<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:584</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T10:53:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11942550 \ MC EXPL  25-5934</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almere</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:584">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:584</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T10:53:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:584 Rechtbank Midden-Nederland , 11-02-2026 / 11942550 \ MC EXPL  25-5934</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:584:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>betaling bemiddingskosten afgewezen want geen lopende overeenkomst</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:584:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almere</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11942550 \ MC EXPL  25-5934</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 11 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: Bazuin &amp; Partners gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding van 23 oktober 2025 met producties 1 tot en met 3;<?linebreak?>- de conclusie van antwoord met bijlagen;<?linebreak?>- de conclusie van repliek;<?linebreak?>- de conclusie van dupliek  met bijlage.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] is een bemiddelingsbureau die zorgafnemers in contact met zorgverleners brengt. [gedaagde] is een zelfstandige zonder personeel op het gebied van (thuis)verpleging, verzorging en/of ouderenzorg. Tussen partijen heeft een overeenkomst van opdracht bestaan. [gedaagde] heeft [eiseres] opdracht gegeven om haar in contact te brengen met zorgafnemers. In ruil daarvoor betaalde [gedaagde] aan [eiseres] een bemiddelingsvergoeding. [gedaagde] heeft de bemiddelingsvergoeding voor de maand januari 2025 van € 72,60 niet betaalt. [eiseres] wil dat [gedaagde] de bemiddelingskosten, met rente en kosten, alsnog betaalt. [gedaagde] is het om verschillende redenen niet eens met de vordering van [eiseres] . De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk. De vordering van [eiseres] wordt afgewezen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="underline">Consumentenrechtelijke bepalingen zijn niet van toepassing</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Weliswaar heeft [eiseres] in haar dagvaarding gesteld dat [gedaagde] heeft gehandeld als consument, echter uit de overeenkomst van opdracht blijkt dat [gedaagde] geen consument is. Immers, in de overeenkomst van opdracht staat onder ‘<emphasis role="italic">In aanmerking nemende: Zorgverlener (lees: [gedaagde] ) werkzaam is als zelfstandige zonder personeel op het gebied van (thuis)verpleging verzorging en/of ouderenzorg</emphasis>;’. [gedaagde] is een zelfstandige zonder personeel en dus geen consument. Daarom zijn de consumentenrechtelijke bepalingen niet van toepassing op de overeenkomst tussen partijen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [gedaagde] hoeft de bemiddelingskosten van € 72,60 niet te betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] meent dat [gedaagde] de bemiddelingskosten voor de maand januari 2025 moet betalen. [gedaagde] is het daar niet mee eens. Immers, [eiseres] heeft zelf gesteld dat de overeenkomst tussen partijen met ingang van 1 januari 2025 al is beëindigd en dat [gedaagde] in januari 2025 niet voor [eiseres] heeft gewerkt. Nu zij in januari 2025 kennelijk niet voor [eiseres] heeft gewerkt, is zij [eiseres] de gevorderde bemiddelingskosten ook niet verschuldigd, aldus [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Dit verweer van [eiseres] slaagt. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de gevorderde bemiddelingskosten voor de maand januari 2025 niet aan [eiseres] hoeft te betalen en wel om het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft in haar conclusie van repliek gesteld dat [gedaagde] de overeenkomst tussen partijen met ingang van 1 januari 2025 heeft beëindigd. De kantonrechter maakt daaruit op dat er tussen partijen daarom met ingang van 1 januari 2025 geen lopende overeenkomst meer bestond. [eiseres] heeft echter haar vordering gebaseerd op een lopende overeenkomst op grond waarvan [gedaagde] haar de bemiddelingskosten verschuldigd zou zijn. De vordering ziet namelijk op de bemiddelingskosten in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 januari 2025. Onduidelijk is waarom [gedaagde] – als de overeenkomst tussen partijen per 1 januari 2025 is beëindigd zoals [eiseres] stelt – over de maand januari 2025 nog een bemiddelingsvergoeding aan [eiseres] is verschuldigd. [eiseres] heeft dit niet toegelicht. De vordering van [eiseres] wordt als onvoldoende onderbouwd daarom afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De nevenvorderingen worden ook afgewezen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Omdat de hoofdsom is afgewezen, worden ook de nevenvorderingen die zien op de buitengerechtelijke incassokosten en de verschenen rente afgewezen.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [eiseres] wordt als de partij die geen gelijk krijgt in de proceskosten veroordeeld. Deze kosten worden aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op nihil, omdat van kosten niet is gebleken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiseres] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde] , tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>HHt/37278</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>