<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:346</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T09:41:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 25/3561-V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:346">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:346</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T09:41:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:346 Rechtbank Midden-Nederland , 26-01-2026 / UTR 25/3561-V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:346:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet gegrond; beroepschrift dubbel geregistreerd;</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:346:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 25/3561-V </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2026 op het verzet van </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,</emphasis> te Utrecht, opposante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het beroep dat geopposeerde heeft ingediend omdat opposante niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van 18 december 2025 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 18 december 2025 het beroep gegrond verklaard, omdat opposante niet tijdig een besluit heeft genomen op het verzoek van geopposeerde.</para>
    <para>Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
    <para />
    <para>2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was. </para>
    <para>De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 18 december 2025 niet juist was. </para>
    <para />
    <para>3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 18 december 2025 niet juist, omdat de rechtbank op 4 augustus 2025 (zaaksnummer 25/3483) al een uitspraak heeft gedaan op het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek om herbeoordeling van 9 augustus 2022 inzake mevrouw [A] . </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank volgt opposante hierin. Zowel in de zaak met nummer 25/3483 als in de onderhavige zaak gaat het om hetzelfde beroep tegen het niet tijdig beslissen. Dit beroepschrift is van 10 juni 2025 en is door de rechtbank per abuis dubbel geregistreerd. Dat betekent dat de uitspraak van 18 december 2025 onjuist is. Om die reden had de rechtbank het beroep niet zonder zitting mogen afdoen. Het verzet is dus gegrond, de uitspraak van 18 december 2025 vervalt (artikel 8:55, negende lid, van de Awb). Anders dan artikel 8:55, negende lid van de Awb bepaalt, wordt het onderzoek niet voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Omdat het beroepschrift zaak dubbel is geregistreerd, zal deze zaak administratief worden doorgehaald.  </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het verzet gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 18 december 2025 met zaaknummer UTR 25/3561 vervallen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat<?linebreak?>te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak? </title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>