<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:3413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-17T13:38:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/226783-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3413">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-16T16:04:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:3413 Rechtbank Midden-Nederland , 17-06-2026 / 16/226783-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:3413:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>veroordeling wegens aanranding van zestienjarige stiefdochter, vrijspraak voor de overige tenlastegelegde feiten (ontucht en verkrachting van diezelfde stiefdochter) vanwege het ontbreken van voldoende steunbewijs om aan het bewijsminimum in zedenzaken te voldoen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:3413:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/226783-25</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 17 juni 2026 in de strafzaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1981] in [geboorteplaats] , </para>
      <para>verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,</para>
      <para>(hierna: de verdachte).</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 27 mei 2026. Het onderzoek is, met instemming van de officier van justitie en de advocaat van de verdachte, enkelvoudig gesloten op 17 juni 2026, waarna direct uitspraak is gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting waren aanwezig:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verdachte;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie: mr. M. de Nooij (hierna: de officier van justitie);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de advocaat van de verdachte: mr. C.R. Pirone (hierna: de advocaat); </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de benadeelde partij: [slachtoffer] (hierna: de benadeelde partij);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de advocaat van de benadeelde partij: mr. L. Noordanus.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>in de periode 1 april 2015 tot en met 19 december 2017 in Almere ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind [slachtoffer] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair:</emphasis>
      </para>
      <para>in de periode 20 december 2017 tot en met 8 februari 2020 in Emmeloord een aan zijn zorg/waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, heeft verkracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>in de periode 20 december 2017 tot en met 8 februari 2020 in Emmeloord ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind [slachtoffer] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair: </emphasis>
      </para>
      <para>in de periode 9 februari 2020 tot en met 8 februari 2024 in Emmeloord een aan zijn zorg/waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer] , die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet van zestien jaren had bereikt, heeft verkracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>in de periode 9 februari 2020 tot en met 8 februari 2024 in Emmeloord ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind [slachtoffer] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 4</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair:</emphasis>
      </para>
      <para>in de periode 1 juli 2024 tot en met 27 juli 2024 in Emmeloord een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, [slachtoffer] , heeft verkracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>in de periode 1 juli 2024 tot en met 27 juli 2024 in Emmeloord een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, [slachtoffer] , heeft aangerand, terwijl dit feit werd begaan tegen een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 5</emphasis>
      </para>
      <para>op 28 juli 2024 in Emmeloord een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] , heeft aangerand, terwijl dit feit werd begaan tegen een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijs </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte alle feiten heeft gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten 1 tot en met 4. Ten aanzien van feit 5 refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen feit 5</emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte bekent dat hij feit 5, namelijk aanranding van [slachtoffer] , heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:<footnote-ref linkend="_e2914466-fd4e-486c-915c-2501afa9663e" /></para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de zitting van 27 mei 2026;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Een proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden met [slachtoffer] ;<footnote-ref linkend="_8533c5b7-b840-4770-a0cf-af64669f76d3" /></para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para>- Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] .<footnote-ref linkend="_517f76e3-186a-47c2-81f5-4ce6544e312a" /></para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vrijspraak feiten 1 tot en met 4</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 tot en met 4 niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat in zedenzaken (zoals deze zaak) bij de beoordeling van het bewijs zich veelal de situatie voordoet dat alleen het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader aanwezig zijn geweest bij de bewuste handelingen. Als de verdachte ontkent, staat het woord van de één (aangeefster) tegenover het woord van de ander (de verdachte). Dat is ook in deze zaak het geval. De verdachte heeft zowel bij de politie als op de zitting ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan het plegen van de seksuele handelingen waarvan hij onder de feiten 1 tot en met 4 wordt beschuldigd. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op grond van artikel 342 lid 2 Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat een verdachte de feiten waarvan hij wordt beschuldigd heeft begaan niet uitsluitend op basis van de verklaring van één getuige worden aangenomen. De vraag of aan dat bewijsminimum is voldaan, kan, volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad, niet in algemene zin worden beantwoord, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. In zedenzaken is niet vereist dat de ontuchtige handelingen zelf steun vinden in ander bewijsmateriaal, maar is het afdoende wanneer de gebezigde verklaring op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Deze bewijsmiddelen moeten voldoende steun geven aan de verklaringen van aangeefster, in die zin dat het steunbewijs op een relevante manier in verband moet staan met de inhoud van die verklaringen. In ieder geval mag tussen die verklaringen en het andere bewijsmateriaal geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband.</para>
          <para>Naast de aangifte is er dus steunbewijs nodig. De rechtbank benadrukt dat dit bewijsminimum, het niet toereikend zijn van één verklaring, moet worden onderscheiden van de beoordeling of een verklaring betrouwbaar is.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank overweegt als volgt over de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster en de vraag in hoeverre wat zij heeft verklaard steun vindt in andere bewijsmiddelen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para>3.3.2.1. <emphasis role="italic">Betrouwbaarheid verklaring aangeefster</emphasis></para>
        <para>De betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster moet worden beoordeeld aan de hand van criteria als consistentie (geen innerlijke tegenstrijdigheden) en authenticiteit (echtheid; oorspronkelijkheid). </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank overweegt dat aangeefster in grote lijnen consistent heeft verklaard, eerst in het informatieve gesprek en later in haar aangifte. Ook is haar verklaring authentiek. Aangeefster heeft over verschillende gebeurtenissen verklaard, die zouden hebben plaatsgevonden binnen een tijdsbestek van tien jaar. Dat gegeven maakt het voorstelbaar dat aangeefster niet in chronologie heeft verklaard, maar de gebeurtenissen waarover zij heeft verteld aan woonadressen heeft gekoppeld. Het is niet vreemd dat hierdoor niet alles wat zij heeft verklaard precies in de goede tijdsvolgorde of plaats is gelegen. Dat maakt haar verklaring juist authentiek. De rechtbank weegt ook mee dat in de verklaring van aangeefster een duidelijke opbouw is te zien in het heftiger worden van gebeurtenissen, naarmate de jaren vorderden. Ook het gegeven dat haar moeder heeft gezien dat verdachte feit 5 pleegde kleurt de betrouwbaarheid van aangeefster. Aangeefster heeft daarna eerst tegen haar moeder gezegd dat er niet eerder iets met de verdachte was gebeurd. Pas toen zij wist dat de verdachte niet terug zou komen, heeft zij verteld wat er in de jaren daarvoor zou zijn gebeurd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op het voorgaande, merkt de rechtbank de verklaring van aangeefster aan als betrouwbaar.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para>3.3.2.2. <emphasis role="italic">Steunbewijs</emphasis></para>
        <para>Voor een bewezenverklaring is noodzakelijk dat de verklaring van aangeefster voldoende steun vindt in ander bewijs, waarvan aangeefster niet de bron is. De rechtbank bespreekt hierna het potentiële steunbewijs en overweegt of de verschillende onderdelen daadwerkelijk als steunbewijs kunnen dienen. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Getuigenverklaring van moeder</emphasis>
          </para>
          <para>De bron van de verklaring van moeder is grotendeels aangeefster zelf. Die delen van de verklaring van moeder kunnen niet tot steunbewijs dienen. De omstandigheden waaronder aangeefster haar verhaal tegen haar moeder heeft gedaan, kunnen in de basis wel als steunbewijs dienen. Moeder heeft immers emotie bij aangeefster waargenomen toen zij haar verhaal deed. De rechtbank kan echter niet uitsluiten dat deze emotie het gevolg was van het incident op 28 juli 2024 (feit 5), dat even daarvoor had plaatsgevonden, en niet van het jarenlange misbruik waarover aangeefster (later) óók vertelde. De waargenomen emotie staat daarom in een te verwijderd verband met de ten laste gelegde feiten 1 tot en met 4. </para>
          <para>De eigen waarnemingen van moeder dragen bij aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster, zoals onder 3.3.2.1. is overwogen, maar kunnen voor de beschuldigingen onder 1 tot en met 4 niet als steunbewijs dienen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Gedragsverandering</emphasis>
          </para>
          <para>Volgens de moeder van aangeefster zou aangeefster de laatste tijd heel boos zijn geweest, met haar kleding aan hebben geslapen, zichzelf hebben gesneden, begonnen zijn met blowen, en zou het niet goed zijn gegaan op school. Hieruit blijkt dat het niet goed ging met aangeefster. Dat dit het gevolg was van het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde misbruik, is echter niet duidelijk. Het is goed mogelijk dat dit gedrag een andere oorzaak heeft gehad, waardoor de verklaring van moeder over gedragsveranderingen niet als steunbewijs kan dienen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Getuigenverklaring van [getuige 2]</emphasis>
          </para>
          <para>De verklaring van [getuige 2] , de oudere zus van aangeefster, ziet op wat zij zelf heeft meegemaakt met de verdachte. Zij verklaart niets over wat er tussen de verdachte en aangeefster zou zijn gebeurd. [getuige 2] heeft verklaard dat aangeefster haar destijds geloofde toen zij vertelde over een voorval met de verdachte. Uit de verklaring van [getuige 2] blijkt bijvoorbeeld niet dat aangeefster haar destijds heeft toevertrouwd dat zij ook dergelijke ervaringen met de verdachte had. [getuige 2] heeft ook niet concreet verklaard dat zij door de verdachte is misbruikt, enkel dat hij haar daar verbaal toe uitnodigde, waarop zij niet is ingegaan. De verklaring van [getuige 2] kan daarom niet als steunbewijs dienen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Getuigenverklaring van [getuige 3]</emphasis>
          </para>
          <para>De verklaring van [getuige 3] rust op wat aangeefster haar heeft verteld. Aangeefster is de bron van haar verklaring en daarom kan die verklaring in zoverre niet als steunbewijs dienen. Voor zover het in deze verklaring gaat om waargenomen emotie verwijst de rechtbank naar de overweging hiervoor ten aanzien van de verklaring van moeder. Ook [getuige 3] heeft de emotie alleen na het incident van 28 juli 2024 waargenomen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Whatsappberichten met moeder</emphasis>
          </para>
          <para>Uit de WhatsAppgesprekken tussen de moeder van aangeefster en de verdachte blijkt dat de verdachte zich schuldig voelde over iets dat betrekking lijkt te hebben op aangeefster. Met name het bericht van de verdachte op 31 juli 2025: “Ik heb mijn moeder gisteren gesproken en alles vertelt hoe dom, stom en onacceptabel gedrag ik heb vertoont afgelopen jaren”, zou kunnen gaan over het misbruiken van aangeefster. Uit de berichten blijkt echt niet ondubbelzinnig dat het gesprek daar betrekking op heeft. Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk waar de moeder van aangeefster het over heeft, als zij schrijft “wat er gespeeld heeft afgelopen jaren”. Waarover de verdachte zich op dat moment schuldig voelde, blijft daarom onduidelijk. Dat betekent dat de Whatsappgesprekken niet als steunbewijs kunnen dienen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Whatsappgesprekken met aangeefster</emphasis>
          </para>
          <para>De in het dossier opgenomen WhatsAppgesprekken tussen aangeefster en de verdachte zijn voor verschillende uitleggen vatbaar en getuigen niet per definitie van een intiem contact tussen hen. Dat maakt dat deze gesprekken niet als steunbewijs kunnen dienen voor de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para>3.3.2.3. <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis></para>
        <para>De rechtbank concludeert dat, hoewel het dossier aanwijzingen geeft dat binnen het gezinsleven dingen zijn gebeurd die niet door de beugel kunnen, het dossier onvoldoende steunbewijs bevat voor de handelingen waarvan de verdachte wordt beschuldigd in de feiten 1 tot en met 4. De rechtbank benadrukt dat dit niet afdoet aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster, maar alleen betekent dat niet wordt voldaan aan het vereiste bewijsminimum om tot een bewezenverklaring te komen. De rechtbank zal de verdachte daarom van de feiten 1 tot en met 4 vrijspreken. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 28 juli 2024 te Emmeloord, met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [2008] , seksuele handelingen heeft verricht, te weten hebbende verdachte de borsten van die [slachtoffer] betast en aangeraakt, terwijl dit feit werd begaan jegens een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Kwalificatie</emphasis>
        </para>
        <para>Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>feit 5: 		aanranding in de leeftijdscategorie van zestien tot achttien jaren, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafbaarheid feit en verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Het feit en de verdachte zijn strafbaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie eist dat aan de verdachte wordt opgelegd de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel, bestaande uit een meldplicht bij de reclassering, een contactverbod met het slachtoffer, het vermijden van contact met minderjarigen en een ambulante behandeling. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat verzoekt de rechtbank om rekening te houden met de verstrekkende persoonlijke gevolgen die de procedure voor de verdachte heeft. De verdachte wordt geconfronteerd met bedreigingen en intimidaties vanuit de omgeving van aangeefster. Dit heeft grote emotionele impact op de verdachte, maar heeft ook ernstige schade aan zijn onderneming toegebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst en omstandigheden van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding van het minderjarige slachtoffer. Destijds had de verdachte een relatie met de moeder van het slachtoffer, woonde hij in hetzelfde huis en maakte hij deel uit van het gezin. De verdachte heeft zich door het slachtoffer te betasten niet bekommerd om de afhankelijke positie waarin het slachtoffer verkeerde. Evenmin heeft hij voldaan aan de zorgplicht, zoals deze van hem als ‘stiefvader’ aan wie de zorg voor het slachtoffer werd toevertrouwd, mocht worden verwacht. Ook heeft de verdachte door zijn handelen een gezonde seksuele ontwikkeling van het slachtoffer in gevaar gebracht. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:</para>
      </parablock>
      <para>- het strafblad van de verdachte van 16 april 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld;</para>
      <para>- een reclasseringsadvies van 20 november 2025, uitgebracht door Reclassering Nederland.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De reclassering heeft het recidiverisico niet kunnen inschatten. Uit de risicotaxatie blijkt</para>
        <para>geen verhoogd risicoprofiel ten aanzien van seksuele recidive. De reclassering vindt een reclasseringstoezicht met bijzondere voorwaarden wel noodzakelijk en van meerwaarde om te werken aan gedragsverandering en risicobeheersing. Een behandeltraject biedt de mogelijkheid om inzicht te vergroten in eigen gedragspatronen en grenzen beter te leren (h)erkennen. De reclassering adviseert ook een contactverbod met het slachtoffer en met minderjarigen in het algemeen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
        </para>
        <para>Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren en een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uur passend en geboden zijn. De rechtbank heeft bij het bepalen van deze straffen gelet op de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd. </para>
        <para>Aan de voorwaardelijke straf verbindt de rechtbank bijzondere voorwaarden. Deze voorwaarden houden in: een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandeling bij De Waag of een soortgelijke forensische zorgverlener. De rechtbank acht het waardevol dat de verdachte een behandeling krijgt waarbij hij zijn inzicht in eigen gedragspatronen vergroot en grenzen beter leert kennen. De verdachte heeft tijdens de zitting aangegeven mee te willen werken als dergelijke bijzondere voorwaarden aan hem worden opgelegd.</para>
        <para>De rechtbank legt geen contactverbod op met het slachtoffer of met minderjarigen in het algemeen. Het slachtoffer heeft niet om een contactverbod gevraagd. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de verdachte andere minderjarigen seksueel heeft benaderd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat zij de verdachte vrijspreekt van de feiten 1 tot en met 4.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Vordering benadeelde partij</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vordering van de benadeelde partij</emphasis>
        </para>
        <para>
          [slachtoffer] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 22.627,18, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 2.627,18 voor vergoeding van materiële schade en € 20.000, - voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld). </para>
        <para>De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Gereden kilometers: € 2.127,18 (naar GGZ Lelystad, KIT Almere, school , politiebureau, GGD Centrum Seksueel geweld, huisarts, Openbaar Ministerie, zitting en advocatenkantoor);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Kilometervergoeding vervolgprocedure: € 500,-.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering geheel kan worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat voert aan dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, gelet op de verzochte vrijspraak van de feiten 1 tot en met 4 en het feit dat de vordering voornamelijk op deze feiten ziet. Verder voert de advocaat het volgende aan. </para>
        <para>Voor wat betreft de materiële schade voert de advocaat aan dat de kosten van gereden kilometers niet zijn onderbouwd en betwist de advocaat dat deze kosten zijn gemaakt. De kosten voor het doen van aangifte kunnen niet worden aangemerkt als kosten ‘ter vaststelling van aansprakelijkheid of schade’ als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder b van het Burgerlijk Wetboek. De reiskosten naar de advocaat, officier van justitie en de zitting betreffen proceskosten, maar komen niet voor vergoeding in aanmerking nu de benadeelde partij met een gemachtigde procedeert. </para>
        <para>De advocaat verzoekt de vordering van immateriële schade te matigen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Materiële schade</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Reiskosten naar politiebureau, </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van reiskosten naar het politiebureau af, omdat dit geen rechtstreekse schade betreft en deze kosten als proceskosten dienen te worden aangemerkt. Als proceskosten komen deze reiskosten niet voor vergoeding in aanmerking, op grond van artikel 238 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Reiskosten naar het Openbaar Ministerie, de advocaat en de zitting</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van deze reiskosten af, omdat deze kosten volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad alleen toewijsbaar zijn als proceskosten als de benadeelde partij zonder gemachtigde procedeert<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Reiskosten naar GGZ Lelystad, KIT Almere, school, GGD Centrum Seksueel geweld en huisarts</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat heeft de vordering van materiële schade betwist. De benadeelde partij heeft de vordering tot vergoeding van gereden kilometers onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dit deel van de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kilometervergoeding vervolgprocedure</emphasis>
        </para>
        <para>Deze schadepost is toekomstig. De rechtbank zal de benadeelde partij voor dit deel van de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Immateriële schade</emphasis>
        </para>
        <para>Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. De rechtbank oordeelt dat in deze zaak evident is dat het slachtoffer aangetast is in haar persoon en daardoor schade heeft geleden als gevolg van het handelen van de verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding zoekt de rechtbank aansluiting bij de ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor het toekennen van een passende immateriële schadevergoeding. De Rotterdamse schaal wordt uitsluitend gebruikt als hulpmiddel. Daartoe kijkt de rechtbank naar de indicatieve smartengeldbedragen die worden genoemd bij de voor deze zaak toepasselijke categorie van de Rotterdamse schaal. Deze bedragen betrekt de rechtbank bij de billijkheidsafweging. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de onderhavige zaak valt het letsel van de benadeelde partij naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie Aanranding, (b) ernstig, van de Rotterdamse schaal. De rechtbank neemt de in die schaal genoemde bandbreedte van € 1.000, - tot € 5.000, - tot uitgangspunt. De rechtbank acht een bedrag van € 1.500, - passend. De rechtbank overweegt dat de verdachte de benadeelde partij heeft aangerand, door haar blote borsten te betasten. De rechtbank weegt mee dat de benadeelde partij een jong slachtoffer betreft en er sprake was van een afhankelijkheidsrelatie tussen benadeelde en de verdachte. De verdachte was immers haar ‘stiefvader’. Ook weegt de rechtbank mee dat benadeelde thuis is aangerand: een plek waar zij zich veilig had moeten kunnen voelen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal daarom de vordering van [slachtoffer] toewijzen tot € 1.500, -, bestaande uit immateriële schade. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2025 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald. De rechtbank bepaalt dat de wettelijke rente dan ingaat, omdat de Rotterdamse Schaal tot die dag is geïndexeerd. In het overige deel van de vordering is de benadeelde partij niet-ontvankelijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
        <para>Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding gedeeltelijk wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van </para>
        <para>€ 1.500, - aan de Staat moet betalen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2025 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast van 15 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toegepaste wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:</para>
      <para>- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 245 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de feiten 1 tot en met 4 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart bewezen dat de verdachte feit 5 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straffen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">gevangenisstraf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 1 (één) maand</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat de gevangenisstraf <emphasis role="bold">niet zal worden ten uitvoer gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd van 2 (twee) jaren vast</emphasis>; </para>
    <para>- als voorwaarden gelden dat verdachte: </para>
    <parablock>
      <para>* 	zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      <para>* 	ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      <para>* 	medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; </para>
    </parablock>
    <para>- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:</para>
    <parablock>
      <para>*   zich binnen drie dagen na onherroepelijk worden van dit vonnis tussen 08:30 uur en  </para>
      <para>16:30 uur meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2, 3524 SJ te Utrecht. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt;</para>
      <para>        *   zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke forensisch zorgverlener, te </para>
      <para>bepalen door de reclassering. De verdachte verleent zijn medewerking aan diagnostisch onderzoek. Dit onderzoek kan ook testdiagnostiek betreffen. De behandeling start wanneer de reclassering dat nodig vindt en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;</para>
    </parablock>
    <para>- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">taakstraf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf van 120 (honderdtwintig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.500, -, bestaande uit immateriële schade; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2025 tot de dag van volledige betaling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart [slachtoffer] voor wat betreft de gevorderde reiskosten en de meer gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart [slachtoffer] voor wat betreft de post van € 500,- aan reiskosten vervolgprocedure niet-ontvankelijk in de vordering;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft de gevorderde reiskosten naar het politiebureau, het Openbaar Ministerie, de advocaat en de zitting af; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>€ 1.500, - te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;</para>
    <para>- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mr. S. Ourahma en mr. M. Rasterhoff, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Kasper-Kerkdijk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I: De tenlastelegging </emphasis>
      </para>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op een of meer momenten in of omstreeks de periode 1 april 2015 tot en met 19</para>
      <para>december 2017 te Almere, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind</para>
      <para>
        [slachtoffer] , geboren op [2008] , door (meermalen):</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] op de mond te kussen en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer] te duwen en/of brengen en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] naakt op hem te laten zitten en/of</para>
    <para>- de borsten, vagina en/of billen van die [slachtoffer] te betasten en/of aanraken;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op een of meer momenten in of omstreeks de periode 20 december 2017 tot en</para>
      <para>met 8 februari 2020 te Emmeloord, met een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer] , geboren op [2008] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (meermalen):</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] op de mond gekust en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] naakt op hem laten zitten en/of</para>
    <para>- de borsten, vagina en/of billen van die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, vingers in/tussen de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis op de borst(en) van die [slachtoffer] gelegd en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten betasten en/of aftrekken en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis tegen de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gedrukt;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer momenten in of omstreeks de periode 20 december 2017 tot en met 8 februari 2020 te Emmeloord, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind [slachtoffer] , geboren op [2008] , door (meermalen):</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] op de mond te kussen en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer] te duwen en/of brengen en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] naakt op hem te laten zitten en/of</para>
    <para>- de borsten, vagina en/of billen van die [slachtoffer] te betasten en/of aanraken</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis op de borst(en) van die [slachtoffer] te leggen en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] te laten betasten en/of aftrekken en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis tegen de vagina van die [slachtoffer] te duwen en/of drukken;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3</para>
      <para>hij op een of meer momenten in of omstreeks de periode 9 februari 2020 tot en met 8 februari 2024 te Emmeloord, met een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer] , geboren op [2008] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige</para>
      <para>handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (meermalen):</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] op de mond gekust en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] naakt op hem laten zitten en/of</para>
    <para>- de borsten, vagina en/of billen van die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, vingers in/tussen de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis op de borst(en) van die [slachtoffer] gelegd en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten betasten en/of aftrekken en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis tegen de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gedrukt;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer momenten in of omstreeks periode 9 februari 2020 tot en met 8 februari 2024 te Emmeloord, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind [slachtoffer] , geboren op [2008] , door (meermalen):</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] op de mond te kussen en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer] te duwen en/of brengen en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] naakt op hem te laten zitten en/of</para>
    <para>- de borsten, vagina en/of billen van die [slachtoffer] te betasten en/of aanraken</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis op de borst(en) van die [slachtoffer] te leggen en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] te laten betasten en/of aftrekken en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis tegen de vagina van die [slachtoffer] te duwen en/of drukken;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4</para>
      <para>hij op een of meer momenten in of omstreeks de periode 1 juli 2024 tot en met 27 juli 2024 te Emmeloord, met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [2008] , een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, hebbende verdachte (meermalen):</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] op de mond gekust en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] naakt op hem laten zitten en/of</para>
    <para>- de borsten, vagina en/of billen van die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, vingers in/tussen de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis op de borst(en) van die [slachtoffer] gelegd en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] te laten betasten en/of aftrekken en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis tegen de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gedrukt</para>
    <para>terwijl dit feit werd begaan jegens een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer momenten in of omstreeks de periode 1 juli 2024 tot en met 27 juli 2024 te Emmeloord, met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [2008] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te</para>
      <para>weten hebbende verdachte (meermalen):</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] op de mond gekust en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] naakt op hem laten zitten en/of</para>
    <para>- de borsten, vagina en/of billen van die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis op de borst(en) van die [slachtoffer] gelegd en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] te laten betasten en/of aftrekken en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, penis tegen de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gedrukt</para>
    <para>terwijl dit feit werd begaan jegens een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5</para>
      <para>hij op of omstreeks 28 juli 2024 te Emmeloord, met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [2008] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten hebbende verdachte de borsten van die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt terwijl dit feit werd begaan jegens een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e2914466-fd4e-486c-915c-2501afa9663e" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie-eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024243227, doorgenummerd pagina 1 tot en met 174. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8533c5b7-b840-4770-a0cf-af64669f76d3" label="2">
    <para> Pagina’s 53-55.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_517f76e3-186a-47c2-81f5-4ce6544e312a" label="3">
    <para> Pagina’s 68-73.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>