<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:39</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-14T13:41:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/002214-25 en 05/046632-23 (t.t.z. gevoegd)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:39">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:39</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-14T10:13:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:39 Rechtbank Midden-Nederland , 14-01-2026 / 16/002214-25 en 05/046632-23 (t.t.z. gevoegd)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:39:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor het voorhanden hebben van een vuurwapen, wederspannigheid, bedreiging, poging zware mishandeling en mishandeling van zijn (toenmalige) levensgezel. </para>
      <para />
      <para>Straf: een gevangenisstraf van 400 dagen, waarvan 127 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en oplegging van algemene en bijzondere voorwaarden. 38v maatregel, in de vorm van een contactverbod. Vorderingen tot schadevergoeding (deels) toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:39:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 16/002214-25 en 05/046632-23 (t.t.z. gevoegd) </para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 14 januari 2026 in de strafzaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1999] in [geboorteplaats] , </para>
      <para>ingeschreven op het adres [adres] , [woonplaats] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(hierna: de verdachte).</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Zitting</title>
    <para>De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 17 december 2025. Met instemming van partijen is het onderzoek (enkelvoudig) gesloten op 14 januari 2026. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting waren aanwezig:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verdachte;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie: mr. R.E. Craenen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de advocaat van de verdachte: mr. J. Visscher (hierna: de advocaat); </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de benadeelde partij: [aangever] , met haar gemachtigde [A] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , [B] van Slachtofferhulp Nederland;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , mr. L. van Sommeren.</para>
        <para />
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Parketnummer 16/002214-25</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>op 3 januari 2025 in Soesterberg een vuurwapen voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 3 januari 2025 in Soesterberg een politieagent heeft bedreigd door tegen hem te zeggen: "Ik wil je moeder in stukken snijden";</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>op 3 januari 2025 in Soesterberg zich met geweld heeft verzet tegen zijn staandehouding, door een ambtenaar van de Koninklijke Marchaussee om haar middel te vast te pakken en slaande/stompende bewegingen te maken in haar ribben, met als gevolg schaafwonden en zwelling bij de ribbenkast;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 4</emphasis>
      </para>
      <para>op 22 november 2024 in Amersfoort [slachtoffer 1] heeft bedreigd door tegen haar te zeggen: "Ik zal bij je voor de deur staan en een paar kogels door je hoofd blazen. Ik zal je huis opblazen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 5</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair</emphasis>
      </para>
      <para>op 30 september 2024 in Amersfoort heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met zijn vingernagel in het oog van die [slachtoffer 1] te steken en wroeten en boren;</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis> ten laste gelegd als mishandeling door met een vlakke hand te slaan op het bovenbeen en met zijn vingernagel in het oog van [slachtoffer 1] te steken en te wroeten en te boren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Parketnummer 05/046632-23</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 15 februari 2023 in Berg en Dal zijn levensgezel, [slachtoffer 2] , heeft mishandeld door haar te duwen, waarbij haar arm tussen een deur is gekomen en haar op haar hoofd en/of schouder of lichaam te slaan, te stompen en te krabben. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage 1 bij dit vonnis.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijs </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 3, 4, en 5 van parketnummer 16/002214-25 en het feit onder parketnummer 05/046632-23 heeft gepleegd. Hij vindt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 2 van parketnummer 16/002214-25, omdat niet kan worden bewezen dat de verbalisant in Soesterberg is bedreigd. Hij merkt op dat hij een wijziging van de tenlastelegging op de zitting in deze zaak niet passend vindt. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten 2, 3, 4 en 5 van parketnummer 16/002214-25. Ten aanzien van het feit onder parketnummer 05/046632-23 heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, voor zover het geweld ziet op het slaan tegen de schouder en het lichaam. De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Gedeeltelijke vrijspraak</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank oordeelt dat feit 2 van parketnummer 16/002214-25 niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De officier van justitie en de verdediging komen tot dezelfde conclusie. De rechtbank stelt vast dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de bedreiging in Soesterberg heeft plaatsgevonden, omdat in het proces-verbaal staat dat de bedreiging in Houten was.</para>
          <para />
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen feiten 1, 3, 4 en 5 van parketnummer 16/002214-25 en het feit onder parketnummer 05/046632-23</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van het feit onder parketnummer 05/046632-23</emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte bekent het slaan tegen de schouder en het lichaam (ten aanzien van het feit onder parketnummer 05/046632-23), zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Door of namens hem, is ook niet om vrijspraak voor dit deel van het feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: <footnote-ref linkend="_6844c379-810d-4372-a921-8813445aea8b" /></para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>De bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 17 december 2025;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] ; <footnote-ref linkend="_5b71b669-9b6c-49d5-9955-3a244eb2c888" /></para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van feit 1 (parketnummer 16/002214-25)</emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte bekent dat hij een wapen in zijn bezit heeft gehad (feit 1 van parketnummer 16/002214-25), zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:</para>
        </parablock>
        <para />
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>De bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 17 december 2025;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Een proces-verbaal, inhoudende de categorisering van het vuurwapen;<footnote-ref linkend="_8f2f30d2-c50e-432c-a1ff-d58197234b19" /></para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van feit 3 (parketnummer 16/002214-25)</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank oordeelt dat het feit is bewezen.  De rechtbank baseert dit oordeel op het volgende bewijsmiddel:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van aangifte door [aangever] , voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>Op 3 januari 2025 was ik werkzaam als medewerker van de koninklijke marechaussee in Soesterberg.<footnote-ref linkend="_03390986-bb1c-479b-acb8-86142aa384c7" /> Ik pakte de verdachte bij zijn linker bovenarm vast om hem te laten stoppen. Hij draaide zich om en pakte mij met zijn beide armen vanaf de zijkant mij vast om mijn middel. Hierdoor kwamen we samen ten val. De man lag op zijn rug op de grond en ik lag met mijn rug boven op hem. Terwijl ik nog boven op de man lag heeft mij vier à vijf keer in mijn linkerzij geslagen. Ik zag dat de man mij sloeg met zijn linker vuist. Ik voelde direct een doffe pijn aan de onderste ribben van mijn linkerzijde. <footnote-ref linkend="_f41c45f0-1bd5-40e0-9f9c-9877336c9446" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] , voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>Ik zag dat de collega’s van de Koninklijke Mareschaussee de man konden vastpakken. Ik zag dat de man meteen in verzet ging.</para>
          <para>De verdachte bleek later te zijn: [verdachte] , geboren op [1999] te [geboorteplaats] . Ik heb de verdachte op vrijdag 3 januari 2025 aangehouden.<footnote-ref linkend="_5e6d2c80-9bf8-4b0b-99dd-f6757b39e493" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van feit 4 en 5 (parketnummer 16/002214-25)</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank oordeelt dat de feiten zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , inclusief fotobijlagen, voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>Op 30 september 2024 sprak ik met [verdachte] (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: de verdachte) </emphasis>af in Amersfoort. </para>
          <para>Ik voelde dat [verdachte] mij met zijn rechtervinger in mijn rechteroog prikte. Hij stak zijn vinger en nagel in mijn oogkas en begon erin te wroeten. Ik voelde dat hij best wel diep kwam en dat het als boren voelde. Vooral zijn nagel voelde ik, deze was erg scherp.<footnote-ref linkend="_f5065499-0290-43ec-b5fd-3ade1cad18b1" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een geschrift, inhoudende een medische verklaring, voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>Consult HA (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: huisarts)</emphasis></para>
          <para>Naam: [slachtoffer 1]</para>
          <para>Afspraakdatum: 30 september 2024</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Objectief: Helder en adequaat Pijnlijk. OD: roodheid conjunctiva, VOK helder, bij aankleuring met fluoresceine erosie (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: hoornvliesbeschadiging) </emphasis>op 3 uur krasvormig.<footnote-ref linkend="_05072832-88af-4ee5-a064-aa634ab2ebfb" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , voor zover inhoudende: </emphasis>
          </para>
          <para>Mijn aangifte is gericht tot mijn soort van ex [verdachte] (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: de verdachte)</emphasis>. Op 22 november 2024 heeft hij mij met de dood bedreigd. Dit deed hij door middel van het sturen van een spraakbericht op whatsapp. In het spraakbericht wat hij mij stuurde heb ik gehoord dat hij mij dood wil maken omdat ik zijn geld nog niet heb terug betaald. Ook heeft hij bedreigingen geuit naar mijn moeder.<footnote-ref linkend="_85a7cb0a-10ce-47f5-a94c-c69f511a9c86" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van het uitluisteren van de spraakberichten door de politie, voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>Op 23 november 2024 ontving ik als wijkagent van [slachtoffer 1] een spraakbericht. Dit spraakbericht had zij ontvangen op vrijdag 22 november 2024 om 23.00 uur. Het spraakbericht bevatte meerdere bedreigingen van een man naar [slachtoffer 1] toe. Volgens [slachtoffer 1] was de man die het spraakbericht had gestuurd en ingesproken, [verdachte] , haar soort van exvriend.</para>
          <para>Ik, verbalisant, hoorde het volgende gesproken worden in het spraakbericht:</para>
          <para>"Roep maar met jouw ogen. Het wordt nog veel meer dan jouw oog, met je je kent niemand. Ik hoef ook niemand te kennen. Ik weet dat zelfs jouw ouders je uitspugen stuk achterlijk kanker stuk vreten. Over, tegen wie praat jij zo. Sterker nog als dat wil sta ik straks voor jou deur en blaas ik straks een paar kogels door jouw hoofd en door jouw raam. Ja? Mongol. Al je wil blaas ik straks je hele kankerhuis op met die Somaliëaan die mij besch.. die mij aan het bedreigen was toch van ik schiet jou door je hoofd. Wollah [slachtoffer 1] je moet blij zijn dat ik nog geen boete op jouw kankermoeder heb gegooid, of dat ik jou niet in de kofferbak heb gegooid zodat jij je lichaam kan verkopen enzo. Ewa betaal mijn kankergeld want het begint nu echt tik tak te worden [slachtoffer 1] . Wollah en die grote bek van je ga ik echt afleren als het zo door gaat."<footnote-ref linkend="_9487ae5a-b1a0-4ca2-93b1-b158e8563a16" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 27 november 2024 begaf ik mij naar de woning van de moeder van [verdachte] . Mij was bekend dat hij hier veel verbleef en derhalve gingen we hiernaartoe in de hoop het pandverbod te kunnen uitreiken. Ik zei hem dat wij hier waren om iets af te geven namelijk een pandverbod. Ik toonde hem het pandverbod. Ik vroeg of hij wilde tekenen voor ontvangst. Op het moment dat ik [verdachte] zijn stem hoorde toen hij begon te praten, herkende ik zijn stem als dezelfde stem welke ik op de naar [slachtoffer 1] verzonden spraakberichten had gehoord. Ik herkende zijn stem aan de intonatie, zijn enigszins onvriendelijk klinkende geluid en daarbij het Marokkaanse accent wat goed te horen is in zijn stem. Zijn stem herkende ik voor 100% als dezelfde stem welke ik had gehoord op de spraakberichten.<footnote-ref linkend="_58de0e60-7b44-4203-8186-43b8b0a9bba9" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewijsoverwegingen</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 3 (parketnummer 16/002214-25)</emphasis>
          </para>
          <para>De advocaat heeft vrijspraak bepleit van het feit, omdat geen sprake is geweest van verzet tegen aanhouding met geweld (wederspannigheid). Anders dan de raadsman, ziet de rechtbank – net als de officier van justitie – geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van aangeefster, die ambtenaar is bij de Koninklijke Marchaussee. Het verweer wordt door het bewijsmiddel weerlegd. De rechtbank acht het feit daarom wettig en overtuigend bewezen.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 4 en 5 (parketnummer 16/002214-25)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht de bedreiging (feit 4) wettig en overtuigend bewezen. Uit de eerdergenoemde bewijsmiddelen volgt dat de politie spraakberichten heeft uitgeluisterd, waarop de bedreigingen, waar de verdachte van wordt beschuldigd, zijn te horen. De politie herkent de stem van de verdachte in deze spraakberichten, omdat zij de verdachte uiteindelijk ook zelf spreken. Uit de aangifte volgt op welke datum deze bedreiging (ongeveer) heeft plaatsgevonden. Anders dan de raadsman, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de spraakberichten op of omstreeks 22 november 2024 heeft verstuurd. De wijkagent heeft namelijk verklaard dat hij op 23 november 2024 de spraakberichten van de aangeefster heeft ontvangen en dat hij van de aangeefster heeft gehoord dat de berichten een dag daarvoor waren verzonden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft geprobeerd om aangeefster zwaar te mishandelen (feit 5). Uit de aangifte volgt dat de verdachte de aangeefster met zijn vinger in haar oog prikte en met zijn vinger in haar oog wroette. Zij voelde zijn scherpe nagel diep in haar oog. Uit de medische verklaring volgt kortgezegd dat het hoornvlies van aangeefster was beschadigd en dat sprake was van krasvorming. De verdachte ontkent aangeefster te hebben mishandeld en stelt dat zij mogelijk zelf in haar oog heeft gewreven of geprikt. De rechtbank vindt dit alternatieve scenario niet aannemelijk. Het geconstateerde letsel past namelijk niet bij het wrijven in een oog of het (per ongeluk) prikken van een eigen vinger in het oog. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op basis van de aangifte en de medische verklaring acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft geprobeerd om aangeefster zwaar te mishandelen. Dat een getuige, een vriend van de verdachte, de aangifte weerspreekt, doet naar het oordeel van de rechtbank niets af aan de betrouwbaarheid van de aangifte.  </para>
          <para>De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het prikken/wroeten in het oog van aangeefster gekwalificeerd moet worden als een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij aangeefster, gelet op de aard van de mishandeling en de gevolgen daarvan zoals uit de bewijsmiddelen naar voren komt. Een oog is een kwetsbaar onderdeel van het gezicht. Bij het daarin prikken/wroeten met een nagel bestaat de aanmerkelijke kans op ernstige en blijvende oogschade (zoals blindheid) en dus zwaar lichamelijk letsel. Naar de uiterlijke verschijningsvorm kan de gedraging van de verdachte ook worden aangemerkt als zozeer gericht op het toebrengen van dat letsel, dat het niet anders kan zijn dat dat de verdachte die aanmerkelijke kans bewust heeft aanvaard.</para>
          <para />
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">parketnummer 16-002214-25</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>feit 1</para>
        <para>op 3 januari 2025 te Soesterberg</para>
        <para>een wapen met bijbehorende munitie van categorie III, onder 1 van de Wet wapens</para>
        <para>en munitie, te weten vuurwapen, revolver, van origine alarmrevolver, van het merk</para>
        <para>BBM, model Olympic 38, kaliber .22, omgebouwd naar scherpschietend, zijnde een</para>
        <para>vuurwapen in de vorm van een revolver, voorhanden heeft gehad;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>feit 3</para>
        <para>op 3 januari 2025 te Soesterberg zich met geweld heeft verzet tegen een ambtenaar, [aangever] , werkzaam als wachtmeester der Koninklijke Marechausse werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar bediening, te weten ter staandehouding van de verdachte, door die [aangever] om haar middel vast te pakken en een of meerdere keren slaande/stompende bewegingen te maken in haar ribben, terwijl dit misdrijf en de daarmee gepaarde feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten schaafwonden en een zwelling bij de ribbenkast van die verbalisant ten gevolge heeft gehad;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>feit 4</para>
        <para>hij op of omstreeks 22 november 2024 te Amersfoort [slachtoffer 1] heeft bedreigd</para>
        <para>met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die</para>
        <para>
          [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik zal bij je voor de deur staan en een</para>
        <para>paar kogels door je hoofd blazen. Ik zal je huis opblazen.";</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>feit 5</para>
        <para>op 30 september 2024 te Amersfoort ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met zijn vingernagel in het oog van die [slachtoffer 1] te steken en wroeten en boren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">parketnummer 05-046632-23</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 15 februari 2023 te Berg en Dal zijn levensgezel, te weten [slachtoffer 2] , heeft mishandeld door haar op/tegen een schouder, althans op/tegen het lichaam, te slaan;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Kwalificatie en strafbaarheid</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Kwalificatie</emphasis>
        </para>
        <para>De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">parketnummer 16-002214-25</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1: 	handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 3:	wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 4:	bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 5:	poging tot zware mishandeling;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">parketnummer 05-046632-23</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.</emphasis>
        </para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafbaarheid feiten en verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De feiten en de verdachte zijn strafbaar.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Straf en maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 400 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 127 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering (meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling , begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, schuldhulpverlening en middelencontrole). De officier van justitie eist dat de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht direct na de uitspraak van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie eist daarnaast dat aan de verdachte een contactverbod wordt opgelegd met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] als vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van vijf jaar, te vervangen door twee weken hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, met een maximum van 6 maanden. De officier van justitie eist dat deze maatregel direct na de uitspraak ingaat (dadelijk uitvoerbaar is).</para>
        <para> </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat verzoekt om bij een strafoplegging te volstaan met een gevangenisstraf voor de duur die de verdachte in voorarrest heeft gezeten en een eventuele straf daarnaast voorwaardelijk op te leggen. Het is van belang dat verdachte niet opnieuw vast komt te zitten. Hij probeert zijn leven op te bouwen en dit wordt doorkruist als hij gedetineerd raakt. De advocaat verzoekt om bij het opleggen van bijzondere voorwaarden enkel een meldplicht en de opname in een kliniek op te leggen. De inhoud van de andere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd komt volgens hem ook tijdens deze twee voorwaarden aan bod. </para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 400 dagen, waarvan 127 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijke deel van die straf koppelt de rechtbank de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering. Anders dan de raadsman is de rechtbank gelet op het reclasseringsadvies van oordeel dat alle geadviseerde voorwaarden nodig zijn om te voorkomen dat de verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen.</para>
        <para>Daarnaast legt de rechtbank een 38v-maatregel op in de vorm van een contactverbod met twee aangevers. </para>
        <para>Bij het bepalen van deze straf en de maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee. Dit licht de rechtbank hieronder toe.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst en de omstandigheden van de feiten    </emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zijn toenmalige vriendin mishandeld. Later heeft hij geprobeerd om een andere vrouw, met wie hij ook een relatie heeft gehad, zwaar te mishandelen. Ook heeft hij haar daarna via spraakberichten bedreigd. De verdachte neemt slechts deels verantwoordelijkheid voor zijn handelen en legt de verantwoordelijkheid ook bij de vrouwen zelf, die hem ook zouden hebben mishandeld. Uit de aangiftes volgt wat de impact van het handelen van de verdachte is geweest op deze vrouwen: het heeft geleid tot gevoelens van angst, onzekerheid en onveiligheid. De rechtbank rekent dit de verdachte aan en vindt het zorgelijk dat uit één van de aangiftes lijkt te volgen dat de mishandelingen vaker hebben plaatsgevonden. </para>
        <para>Daarnaast heeft de verdachte zich met geweld verzet tegen zijn staandehouding door een lid van de Koninklijke Marechaussee, waardoor deze ambtenaar letsel heeft opgelopen. Hiermee heeft hij het gezag van deze ambtenaar ondermijnd en heeft hij haar belet in het uitoefenen van haar werk. Tot slot is hierna een vuurwapen bij de verdachte aangetroffen.  In zijn algemeenheid geldt dat het ongecontroleerde bezit van vuurwapens een risico meebrengt voor de veiligheid van personen, waarbij (willekeurige) slachtoffers kunnen vallen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met het strafblad van de verdachte van 3 oktober 2025. Hieruit volgt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor mishandeling en bedreiging. De rechtbank weegt dat in strafverzwarende zin mee.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met een reclasseringsadvies van 15 december 2025. De reclassering adviseert bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding en het meewerken aan schuldhulpverlening en middelencontrole. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld tot hoog.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het strafkader</emphasis>
        </para>
        <para>Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten (LOVS). Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. De volgende straffen worden in de oriëntatiepunten genoemd: een gevangenisstraf van acht maanden voor het bezit van een vuurwapen in het openbaar, een geldboete voor bedreiging, een geldboete voor mishandeling en een gevangenisstraf van drie maanden voor zware mishandeling. Voor wederspannigheid zijn geen oriëntatiepunten. De rechtbank kijkt daarom naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is met de advocaat en de officier van justitie van oordeel dat de verdachte niet opnieuw de gevangenis in moet, omdat hij sinds 1 oktober 2025 in een schorsing loopt en de ontwikkeling die hij sindsdien lijkt te hebben doorgemaakt zal worden doorkruist als hij weer gedetineerd raakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, namelijk mishandeling en poging tot zware mishandeling.</para>
        <para>Gelet op het advies van de reclassering is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">38v-maatregel</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal voor de beveiliging van de maatschappij en voor het voorkomen van strafbare feiten bevelen dat de verdachte zich onthoudt van contact met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het reclasseringsadvies en wat blijkt uit de aangiftes, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Daarom zal zij bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is. </para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het wapen en de munitie verbeurd moet worden verklaard en dat de verdovende middelen moeten worden onttrokken aan het verkeer.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat is het eens met de officier van justitie. </para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Onttrekking aan het verkeer</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de in beslag genomen revolver, munitie en verdovende middelen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met betrekking tot de revolver met munitie is het onder parketnummer 16/002214 feit 1 bewezen verklaarde feit begaan.</para>
        <para> </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Vorderingen van de benadeelde partijen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 16/002214-25 (feit 3)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">8.1.1 Vordering van de benadeelde partij [aangever]</emphasis>
      </para>
      <para> heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 850,-, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van immateriële schade (smartengeld). </para>
      <para>Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">8.1.2 Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij geheel kan worden toegewezen. </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="underline">8.1.3 Standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat stelt zich op het standpunt dat de schade aanzienlijk moet worden gematigd en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor de precieze hoogte daarvan. Er moet volgens hem onderscheid worden gemaakt tussen het letsel aan de knie en het letsel aan de ribben. Van het letsel aan de ribben is geen medische informatie beschikbaar. Het letsel aan de knie is een gevolg van een ongelukkige aanhouding en niet van wederspannigheid, waardoor de schade niet aan de verdachte kan worden toegerekend.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="underline">8.1.4 Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door de verdachte gepleegde strafbare feit. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 500,- billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval hebben zowel de verdachte als de benadeelde partij op punten ongelijk gekregen. Omdat de verdachte aansprakelijk is voor de schade die door het door hem gepleegde feit is ontstaan en omdat een substantieel deel van de gevorderde schade wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 16/002214-25 (feit 4 en feit 5)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">8.2.1: Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis>
      </para>
      <para> heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.600,-, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van immateriële schade (smartengeld). </para>
      <para>Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="underline">8.2.2 Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij moet worden gematigd tot een bedrag van € 1.000,-.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="underline">8.2.3 Standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat stelt zich primair op het standpunt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de bepleitte vrijspraak. Subsidiair stelt hij dat de kosten aanzienlijk moeten worden gematigd en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor de precieze hoogte hiervan. Hij merkt op dat de schade aan het oog niet medisch objectiveerbaar vastgesteld.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="underline">8.2.4 Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door de verdachte gepleegde strafbare feit. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 800,- billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval hebben zowel de verdachte als de benadeelde partij op punten ongelijk gekregen. Omdat de verdachte aansprakelijk is voor de schade die door het door hem gepleegde feit is ontstaan en omdat een substantieel deel van de gevorderde schade wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parketnummer 05/046632-23</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">8.3.1 vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]</emphasis>
      </para>
      <para> heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 3.836,40, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 836,- voor vergoeding van materiële schade en € 3.000 voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld). </para>
      <para>De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>reiskosten: € 66,40;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medische kosten (eigen risico): € 770,-.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. </para>
      <para>Op de zitting heeft mr. L van Sommeren namens de benadeelde partij aangevoerd dat de gevorderde reiskosten ten aanzien van het bezoek aan de rechtbank (voor een bedrag van €56,90) komen te vervallen, omdat de benadeelde partij niet op de zitting is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">8.3.2 Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij moet worden gematigd tot een bedrag van € 1.000,- De reiskosten naar de rechtbank moeten in mindering worden gebracht. De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk worden verklaard in de medische kosten, omdat deze niet zijn onderbouwd. Het bedrag voor de immateriële schade moet worden gematigd tot € 1.000,-, omdat het verzochte bedrag ziet op meerdere mishandelingen.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="underline">8.3.3 Standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat stelt dat de overige reiskosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat niet is onderbouwd dat dit directe kosten zijn geweest voor de benadeelde partij. De kosten voor het eigen risico zijn niet onderbouwd; de benadeelde partij is naar de huisarts gegaan en daarvoor is geen eigen risico verschuldigd. De advocaat verzoekt om de immateriële schade aanzienlijk te matigen, omdat deze is gebaseerd op een langere periode, waarvan de verdachte niet wordt beschuldigd. </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="underline">8.3.4 Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van de gevraagde materiële schade overweegt de rechtbank dat het niet aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij de kosten voor het eigen risico heeft moeten maken. De benadeelde partij wordt ten aanzien van die kosten niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De reiskosten naar de advocaat en het politiebureau komen op grond van jurisprudentie niet voor vergoeding in aanmerking.<footnote-ref linkend="_94cc291b-2812-4268-aa6f-3947956ac2fb" /> De rechtbank wijst die kosten daarom af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door de verdachte gepleegde strafbare feit. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van immateriële schade van € 800,- billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de immateriële kosten niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval hebben zowel de verdachte als de benadeelde partij op punten ongelijk gekregen. Omdat de verdachte aansprakelijk is voor de schade die door het door hem gepleegde feit is ontstaan en omdat een substantieel deel van de gevorderde schade wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para>De hiervoor genoemde bedragen die de verdachte aan de benadeelde partijen moet vergoeden worden vermeerderd met de wettelijke rente, telkens vanaf de datum van het ontstaan van de schade, zoals hieronder in de beslissing weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast legt de rechtbank ten behoeve van alle benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partijen de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeven te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast, zoals hieronder in de beslissing weergegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partijen. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toegepaste wetsartikelen</title>
    <para>De opgelegde straf en maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 36f, 38v, 38w, 45, 57, 181, 285, 300, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>artikel 13a van de Opiumwet;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. </para>
        <para />
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 3, 4 en 5 van parketnummer 16-002214-25 en het feit van parketnummer 05-046632-23 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;</para>
    <para>- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5.1 is vermeld; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder de feiten 1, 3, 4 en 5 van parketnummer 16-002214-25 en het feit van parketnummer 05-046632-23 bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 400 dagen</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf <emphasis role="bold">in mindering zal worden gebracht</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat van de gevangenisstraf <emphasis role="bold">een gedeelte van 127 dagen</emphasis>, <emphasis role="bold">niet zal worden ten uitvoer gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt daarbij <emphasis role="bold">een proeftijd van 2 (twee) jaren</emphasis> vast; </para>
    <para>- als <emphasis role="bold">algemene voorwaarden</emphasis> gelden dat verdachte:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis> gelden dat de verdachte gedurende de proeftijd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich blijft melden bij Inforsa reclassering op het adres Utrechtseweg 11-13, 3811NA te Amersfoort. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich laat zich opnemen in Forensische Verslavingskliniek Basalt of een soortgelijke</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start zo spoedig mogelijk. De opname duurt een jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich laat behandelen door Forensische Ambulante Zorg Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start aansluitend aan de klinische opname. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal veroordeelde zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>indien geïndiceerd verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich inspant voor het vinden en behouden van dagbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meewerkt aan controle van het gebruik van middelen om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering <emphasis role="bold">dadelijk uitvoerbaar</emphasis> zijn; </para>
    <para>- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">38v-maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van vijf (5) jaren, inhoudende dat de verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [slachtoffer 1] , geboren op [1999] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [slachtoffer 2] , geboren op [2002] ;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel <emphasis role="bold">dadelijk uitvoerbaar</emphasis> is; </para>
    <para>- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door 14 dagen hechtenis, met een maximum van 6 maanden; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">beslag (parketnummer 16-002214-25, feit 1 en feit 3)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>1 STK Revolver (G3461911)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 STK Munitie (G3461920)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 STK Verdovende Middelen (G3461951);</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangever] (parketnummer 16/002214-25, feit 3)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van [aangever] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte tot betaling aan [aangever] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2025 tot de dag van volledige betaling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart [aangever] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever] aan de Staat € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 5 dagen gijzeling;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1] (parketnummer 16/002214-2, feit 4 en feit 5)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 800,-, bestaande uit immateriële schade; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2024 tot de dag van volledige betaling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 800,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2] (parketnummer 05/046632-23)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 800,-. bestaande uit immateriële schade; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2023 tot de dag van volledige betaling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft de gevorderde materiële kosten voor het eigen risico (voor een bedrag van €770,-) niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde af; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 800,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente 15 februari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorlopige hechtenis  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M. Lemmen, voorzitter, mr. S. Ourahma en mr. M.M. van der Zwaag, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Caruso als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I: De tenlastelegging </emphasis>
      </para>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak met parketnummer 16-002214-25</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>feit 1</para>
      <para>hij op of omstreeks 3 januari 2025 te Soesterberg, gemeente Soest</para>
      <para>een wapen met bijbehorende munitie van categorie III, onder 1 van de Wet wapens</para>
      <para>en munitie, te weten vuurwapen, revolver, van origine alarmrevolver, van het merk</para>
      <para>BBM, model Olympic 38, kaliber .22, omgebouwd naar scherpschietend, zijnde een</para>
      <para>vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft</para>
      <para>gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>feit 2</para>
      <para>hij op of omstreeks 3 januari 2025 te Soesterberg, gemeente Soest</para>
      <para>
        [surveillant] , surveillant bij de Eenheid Midden-Nederland heeft bedreigd met enig</para>
      <para>misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [surveillant]</para>
      <para>dreigend de woorden toe te voegen "Ik wil je moeder in stukken snijden", althans</para>
      <para>woorden van gelijke dreigende aard of strekking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>feit 3</para>
      <para>hij op of omstreeks 3 januari 2025 te Soesterberg, gemeente Soest,</para>
      <para>zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, [aangever]</para>
      <para> , werkzaam als wachtmeester der</para>
      <para>Koninklijke Marechausse werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar</para>
      <para>bediening, te weten ter staandehouding van de verdachte door die [aangever] om haar</para>
      <para>middel vast te pakken en/of een of meerdere keren slaande/stompende bewegingen</para>
      <para>te maken in die [aangever] haar ribben, althans in de richting van, voornoemde</para>
      <para>verbalisant, terwijl dit misdrijf en/of de daarmee gepaarde feitelijkheden enig</para>
      <para>lichamelijk letsel, te weten schaafwonden en/of een zwelling bij de ribbenkast van</para>
      <para>die verbalisant ten gevolge heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>feit 4</para>
      <para>hij op of omstreeks 22 november 2024 te Amersfoort [slachtoffer 1] heeft bedreigd</para>
      <para>met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die</para>
      <para>
        [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik zal bij je voor de deur staan en een</para>
      <para>paar kogels door je hoofd blazen. Ik zal je huis opblazen.", althans woorden van</para>
      <para>gelijke dreigende aard of strekking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>feit 5</para>
      <para>hij op of omstreeks 30 september 2024 te Amersfoort ter uitvoering van het door</para>
      <para>verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk</para>
      <para>letsel toe te brengen met zijn (vinger)nagel in het oog van die [slachtoffer 1] te steken en/of</para>
      <para>wroeten en/of boren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is</para>
      <para>voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen leiden:</para>
      <para>hij op of omstreeks 30 september 2024 te Amersfoort [slachtoffer 1] heeft</para>
      <para>mishandeld door haar met een vlakke hand te slaan op het bovenbeen en/of met</para>
      <para>zijn (vinger)nagel in het oog van die [slachtoffer 1] te steken en/of wroeten en/of boren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak met parketnummer 05-046632-23</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 15 februari 2023 te Berg en Dal</para>
      <para>zijn levensgezel, althans een persoon, te weten [slachtoffer 2] ,</para>
      <para>heeft mishandeld door haar op/tegen het lichaam te duwen (waarbij een arm van</para>
      <para>die [slachtoffer 2] tussen een deur is gekomen) en/of haar meermalen, althans</para>
      <para>eenmaal, op/tegen het hoofd en/of een schouder, althans op/tegen het lichaam, te</para>
      <para>slaan en/of te stompen en/of te krabben;</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_6844c379-810d-4372-a921-8813445aea8b" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2025003767, digitale pagina 1 tot en met 158. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.  </emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5b71b669-9b6c-49d5-9955-3a244eb2c888" label="2">
    <para> pagina 6-9.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f2f30d2-c50e-432c-a1ff-d58197234b19" label="3">
    <para> pagina 49-51.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_03390986-bb1c-479b-acb8-86142aa384c7" label="4">
    <para> pagina 77.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f41c45f0-1bd5-40e0-9f9c-9877336c9446" label="5">
    <para> pagina 78.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5e6d2c80-9bf8-4b0b-99dd-f6757b39e493" label="6">
    <para> pagina’s 33 en 34.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f5065499-0290-43ec-b5fd-3ade1cad18b1" label="7">
    <para> pagina 96.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_05072832-88af-4ee5-a064-aa634ab2ebfb" label="8">
    <para> pagina 120.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_85a7cb0a-10ce-47f5-a94c-c69f511a9c86" label="9">
    <para> pagina 81.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9487ae5a-b1a0-4ca2-93b1-b158e8563a16" label="10">
    <para> pagina 84.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_58de0e60-7b44-4203-8186-43b8b0a9bba9" label="11">
    <para> pagina 85</para>
  </footnote>
  <footnote id="_94cc291b-2812-4268-aa6f-3947956ac2fb" label="12">
    <para> Hoge Raad 21 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:662 en de conclusie van de AG (in het bijzonder overweging 4.4 t/m 4.7)</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>