemelijk moeten maken dat haar belangen bij beëindiging van de huur zwaarder wegen dan de belangen van </para>
        <para>
          [gedaagde] bij voortduring van de huurovereenkomst. Verder moet worden beoordeeld of gebleken is dat [gedaagde] andere passende woonruimte kan verkrijgen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Daarnaast geldt dat bij beëindiging van huur van woonruimte een beroep op dringend eigen gebruik van de verhuurder niet te snel mag worden gehonoreerd, gelet op het gewicht dat toekomt aan de door het huurrecht beoogde bescherming van de huurder.<footnote-ref linkend="_0d86cb8d-835c-4d0a-987c-18636c5e45c2" /> De kantonrechter moet daarom terughoudend zijn met het toewijzen van een vordering tot beëindiging van een huurovereenkomst van woonruimte vanwege dringend eigen gebruik van de verhuurder.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van [eiseres]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van haar stelling dat [eiseres sub 1] het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik, voert [eiseres] het volgende aan. [eiser sub 2] verblijft sinds 2023 in een verpleeghuis, waardoor [eiseres sub 1] sindsdien in haar eentje in de woning aan de [adres 2] in [plaats] (hierna: de woning) verblijft. Zij heeft een chronische progressieve longziekte, COPD, waardoor zij permanent extra zuurstof nodig heeft. Hiervoor is zij met een slang van 12 meter verbonden aan een zuurstoftank. Vanwege haar beperkte mobiliteit kan [eiseres sub 1] delen van de woning niet bereiken. Door de indeling van de woning met smalle doorgangen, deuren en andere obstakels kan de zuurstofslang niet vrij meebewegen en zit deze regelmatig klem. Ook het gebruik van een rolstoel wordt hierdoor beperkt. [eiseres sub 1] slaapt boven, waar zij met een traplift kan komen, en kan alleen in het bad douchen. Aangezien haar ziekte naar verwachting binnen een jaar zal verergeren, is dit niet wenselijk. Daarbij heeft de woning een lange oprit, waardoor [eiseres sub 1] wordt bemoeilijkt in het bereiken van het dorp. Hierdoor voelt zij zich geïsoleerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Het gehuurde daarentegen heeft [eiseres] destijds speciaal aangepast voor het moment dat zij hulpbehoevender zou worden. Zo is het keukenblok een stuk verlaagd en is het werkblad in de keuken zo gemaakt dat je hier met een rolstoel aan kan zitten. Daarbij is de woonkamer/keuken één ruime ruimte, terwijl de afstand tussen de zithoek en de keuken niet groot is. Ook zijn er geen gangen in het gehuurde. [eiseres sub 1] zou dus makkelijk overal bij kunnen zonder dat haar zuurstofslang in de knel komt. [eiseres] onderbouwt dit met een foto van de woonkamer/keuken. Ook is in de badkamer van het gehuurde een extra afvoer aanwezig, waarop een aparte douche kan worden aangesloten, zodat niet in het bad gedoucht hoeft te worden. Tenslotte ligt het gehuurde midden in het dorp, een paar meter van de bakker, de melkboer en andere winkels, waardoor [eiseres sub 1] minder afhankelijk en geïsoleerd zou zijn, aldus [eiseres]</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de bewindvoerder</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>De bewindvoerder betwist dat [eiseres sub 1] het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik en voert hiertoe het volgende aan. De woning waarin [eiseres sub 1] nu woont is een grote woning, met een waarde van ruim een miljoen euro. Zij zou deze woning zo kunnen aanpassen dat deze geschikt wordt voor haar huidige en toekomstige situatie. De woning ligt niet zodanig ver van het dorp dat [eiseres sub 1] geïsoleerd woont; de woning ligt in dezelfde straat als het gehuurde. De lange oprit hoeft geen belemmering te vormen. Zij zou ook met een scootmobiel het dorp kunnen bereiken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>Daarnaast is het gehuurde volgens de bewindvoerder juist niet geschikt voor de situatie van [eiseres sub 1] . De deuren en doorgangen hebben een normale afmeting; dit is niet rolstoelvriendelijk. Daarbij liggen de kamers in een rondje: vanaf de woonkamer/keuken loop je naar de slaapkamer en door de slaapkamer loop je naar de badkamer/het toilet. Verder is het gehuurde gelegen in een appartementencomplex; de entree van het complex, de gang en de lift zijn allemaal smalle doorgangen. Het gehuurde is te bereiken met de lift en een trap. Deze lift doet het regelmatig niet en is zo klein dat een scootmobiel er lastig in kan keren en waar – in noodsituaties – een brancard niet in zou passen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>Zie hieronder enkele foto’s<footnote-ref linkend="_984feffb-20d3-4756-b5dd-0329e1df219d" /> van het complex waarin het gehuurde is gelegen, die de bewindvoerder ter onderbouwing van haar stellingen heeft overgelegd.</para>
      <para />
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="20cba01b-68f1-4026-aded-ee7f36ff82ee" depth="189" width="106" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="a02fac5e-02a8-4377-89bf-62cf253d943c" depth="189" width="108" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="8d65f601-c993-4fd2-bc62-8ba125cfc677" depth="189" width="107" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de kantonrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] haar stelling dat [eiseres sub 1] <emphasis role="italic">dringend</emphasis> andere woonruimte nodig heeft, onvoldoende heeft onderbouwd en overweegt hiertoe als volgt. [eiseres] heeft niet gesteld dat [eiseres sub 1] haar huidige woning niet rolstoelvriendelijk en geschikt zou kunnen maken voor haar huidige en toekomstige situatie. Zij heeft ter zitting verteld over een project dat zij had willen realiseren, bestaande uit het afbreken van de woning waarin [eiseres sub 1] nu woont en het bouwen van appartementen. Dit project is uiteindelijk niet van de grond gekomen. De kantonrechter leidt hieruit af dat [eiseres sub 1] over voldoende financiële middelen beschikt om de woning waarin zij nu woont zodanig aan te passen dat deze voor haar wel geschikt is om in te blijven wonen. Dat de woning een lange oprit heeft, maakt ook niet dat zij dringend andere woonruimte nodig heeft; zij heeft niet betwist dat zij met een scootmobiel het dorp zou kunnen bereiken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16.</nr>
      <para>Daarbij heeft [eiseres] naar het oordeel van de kantonrechter haar stelling dat [eiseres sub 1] het gehuurde dringend nodig heeft voor <emphasis role="italic">eigen </emphasis>gebruik, onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter overweegt hiertoe als volgt. [eiseres] heeft niet betwist dat het gehuurde voor [eiseres sub 1] slechts bereikbaar is vanuit een smalle entree en met een kleine lift. Het gehuurde is voor haar dus slecht toegankelijk. Ter onderbouwing van haar stelling dat het gehuurde wel geschikt is voor  [eiseres sub 1] , heeft zij slechts één foto overgelegd zonder gegevens over de precieze indeling van de woning, de afmetingen van de kamers en de afmetingen van de breedte van de deuren. Over de entree, gang en lift heeft zij geen gegevens overgelegd. Gezien de onderbouwde betwisting van de bewindvoerder heeft [eiseres] daarom onvoldoende onderbouwd dat het gehuurde geschikt is voor de situatie van [eiseres sub 1] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.17.</nr>
      <para>Aangezien [eiseres] niet aannemelijk heeft gemaakt dat [eiseres sub 1] het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik, hoeft de kantonrechter niet in te gaan op de vraag of [gedaagde] andere passende woonruimte kan verkrijgen. Dit is een bijkomend vereiste en draagt niet bij aan dringend eigen gebruik van [eiseres sub 1] .<footnote-ref linkend="_81da159d-8100-47a8-9a19-21d890072615" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.18.</nr>
      <para>Gelet op het voormelde is de kantonrechter van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat een vordering om het tijdstip vast te stellen waarop de huurovereenkomst vanwege dringend eigen gebruik zal eindigen, in een bodemprocedure zal worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Opzegging op grond van de gestelde afspraak is in strijd met dwingend recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.19.</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt dat zij bij het sluiten van de huurovereenkomst met [gedaagde] is overeengekomen dat, als mevrouw of [eiser sub 2] het gehuurde zelf nodig zou hebben, [gedaagde] het gehuurde zou verlaten. De bewindvoerder betwist dat deze afspraak is gemaakt. De kantonrechter overweegt dat – los van de vraag of deze afspraak wel of niet is gemaakt – een opzegging op grond van een dergelijke afspraak in strijd zou zijn met dwingend recht en daarom nietig zou zijn.<footnote-ref linkend="_9df78889-f173-4196-bbcd-80995fecf95f" /> [eiseres] kan zich daarom niet op een dergelijke afspraak beroepen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [gedaagde] heeft niet ingestemd met de opzegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.20.</nr>
      <para>De stelling van [eiseres] dat [gedaagde] zou hebben ingestemd met de opzegging, omdat zij een opzegtermijn van zes maanden heeft genoemd, volgt de kantonrechter niet. In reactie op de opzegging van [eiseres] , schrijft [gedaagde] op 17 november 2025<footnote-ref linkend="_0df7dbf8-b365-4834-a9e1-f6f2548f4dea" />: <emphasis role="italic">“[…] Ik kan geen akkoord geven op de door u gestelde opzegging van de huurovereenkomst, noch op de daarin genoemde opzegtermijn. De door u gestelde termijn van drie maanden is niet correct; op grond van de huurbescherming geldt in mijn situatie een opzegtermijn van zes maanden. […]”</emphasis> [gedaagde] heeft dus expliciet aangegeven niet akkoord te zijn met de opzegging van [eiseres] Door [eiseres] te wijzen op de correcte opzegtermijn, stemt zij niet impliciet in met de opzegging.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Tussenconclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.21.</nr>
      <para>Geen van de door [eiseres] aangevoerde gronden ter onderbouwing van de gevorderde ontruiming doen zich voor. Reeds daarom ziet de kantonrechter geen aanleiding om de gevorderde ontruiming toe te wijzen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Huur tot de dag van vertrek van [gedaagde]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.22.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert veroordeling van de bewindvoerder tot betaling van de huur tot de dag dat [gedaagde] het gehuurde verlaat. Aangezien [gedaagde] niet wordt veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde, wordt deze vordering afgewezen. Dit laat onverlet dat  partijen gehouden zijn om hun uit de huurovereenkomst voortvloeiende verbintenissen te blijven nakomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eiseres] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.23.</nr>
      <para>
        [eiseres] is grotendeels in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de kosten veroordeeld. Dit betekent dat zij haar eigen proceskosten moet dragen en de proceskosten (inclusief nakosten) van de bewindvoerder aan haar moet betalen. De proceskosten van de bewindvoerder worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>577,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>144,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>721,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.24.</nr>
      <para>De kantonrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals partijen over en weer hebben gevorderd. Dat betekent dat deze beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter als voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt de bewindvoerder om uit het vermogen van [gedaagde] aan [eiseres] € 400,00 aan huurachterstand tot en met 13 februari 2026 te betalen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>wijst de overige vorderingen van [eiseres] af,</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten; zij moet de proceskosten van de bewindvoerder van € 721,00 aan haar betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_96b82fd9-351c-4199-b7f4-84fdc717bc4f" label="1">
    <para> Zie de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9d24c36-1df9-4944-a56c-f4bca790cf55" label="2">
    <para> Zie artikel 254 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e7ba9c4-84e5-498f-aa37-81c81cdbbd16" label="3">
    <para> Zie productie 2 bij dagvaarding.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ac861395-9bd9-439d-8619-03b461395ba3" label="4">
    <para> De huur van € 900,00 minus de ‘ingelopen’ € 500,00.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_832c7996-8db5-44ff-97bb-b037f488e5df" label="5">
    <para> Zie artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f55802e0-321d-4574-83ba-2201087f1f5f" label="6">
    <para> Zie artikel 7:272 lid 2 in verbinding met artikel 7:274, eerste lid, aanhef en sub c, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba453654-90ac-4c71-a96e-1bd0c70faf5c" label="7">
    <para> Zie het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 1989 (ECLI:NL:HR:1989:AD0642).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5ed9a0c1-4f64-49ae-9f0f-43663d8cad65" label="8">
    <para> Zie het arrest van de HR van 18 juni 1999 (ECLI:NL:HR:1999:ZC2931).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0d86cb8d-835c-4d0a-987c-18636c5e45c2" label="9">
    <para> Zie het arrest van de HR van 14 februari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:338).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_984feffb-20d3-4756-b5dd-0329e1df219d" label="10">
    <para> Zijnde productie 8 van de bewindvoerder.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_81da159d-8100-47a8-9a19-21d890072615" label="11">
    <para> Zie het arrest van de HR van 11 juli 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:5824).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9df78889-f173-4196-bbcd-80995fecf95f" label="12">
    <para> Zie artikel 7:271 lid 5 BW in verbinding met artikel 7:274 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0df7dbf8-b365-4834-a9e1-f6f2548f4dea" label="13">
    <para> Zie productie 5 bij dagvaarding.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>