<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:631</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T14:19:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/030359-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:631">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:631</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T10:57:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:631 Rechtbank Midden-Nederland , 25-02-2026 / 16/030359-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:631:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft spookgereden op de A6 waardoor een ongeval is ontstaan. Verdachte wordt vrijgesproken van artikel 6 en 5a WVW 1994 wegens onvoldoende bewijs van het letsel en het ontbreken van het opzettelijk in ernstige mate schenden van verkeersregels. Verdachte wordt veroordeeld voor artikel 5 WVW 1994 (meer subsidiair tenlastegelegd). De rechtbank legt aan verdachte op een geldboete van € 1.000,- en een voorwaardelijke rijontzegging voor de duur van 6 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:631:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/030359-25 </para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 25 februari 2026 in de strafzaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [2001] in [geboorteplaats] , </para>
      <para>verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,</para>
      <para>(hierna: de verdachte).</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Zitting</title>
    <para>De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 11 februari 2026. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting waren aanwezig:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verdachte;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie: mr. J.J. Bloembergen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de advocaat van de verdachte: mr. R.P. Snorn (hierna: de advocaat).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij op 23 oktober 2024 in Nagele, samengevat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">als bestuurder van een auto roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gereden als gevolg waarvan een aan zijn schuld te wijten verkeerongeval heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen dan wel zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">als bestuurder van een auto zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">meer subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">als bestuurder van een auto zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op de weg werd veroorzaakt en/of het verkeer op de weg werd gehinderd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijs </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd met dien verstande dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onderdeel ‘<emphasis role="italic">roekeloos</emphasis>’. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit vrij te spreken. Ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vrijspraak primair ten laste gelegde feit (artikel 6 WVW)</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank oordeelt dat het primair ten laste gelegde feit niet is bewezen, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat over het ten laste gelegde letsel van het slachtoffer. De rechtbank legt hierna uit waarom. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voor een bewezenverklaring van dit feit is vereist dat door het ongeval zodanig letsel bij het slachtoffer is ontstaan dat dit kan worden gekwalificeerd als ‘zwaar lichamelijk letsel’ dan wel letsel waaruit ‘tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan’. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, gelden als algemene gezichtspunten de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en de aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In de tenlastelegging staat over het letsel van het slachtoffer dat sprake is van gekneusde ribben en een gebroken sleutelbeen. Het slachtoffer heeft tegen de politie verklaard dat zij dit letsel heeft opgelopen als gevolg van het ongeluk. Het dossier bevat hierover geen verdere objectieve informatie zoals een letselverklaring, foto’s of een beschrijving met enige detailinformatie. Verder ontbreekt in het dossier informatie over de eventuele noodzaak tot medisch ingrijpen en het verloop van het herstel. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende gegevens bevat over het letsel van het slachtoffer. De rechtbank kan daarom niet vaststellen of het letsel kwalificeert als zwaar lichamelijk letsel. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank kan evenmin vaststellen dat door het letsel tijdelijke ziekte dan wel verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Hiertoe is onvoldoende dat uit het dossier blijkt dat het slachtoffer letsel heeft opgelopen, naar het ziekenhuis is gebracht en de volgende ochtend uit het ziekenhuis is ontslagen. De door de officier van justitie aangevoerde omstandigheid dat het slachtoffer al wat ouder is en het hierdoor aannemelijk zou zijn dat zij door de harde klap tijdelijk ziek was dan wel verhinderd in de uitoefening van de normale bezigheden, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Gezien het voorgaande kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW).</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vrijspraak subsidiair ten laste gelegde feit (artikel 5a WVW)</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank oordeelt daarnaast dat het subsidiair ten laste gelegde feit niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Opzettelijk gehandeld?</emphasis>
          </para>
          <para>Voor de beantwoording van de vraag of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schending van artikel 5a van de WVW moet de rechtbank beoordelen of de verdachte met zijn verkeersgedrag (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) in ernstige mate (c) opzettelijk (d) en of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven anderen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat de verdachte de verkeersregels heeft geschonden door zijn rijgedrag. Hij bleef autorijden terwijl hij ernstig vermoeid was, waardoor hij onvoldoende aandacht had voor de verkeerssituatie ter plaatse. Dit leidde ertoe dat hij in de verkeerde rijrichting de snelweg opreed en is gaan spookrijden. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank ook van oordeel dat de verkeersregels in ernstige mate zijn geschonden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Volgende vraag is of er sprake is van opzet (eventueel in voorwaardelijke vorm) gericht op het schenden van verkeersregels en tevens of er sprake is van opzet om deze verkeersregels in ernstige mate te schenden (zeer onverantwoordelijk rijgedrag). De verdachte heeft verklaard dat hij op het moment van het ongeval zwaar vermoeid was en zich niet bewust was van het spookrijden of het ontstaan van het ongeval. Het dossier bevat verder geen aanwijzingen over het opzet van de verdachte. Hierdoor kan de rechtbank niet vaststellen dat er sprake was van zeer onvoorzichtig rijgedrag waarbij de verdachte welbewust onaanvaardbare risico’s met ernstige gevolgen heeft genomen. Daarom is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake geweest van opzettelijk in ernstige mate schenden van verkeersregels. Hierbij overweegt de rechtbank dat oververmoeid gaan rijden weliswaar onverantwoordelijk is, maar niet in die mate dat de verdachte hierdoor bewust de aanmerkelijke kans op het in ernstige mate overtreden van verkeersregels heeft genomen. </para>
          <para>Gezien deze conclusie komt de rechtbank niet toe aan de beantwoording van de vraag of door het handelen van de verdachte gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Conclusie</para>
          <para>Op basis van het voorgaande kan ook niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 5a WVW.</para>
          <para />
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen meer subsidiair tenlastegelegde (artikel 5 WVW)</emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte bekent dat hij het meer subsidiaire feit heeft gepleegd, namelijk dat hij als een bestuurder van een auto zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op de weg werd veroorzaakt en/of het verkeer op de weg werd gehinderd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: <footnote-ref linkend="_c27d78b9-4062-471a-9dcf-6ce34c45ce23" /></para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>een proces-verbaal forensisch onderzoek verkeer van 16 januari 2025, doorgenummerde pagina 11 tot en met 40;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 november 2024, doorgenummerde pagina 54 tot en met 56;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een proces-verbaal van bevindingen van 29 oktober 2024, doorgenummerde pagina 86 en 87.</para>
            <para />
          </listitem>
        </itemizedlist>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">meer subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op 23 oktober 2024 te Nagele, als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto, merk Suzuki, kenteken [kenteken] ) daarmee rijdende over de Rijksweg A6 op de rijstrook voor het tegemoetkomende verkeer is gaan rijden en een botsing  is ontstaan tussen de door verdachte bestuurde personenauto en een auto (van het merk BMW en kenteken [kenteken] ) met de inzittende [slachtoffer] , door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Kwalificatie</emphasis>
        </para>
        <para>Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">meer subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="underline">4. 2 Strafbaarheid feit en verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Het feit en de verdachte zijn strafbaar.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Straf en/of maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:</para>
      </parablock>
      <para>- een taakstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;</para>
      <para>- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van zes maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat heeft de rechtbank primair verzocht om haar oordeel te baseren op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waardoor het opleggen van een geldboete binnen de daarvoor geldende categorie passend is. Subsidiair heeft de advocaat verzocht, indien er toch wordt gekozen voor opleggen van een taakstraf. deze fors te matigen gelet op de ernstige medische gevolgen die de verdachte heeft ondervonden. Door het ongeluk heeft de verdachte aanzienlijk letsel opgelopen en een langdurig revalidatietraject moeten volgen. Volledig herstel is onzeker en mogelijk zelfs uitgesloten. De impact van het ongeval op het leven van de verdachte is dan ook enorm. Ten aanzien van de gevorderde rijontzegging merkt de advocaat op dat de verdachte zijn rijbewijs zes maanden kwijt is geweest, hoewel daar geen strafrechtelijke of bestuursrechtelijke grondslag voor was. Gelet hierop acht de advocaat een geheel voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden  passend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank legt aan de verdachte een geldboete van € 1.000,- op en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst en omstandigheden van het feit    </emphasis>
        </para>
        <para>Uit de verklaringen van de verdachte en zijn vriendin blijkt dat hij na een lange werk- en cursusdag in een toestand van zware vermoeidheid naar huis reed. Eerder die avond was de verdachte al staande gehouden door de politie vanwege zijn opvallende rijgedrag. Ook had zijn vriendin hem gewaarschuwd om te stoppen met rijden. Desondanks heeft de verdachte besloten om door te rijden, terwijl dit onverantwoord was. De gevolgen voor het slachtoffer zijn relatief beperkt gebleven, maar dit had veel ernstiger kunnen aflopen. Ook voor andere weggebruikers was de situatie zeer gevaarlijk.</para>
        <para>De rechtbank weegt in strafverminderende zin mee in haar oordeel dat de verdachte zelf aanzienlijk letsel heeft opgelopen door het ongeval en hij daardoor gevolgen van zijn actie al heeft moeten dragen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van de verdachte kennisgenomen van een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 6 januari 2026. Uit het strafblad blijkt dat de verdachte eerder een geldboete opgelegd heeft gekregen voor een verkeersovertreding, maar de rechtbank zal dit niet in strafverzwarende zin meewegen nu dit van een andere orde is (snelheidsovertreding).</para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafkader</emphasis>
        </para>
        <para>Voor het overtreden van de verkeersregels zoals bedoeld in artikel 5 WVW ontbreekt een oriëntatiepunt voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De rechtbank heeft daarom gekeken naar straffen die in andere, vergelijkbare zaken worden opgelegd. Nu de rechtbank bovendien tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, zal zij een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het bovenstaande legt de rechtbank de verdachte een geldboete op van € 1.000,-, met tien dagen vervangende hechtenis als de verdachte niet betaalt. Daarnaast acht de rechtbank een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden, met een proeftijd van twee jaar, passend en geboden. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat de verdachte eerder zijn rijbewijs voor zes maanden kwijt is geweest. Tegelijkertijd is deze voorwaardelijke rijontzegging een stok achter de deur voor de verdachte om niet opnieuw de fout in te gaan.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toegepaste wetsartikelen</title>
    <para>De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>14a, 14b, 14c, 23, 24c van het Wetboek van Strafrecht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>5, 177, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
        <para />
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;</para>
    <para />
    <para>- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
    <para />
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de verdachte strafbaar voor het meer subsidiair bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tot <emphasis role="bold">een geldboete van € 1.000 (duizend euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal <emphasis role="bold">te vervangen door hechtenis van 10 (tien) dagen</emphasis>; </para>
    <para />
    <para>- ontzegt verdachte ter zake van het meer subsidiair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de ontzegging niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- stelt daarbij een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> vast.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mrs. V.A. Groeneveld en</para>
      <para>H.C. Piet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dieren als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter en de jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I: De tenlastelegging </emphasis>
      </para>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te Nagele, gemeente Noordoostpolder, althans</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto, merk Suzuki,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">kenteken [kenteken] ) daarmee rijdende over de Rijksweg A6, zich zodanig heeft</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">onoplettend,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- terwijl hij (zeer) vermoeid en/of slaperig was te blijven rijden en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- (daarbij) niet voldoende aandacht te hebben voor de verkeerssituatie ter plaatse en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- het (verkeers-)bord met ‘GA TERUG' dat aan het begin van de afrit van de Rijksweg A6 staat te negeren en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- tegen de rijrichting in de rijstrook van de afrit van de Rijksweg A6 op te rijden en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- met wisselende snelheden en/of snelheden tussen de 5 km/u en 54 km/u op die rijstrook tegen de verplichte rijrichting van het verkeer in te rijden en/of te blijven rijden en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- niet uit te wijken om te proberen een frontale botsing te voorkomen,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- (vervolgens) tegen een personenauto (van het merk BMW, kenteken [kenteken] ) te botsen en/of aan te rijden,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten gekneusde ribben en/of een gebroken sleutelbeen heeft opgelopen en/of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">subsidiair </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te Nagele, gemeente Noordoostpolder, althans</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto, merk Suzuki,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">kenteken [kenteken] ) daarmee rijdende over de Rijksweg A6, zich opzettelijk zodanig</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">heeft gedragen dat heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">geschonden door:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- terwijl hij (zeer) vermoeid en/of slaperig was en/of te blijven rijden en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- (daarbij) niet voldoende aandacht te hebben voor de verkeerssituatie ter plaatse en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- het (verkeers)bord met ‘GA TERUG' dat aan het begin van de afrit van de Rijksweg A6 staat te negeren en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- tegen de rijrichting in de rijstrook van de afrit van de Rijksweg A6 op te rijden en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- met wisselende snelheden en/of snelheden tussen de 5 km/u en 54 km/u op die rijstrook tegen de verplichte rijrichting van het verkeer in te rijden en/of te blijven rijden en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- niet uit te wijken om te proberen een frontale botsing te voorkomen,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- (vervolgens) tegen een personenauto (van het merk BMW, kenteken [kenteken] ) te botsen en/of aan te rijden,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline italic">meer subsidiair </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te Nagele, gemeente Noordoostpolder, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto, merk Suzuki, kenteken [kenteken] ) daarmee rijdende over de Rijksweg A6 op de rijstrook voor het tegemoetkomende verkeer is gaan rijden en/of een botsing en/of aanrijding is ontstaan tussen de door verdachte bestuurde personenauto en een auto (van het merk BMW en kenteken [kenteken] ) met de inzittende [slachtoffer] , door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c27d78b9-4062-471a-9dcf-6ce34c45ce23" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PLO0900-2024336319, doorgenummerd pagina 1 tot en met 113. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.</emphasis>
    </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>