<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:401</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-02T10:00:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 25/4699</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:401">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:401</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T13:43:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:401 Rechtbank Midden-Nederland , 05-02-2026 / UTR 25/4699</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:401:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gewijzigd besluit na deskundigenonderzoek. Tegemoetgekomen. Veroordeling proceskostenvergoeding. Gedeeltelijke toekenning vergoeding kosten ingeschakelde deskundige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:401:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/4699 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster</title>
    <para>(gemachtigde: mr. S. Heijnen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen</emphasis> (het Uwv), verweerder </para>
      <para>(gemachtigde: S.N. Westmaas-Kanhai).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. 	In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het Uwv van 30 mei 2024. Zij heeft het beroep ingetrokken, omdat het Uwv op 20 januari 2026 dit besluit heeft vervangen door een gewijzigd besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft de rechtbank meegedeeld akkoord te zijn met een veroordeling in de kosten met toepassing van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), de Wet tarieven in strafzaken en het Besluit tarieven in strafzaken 2003.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om</para>
        <para>proceskostenveroordeling.<footnote-ref linkend="_4f16b6f4-57c9-4a1c-8f5e-30b092b8f563" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling gedeeltelijk toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.<footnote-ref linkend="_062a4faf-cc24-475e-b78c-e3eb2b9fa029" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het Uwv aan verzoekster tegemoetgekomen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.</para>
    <para />
    <para>5. Op 8 juli 2024 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het besluit van 30 mei 2024 waarin het bezwaar van verzoekster ongegrond is verklaard. Het Uwv heeft op 20 januari 2026 besloten dat verzoekster vanaf 9 november 2022 recht heeft op een uitkering volgens de Inkomensvoorziening volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA). Hiermee is het Uwv tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Welk bedrag aan proceskosten moet het Uwv aan verzoekster vergoeden?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. </para>
    <para />
    <para>7. Verzoekster vraagt om een vergoeding van kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en kosten voor de door haar ingeschakelde deskundige.</para>
    <para />
    <para>8. De kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt de rechtbank vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- met een wegingsfactor 1).</para>
    <para />
    <para>9. Wat betreft het verzoek tot vergoeding van de kosten van de deskundige overweegt de rechtbank als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verzoekster in redelijkheid een deskundige ingeschakeld. Daarbij betrekt de rechtbank dat verzoekster de medische beoordeling van het Uwv alleen kan aanvechten door zelf medische informatie in te brengen. Dat heeft verzoekster met het rapport van verzekeringsarts [A] gedaan. Verzoekster heeft een gespecificeerde factuur ter hoogte van € 3.926,27 (€ 3.244,85 en </para>
    <parablock>
      <para>€ 681,42 BTW) en een gespecificeerde factuur ter hoogte van € 971,15 (€ 802,66 en </para>
      <para>€ 168,55 BTW) overgelegd. Uit de overgelegde facturen volgt dat in totaal 20,5 uur aan werkzaamheden wordt gedeclareerd tegen een uurtarief van gemiddeld € 197,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. De te vergoeden kosten voor de werkzaamheden uit de hiervoor genoemde facturen stelt de rechtbank vast aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), gelezen in verband met artikel 8:36, tweede lid, van de Awb en met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in de Wet tarieven in strafzaken en het Besluit tarieven in strafzaken 2003. De deskundige heeft in 2024 gerapporteerd. Dit betekent dat een tarief van ten hoogste € 154,50 per uur voor vergoeding in aanmerking komt.</para>
    <para />
    <para>11. In de gespecificeerde facturen staan totaal 1230 minuten (20,5 uur) vermeld. Die zien onder andere op dossierstudie, onderzoek en reistijd (5,5 uren), rapportage deel 1 en deel 2 (5¾ uur) inzage en correctierecht (1¼ uur), eindrapportage en afronding rapportage (1,5 uur) en werkzaamheden verzekeringsarts expertise (2,5 uur). Ook staan 240 minuten (4 uur) vermeld voor administratieve ondersteuning. </para>
    <para>12. De kosten voor administratieve ondersteuning komen niet voor vergoeding in aanmerking.<footnote-ref linkend="_beacc409-13d6-4579-99bf-07677ceaccec" /> Ook de niet nader gespecificeerde reistijd komt niet voor vergoeding in aanmerking.<footnote-ref linkend="_b45371a8-5ea2-40cf-a593-517aea559903" /> De rechtbank is van oordeel dat de facturen verder wel volstaan ter onderbouwing van de gemaakte uren. De rechtbank stelt de vergoeding aan de hand van het ten hoogste geldende tarief vast op 15 uur x € 154,50 zijnde € 2.317,50. Inclusief 21% btw is dit € 2.804,20.</para>
    <para />
    <para>13. Het totale bedrag aan proceskosten dat het Uwv moet vergoeden komt daarmee op</para>
    <para>€ 1.868,- + € 2.804,20 = € 4.672,20.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>14. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.<footnote-ref linkend="_35feef2a-31d2-4d9f-9f72-db2ae33b2d92" />Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 4.672,20 aan proceskosten aan verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M.S.D. de Weerd, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_4f16b6f4-57c9-4a1c-8f5e-30b092b8f563" label="1">
    <para> Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_062a4faf-cc24-475e-b78c-e3eb2b9fa029" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Bpb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_beacc409-13d6-4579-99bf-07677ceaccec" label="3">
    <para> Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 24 december 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG8372.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b45371a8-5ea2-40cf-a593-517aea559903" label="4">
    <para> Artikel 8 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_35feef2a-31d2-4d9f-9f72-db2ae33b2d92" label="5">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>