<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:62</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T08:38:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">603740</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:62">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:62</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T08:37:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:62 Rechtbank Midden-Nederland , 08-01-2026 / 603740</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:62:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kinderrechter beschouwt het ongeboren kind als geboren en stelt de baby onder toezicht in verband met ernstige ontwikkelingsbedreigingen. Onvoldoende vertrouwen dat de bedreigingen in het vrijwillig kader weggenomen worden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:62:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/603740 / JE RK 25/1839</para>
      <para>Datum uitspraak: 8 januari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming</emphasis>,</para>
      <para>Midden-Nederland, Utrecht ,</para>
      <para>hierna te noemen de Raad, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het ongeboren kind [naam]</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen het ongeboren kind.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder] , </emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling <emphasis role="bold">Samen Veilig Midden-Nederland</emphasis>, gevestigd te Utrecht ,</para>
      <para>hierna te noemen de GI.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kinderrechter neemt mee in haar beoordeling: </para>
        <para>- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 december 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [A] , een vertegenwoordiger van de Raad;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- [B] en [C] , twee vertegenwoordigers van de GI.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan mevrouw [D] , begeleidster van de moeder is bijzondere toegang verleend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kinderrechter heeft direct na de zitting uitspraak gedaan. Deze beschikking is de schriftelijke uitwerking van deze uitspraak.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is in verwachting. Het is onbekend wie de vader van het kind is. De moeder is uitgerekend in maart 2026.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De moeder heeft de Hongaarse en Roemeense nationaliteit.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft bij beschikking van 20 oktober 2025 een zorgmachtiging verleend voor de moeder, tot en met 20 april 2026. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De moeder verblijft sinds oktober 2025 in een nieuwe woning die door de Tussenvoorziening is toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De moeder heeft een zoontje: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] . [minderjarige] staat onder toezicht van de GI en is uit huis geplaatst binnen een (netwerk) pleeggezin, te weten bij de tante moederszijde. Deze maatregelen gelden tot 21 augustus 2026.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De Raad verzoekt het ongeboren kindje onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de moeder</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De moeder stemt in met het verzoek. Zij begrijpt dat toezicht nodig is, gelet op haar verleden. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling<?linebreak?>De bevoegdheid van de kinderrechter en het toepasselijke recht</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De moeder heeft de Hongaarse en Roemeense nationaliteit. Daarom moet de kinderrechter eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de kinderrechter beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De kinderrechter is bevoegd om de verzoeken te behandelen. Op de verzoeken is Nederlands recht van toepassing. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De kinderrechter beschouwt het ongeboren kind als geboren stelt het ongeboren kind onder toezicht voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat zegt de wet?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:2 BW kan de kinderrechter een ongeboren kind als geboren beschouwen als dit in zijn belang is.<footnote-ref linkend="_df3da2ac-d82d-43d4-8b2d-aaa051fced7b" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:255 BW kan de kinderrechter een kind onder toezicht stellen als het in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Daarnaast moet er sprake zijn van de situatie dat het de ouder(s) niet lukt om de hulp die nodig is om de bedreiging weg te nemen, te organiseren. Tot slot moet bij de kinderrechter wel de verwachting bestaan dat de ouders binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van het kind zelf weer kunnen dragen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toelichting</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Uit de stukken en het gesprek op de zitting volgt dat aan deze criteria uit de wet is voldaan. 	</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernstige ontwikkelingsbedreiging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van het ongeboren kind is om het als geboren te beschouwen, zodat het onder toezicht kan worden gesteld. De kinderrechter maakt zich namelijk net als de Raad zorgen over het ongeboren kindje. Er is op dit moment onvoldoende stabiliteit in het leven van de moeder om zelfstandig voor de baby te kunnen zorgen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>De moeder heeft in het verleden herhaaldelijk terugvallen in haar verslaving gehad, waarbij middelen zoals cocaïne en lachgas betrokken waren. Hoewel de urinecontroles sinds september 2025 negatief zijn, blijft er een risico, aangezien lachgas niet via deze testen kan worden gedetecteerd. Bovendien is er sprake van een onveilige relatie tussen moeder en haar partner [persoon] , waarbij meldingen van huiselijk geweld en drugsgebruik zijn gedaan. Deze situatie vormt een voortdurende bedreiging voor de veiligheid van de baby. De moeder geeft aan dat zij af en toe trek heeft in middelen, wat haar kwetsbaar maakt voor terugval.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft de moeder moeite om haar herstel van verdovende middelen op de lange termijn te behouden. Een IQ-test heeft aangetoond dat de moeder een laag tot laaggemiddeld begrip heeft, waardoor zij moeite heeft om verbanden te leggen tussen haar eigen gedrag en de risico’s die dit met zich meebrengt. Dit maakt haar situatie onvoorspelbaar en vergroot de kwetsbaarheid van de baby. De moeder heeft bovendien een beperkt netwerk van steun, bestaande uit haar zus, [persoon] en de betrokken hulpverlening, maar dit netwerk is niet in staat en/of voldoende om haar langdurig te ondersteunen bij het waarborgen van de veiligheid van de baby.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Het vrijwillig kader is onvoldoende</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10 .</nr>
      <para>. De kinderrechter heeft er onvoldoende vertrouwen in dat ontwikkelingsbedreiging in het vrijwillig kader weggenomen zal worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>Hoewel de moeder positieve stappen heeft gezet, zoals het nakomen van afspraken met de hulpverlening en het meewerken aan controles voor de baby, is er op dit moment onvoldoende stabiliteit in haar situatie om te kunnen garanderen dat de ongeboren baby in een veilige omgeving zal opgroeien. De moeder heeft baat bij duidelijke kaders en toezicht om haar in staat te stellen de nodige keuzes te maken voor de veiligheid van haarzelf en haar kind. De relatie met [persoon] , waarvan nog onduidelijk is of hij de vader is, vormt een extra complicatie in het proces van het waarborgen van een stabiele en veilige opvoedsituatie voor de baby.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <parablock>
        <para>Op basis van de ernst van de zorgen en de huidige kwetsbaarheid van de moeder, is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is de ongeboren baby onder toezicht te stellen. De moeder heeft nog niet de capaciteit om de zorgen zelf weg te nemen, ondanks haar bereidheid om zich in te spannen voor herstel. Het toezicht is noodzakelijk om de veiligheid van de baby te waarborgen en moeder te ondersteunen in het maken van gezonde keuzes. De kinderrechter beslist daarom dat (de nu nog ongeboren) baby [naam] voor een periode van één jaar onder toezicht wordt gesteld van de GI. De kinderrechter hoopt dat de positieve lijn die is ingezet, hiermee wordt voortgezet.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De doelen van de ondertoezichtstelling </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13.</nr>
      <para>Binnen de ondertoezichtstelling dient er in ieder geval aan de volgende door de Raad geformuleerde doelen te worden gewerkt:</para>
      <para>- de ongeboren baby groeit op in een omgeving waarin voldoende basale veiligheid is.</para>
      <para>- de ongeboren baby heeft een moeder die nuchter/clean is.</para>
      <para>- de ongeboren baby heeft een moeder die kan aansluiten bij zijn ontwikkelbehoefte.</para>
      <para>- de ongeboren baby heeft op een veilige en betrouwbare manier contact met zijn moeder.</para>
      <para>- het is duidelijk wie de vader van de ongeboren baby is en welke rol hij krijgt in het leven van de ongeboren baby.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.14.</nr>
      <para>De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>beschouwt het ongeboren kind [naam] als geboren;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>stelt het ongeboren kind [naam] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te Utrecht met ingang van 8 januari 2026 <emphasis role="bold">tot </emphasis>8 januari 2027; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026 door mr. A.G. van Doorn, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. C.A. Lammertink als griffier, en op schrift gesteld op 16 januari 2026.<?linebreak?></para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_df3da2ac-d82d-43d4-8b2d-aaa051fced7b" label="1">
    <para> Artikel 1:2 Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>