<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:317</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T10:00:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 26/68</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:317">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:317</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-19T11:37:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:317 Rechtbank Midden-Nederland , 29-01-2026 / UTR 26/68</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:317:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om een voorlopige voorziening tijdens bezwaar. Gericht tegen een wijzigingsvergunning. De voorzieningrechter oordeelt dat geen sprake is van spoedeisend belang om een voorziening te treffen. De bouwwerkzaamheden die worden verricht zijn niet onomkeerbaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:317:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 26/68</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 januari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker 1] , </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 2] , </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 3] </emphasis>en </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 4]
        </emphasis>, </para>
      <para>allen uit [plaats] , samen verzoekers,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.L.J. Leijendekker),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren</emphasis>, het college </para>
      <para>(gemachtigde: H. Schuit).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij nemen aan de zaak deel: <emphasis role="bold">[derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2]</emphasis> uit [plaats] (vergunninghouders).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen een door het college op 13 november 2025 verleende omgevingsvergunning voor een gevelwijziging in de voor- en achtergevel van een te realiseren uitbreiding van de woning aan de [adres] in [plaats] . </para>
    <para />
    <para>2. Verzoekers hebben tegen de omgevingsvergunning van 13 november 2025 bij het college bezwaar gemaakt. Verzoekers wonen naast en achter vergunninghouders en zijn het met name niet eens met het realiseren van de uitbreiding van de woning. Zij vrezen dat de uitbreiding van de woning leidt tot geluidsoverlast, aantasting van de privacy en bezonning, verstening en parkeeroverlast.  </para>
    <para />
    <para>3. Omdat het verzoek wegens het ontbreken van een spoedeisend belang kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_b3fc1d84-ba2e-4e96-a701-5d30c68e156f" /> De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek als kennelijk ongegrond zal worden afgewezen. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>4. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. </para>
    <para />
    <para>5. Een voorlopige voorziening is een spoedmaatregel om te voorkomen dat er als gevolg van een besluit onomkeerbare situaties ontstaan, voordat op het bezwaar is beslist.<footnote-ref linkend="_ba365b28-9f7e-48be-8a9d-e1e41433f6b5" /></para>
    <para />
    <para>6. De voorzieningenrechter stelt vast dat het college op 22 april 2020 een omgevingsvergunning heeft verleend voor het realiseren van de uitbreiding van de woning aan de [adres] in [plaats] . Hiertegen zijn door verzoekers destijds geen rechtsmiddelen ingesteld zodat de omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de woning onherroepelijk is geworden. Vergunninghouders zijn inmiddels gestart met het realiseren van de uitbreiding bij hun woning. </para>
    <para />
    <para>7. Verzoekers hebben wel bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning van 13 november 2025 en zij hebben de voorzieningenrechter in het kader van die omgevingsvergunning gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    <para />
    <para>8. De voorzieningenrechter overweegt dat de omgevingsvergunning van 13 november 2025 is verleend voor een wijziging van de omgevingsvergunning van 22 april 2020. Het gaat daarbij om wijzigingen in de voor- en achtergevel en voor het realiseren van drie dakramen in het zijdakvlak van de vergunde uitbreiding bij de woning. Verder wordt het bouwvolume wat groter. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kunnen deze bouwwerkzaamheden ongedaan gemaakt worden als het college in het kader van de heroverweging naar aanleiding van de door verzoekers ingediende bezwaren de omgevingsvergunning van 13 november 2025 zou herroepen. Dit betekent dat er nu geen onomkeerbare situaties ontstaan die moeten leiden tot schorsing van de verleende omgevingsvergunning. Verder is naar het oordeel van de voorzieningenrechter tijdens de bezwaarprocedure ook geen sprake van zodanige hinder dat op grond daarvan een voorlopige voorziening moet worden getroffen. De voorzieningenrechter overweegt daarbij dat de omgevingsvergunning van 22 april 2020 het bouwplan al grotendeels mogelijk maakte dat en vergunninghouders na informeel overleg met verzoekers hebben ingestemd met achterwege laten van de dakramen in het zijdakvlak van de uitbreiding. </para>
    <para />
    <para>9. De door verzoekers gegeven nadere onderbouwing van hun spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening leidt niet tot een ander oordeel. Verzoekers voeren aan dat de omgevingsvergunning van 22 april 2020 voor het realiseren van de uitbreiding bij de woning is vervallen, dan wel door het college had moeten worden ingetrokken, omdat vergunninghouders niet binnen 26 weken na ontvangst van de omgevingsvergunning zijn gestart met bouwen. De voorzieningenrechter overweegt dat een omgevingsvergunning onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) niet van rechtswege verviel indien niet binnen een bepaalde periode werd gestart met de bouwwerkzaamheden. Verzoekers kunnen wel bij het college vragen om de oude, ongebruikte omgevingsvergunning in te trekken. Het is vervolgens aan het college om dat verzoek te beoordelen. Op dit moment is echter sprake van een in rechte vaststaande omgevingsvergunning voor het bouwen van een uitbreiding. </para>
    <para />
    <para>10. De conclusie is dat verzoekers geen spoedeisend belang hebben bij het treffen van de gevraagde voorziening.  </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>11. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier. </para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
  <footnote id="_b3fc1d84-ba2e-4e96-a701-5d30c68e156f" label="1">
    <para> Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba365b28-9f7e-48be-8a9d-e1e41433f6b5" label="2">
    <para> Artikel 8:81, derde lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>