<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-02T10:00:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/601944 / FO RK 25-1362</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:276">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T13:20:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:276 Rechtbank Midden-Nederland , 06-02-2026 / C/16/601944 / FO RK 25-1362</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:276:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Informele rechtsingang, geen ambtshalve beslissing over zorgregeling en hoofdverblijfplaats.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:276:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Familierecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/601944 / FO RK 25-1362 </para>
      <para>
        <?linebreak?>Informele rechtsingang</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 6 februari 2026 </emphasis>naar aanleiding van de op 21 oktober 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:251a lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden worden aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [moeder] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [vader A] ,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: [vader A] , en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [vader B] ,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: [vader B] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beiden wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A.C. Bouma.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft op 21 oktober 2025 de brief ontvangen die [minderjarige] heeft gestuurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 25 november 2025 heeft [minderjarige] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over deze brief. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij brief van 1 december 2025 heeft de rechtbank de ouders ingelicht over het gesprek met [minderjarige] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [minderjarige] aan de rechtbank kenbaar te maken. Ook de Raad voor de Kinderbescherming is voor de zitting uitgenodigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De rechtbank heeft daarna de brief met bijlagen van 18 december 2025 ontvangen van de vaders. De rechtbank heeft deze stukken bij de beoordeling van de wens van [minderjarige] echter buiten beschouwing gelaten, omdat de moeder ten tijde van de zitting niet over de stukken beschikte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Op 9 januari 2026 heeft de rechtbank de zaak met gesloten deuren mondeling behandeld. Hierbij zijn verschenen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de vaders met hun advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de moeder.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>De Raad voor de Kinderbescherming is niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar de procedure over gaat</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [vader A] heeft alleen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat hij alleen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] kan nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vaders. Op maandag en dinsdag verblijft [minderjarige] bij de moeder en op woensdag en donderdag bij de vaders. In de ene week is [minderjarige] van vrijdag tot en met zondag bij de vaders, en in de andere week bij de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [minderjarige] heeft de kinderrechter gevraagd om te bepalen dat hij voortaan bij de moeder woont, en dat hij om de week in het weekend bij de vaders verblijft.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geen ambtshalve beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank zal geen gebruik maken van haar ambtshalve bevoegdheid om een beslissing te nemen over de wens van [minderjarige] . Dat betekent dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en de zorgregeling hetzelfde blijven. De rechtbank zal dit hierna uitleggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Een kind kan alleen zijn hoofdverblijfplaats hebben bij een ouder met gezag. Om die reden kan de rechtbank de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] niet bij de moeder bepalen: zij heeft geen gezag meer over [minderjarige] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Maar ook als de moeder wel het gezag over [minderjarige] zou hebben, zou de rechtbank het niet in het belang van [minderjarige] vinden om zijn hoofdverblijfplaats en de zorgregeling op deze ingrijpende manier te wijzigen. De reden daarvoor is dat de rechtbank er geen vertrouwen in heeft dat de moeder de vaders voldoende ruimte geeft in het leven van [minderjarige] . De moeder staat zeer afwijzend tegenover de vaders. Dat is in eerdere procedures gebleken, en ook tijdens de zitting van 9 januari 2026. Onder die omstandigheden vrezen de vaders dat bij een dermate ingrijpende wijziging van de zorgregeling het contact met [minderjarige] zo onder druk komt te staan, dat het helemaal zal verdwijnen. De rechtbank acht die kans reëel, en vindt dat niet in het belang van [minderjarige] . Temeer omdat [minderjarige] zelf in het gesprek aan de kinderrechter aangeeft het contact met zijn vaders niet kwijt te willen. Aan de kant van de vaders daarentegen bestaat geen belemmering om de moeder ruimte in het leven van [minderjarige] te geven. In tegendeel: zij vinden het zelfs goed dat [minderjarige] ook op dagen waarop hij volgens de regeling bij de vaders is, tijd doorbrengt bij de moeder. Het belang van [minderjarige] om met alle drie de ouders onbelast contact te hebben, is dus het meest gewaarborgd bij de huidige zorgregeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Daar komt bij dat een wijziging van de zorgregeling (ook een minder ingrijpende) die inspeelt op de logistieke problemen die [minderjarige] ervaart, van de ouders vergt dat zij met elkaar kunnen overleggen. Ook hiervan blijkt uit eerdere procedures en uit de zitting dat dit niet mogelijk is. Het gezag van de moeder is om die reden zelfs beëindigd. Dat neemt niet weg dat het in het belang van [minderjarige] zou zijn als de ouders ernaar streven dat de logistieke problemen van [minderjarige] worden opgelost. Het is namelijk duidelijk dat [minderjarige] daar wel last van heeft. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het verplaatsen van de tromboneles naar een andere dag, het kopen van een extra set schoolboeken, een extra Nintendo of een kluisje op school daarvoor.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Brief aan [minderjarige]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Tot slot vindt de rechtbank het belangrijk de ouders te laten weten dat zij gelijktijdig met deze beschikking een brief heeft gestuurd aan [minderjarige] waarin de beslissing is uitgelegd. [minderjarige] heeft gevraagd om die brief te versturen naar het adres van de moeder. In die brief is het volgende opgenomen:  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Beste [minderjarige] ,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 25 november 2025 hebben wij elkaar gesproken op de rechtbank. Jij hebt mij toen verteld dat je graag bij je moeder wil wonen en dat je om de week een weekend naar je vaders wil. De reden dat je dat wil is vooral omdat je bij de huidige regeling tegen allerlei praktische problemen aanloopt, en dat vind je vermoeiend. Aan het eind van ons gesprek heb ik verteld dat ik met je ouders zal gaan praten, en dat ik jou daarna in een brief zal uitleggen wat mijn beslissing wordt. Daarom stuur ik je nu deze brief.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 9 januari 2026 heb ik met je ouders gesproken op de rechtbank. Ook zij vinden het vervelend dat je last hebt van al die praktische problemen. Zij willen dat graag voor jou oplossen, maar ze worden het niet eens over op welke manier dat het beste kan. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vaak als ouders het niet eens worden, neemt de rechter in plaats van hen een beslissing. Maar in dit geval doe ik dat niet. Dat betekent dat de situatie hetzelfde blijft zoals die nu is. Dat ik geen beslissing neem, heeft eigenlijk twee verschillende redenen. De eerste reden heeft te maken met de wet. Jij staat nu ingeschreven op het adres van je vaders. Je hebt dus officieel je “hoofdverblijfplaats” bij je vaders, ondanks dat je eigenlijk net zo veel tijd bij je moeder bent. Als ik zou beslissen wat jij vraagt, namelijk dat je het grootste deel van de tijd bij je moeder bent, betekent dat dat je hoofdverblijfplaats bij je moeder gaat zijn. Maar in de wet staat dat een kind alleen zijn hoofdverblijfplaats kan hebben bij een ouder die ook het gezag heeft. Gezag betekent dat die ouder officieel de belangrijke beslissingen mag nemen over het kind. Een andere rechter heeft een tijd geleden bepaald dat jouw moeder geen gezag meer heeft over jou. Alleen je [vader A] heeft dat. Ik kan volgens de wet dus niet bepalen dat jij het grootste gedeelte van de tijd bij je moeder bent. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Los van dat ik volgens de wet dus niet mag beslissen wat jij vraagt, vind ik het ook beter voor jou als de zorgregeling blijft zoals die nu is. Dat is de tweede reden dat ik geen beslissing neem. Zoals je weet is er de afgelopen jaren veel gedoe geweest tussen je ouders. Net als de eerdere rechters die betrokken zijn geweest bij jullie, denk ik dat het niet goed is voor jou om veel meer tijd bij de ene ouder door te brengen dan bij de andere. Het risico dat het contact met de ouder die je het minst ziet dan slechter wordt of misschien zelfs stopt, vind ik te groot. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik begrijp dat het niet leuk is dat ik niets voor je kan doen. Wat ik wel heb gedaan is je ouders meegeven dat ze moeten nadenken over een oplossing van de praktische problemen waar je last van hebt. Ik hoop dat ze daar naar luisteren, en dat ze iets goeds kunnen verzinnen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik wens je veel succes op school en met je tromboneles.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>maakt geen gebruik van haar ambtshalve bevoegdheid om een beslissing te nemen over de wens van [minderjarige] .</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. F.C. Burgers, (kinder)rechter in samenwerking met de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
                <para />
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>LAN</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>