<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:2379</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-12T15:38:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-05-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">609977 HA RK 26-71</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2379">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2379</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-12T15:11:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:2379 Rechtbank Midden-Nederland , 06-05-2026 / 609977 HA RK 26-71</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:2379:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De wrakingskamer verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het verzoek. Naar het oordeel van de wrakingskamer blijkt uit het wrakingsverzoek van 13 april 2026 niet waarom de behandelend rechter wordt gewraakt. Met het e-mailbericht van 20 april 2026 zijn gronden van het wrakingsverzoek aangeleverd die kort gezegd inhouden dat de behandeld rechter vooringenomen zou zijn, gelet op eerdere uitspraken van hem in andere zaken. De wrakingskamer overweegt dat verzoekers al op 10 maart 2026ermee bekend waren dat de rechter de behandeld rechter zou zijn van de hoofdzaken. Daarmee hadden verzoekers de wrakingsgronden veel eerder dan 20 april 2026 kunnen en moeten indienen. De wrakingsgronden die niet tijdig zijn aangeleverd neemt de wrakingskamer daarom niet in behandeling. Omdat het wrakingsverzoek daarmee geheel ongemotiveerd is gedaan, worden verzoekers niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:2379:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="85bc8689-bdf2-43f7-a0d4-e3da78d06768" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d06950e3-3bce-4d5d-baf9-68d23bdd250b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beslissing</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WRAKINGSKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Utrecht</para>
      <para>Zaaknummer: 609977 HA RK 26-71</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 6 mei 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. D.A.N. Bartels MRE, </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>als gemachtigde in de zaken met de hierna te noemen zaaknummers,</para>
      <para>hierna: verzoekers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoekers hebben op 13 april 2026 mr. J. Wolbrink gewraakt. Mr. J. Wolbrink (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de volgende zaken: </para>
        <para>UTR 24 / 7286 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 3044 RIOOLR  V168 T1, </para>
        <para>UTR 25 / 3042 RIOOLR  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 3045 ZUIVER  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 3029 WASCHB  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 2994 RIOOLR  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 3026 RIOOLR  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 3049 ZUIVER  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7589 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7579 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7146 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 968 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 6808 ZUIVER  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 1562 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7087 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7046 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7082 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7058 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 6793 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 5152 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 5079 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7147 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 1454 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7222 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7153 RIOOLR  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7927 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7576 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 8306 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 49 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 52 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 1111 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 6794 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 6800 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 8262 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 6879 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7024 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 1543 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7092 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7201 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7077 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7068 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7214 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 1085 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7561 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 3015 WASCHB  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 1072 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 24 / 7086 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 1505 WOZ  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 3022 AFSTHF  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 2992 AFSTHF  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 3014 WASCHB  V168 T1,</para>
        <para>UTR 25 / 3013 WASCHB  V168 T1</para>
        <para>(hierna: de hoofdzaken).<?linebreak?></para>
        <para>Het wrakingsverzoek is op 21 april 2026 in het openbaar behandeld door de wrakingskamer. De gemachtigde van verzoekers was daarbij digitaal aanwezig en heeft het verzoek kunnen toelichten. De rechter heeft vooraf een schriftelijke reactie ingediend. Na de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft de gemachtigde van verzoekers op 22 april 2026 (onder meer) verzocht om de mondelinge behandeling te heropenen. Dat verzoek is diezelfde dag afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het toetsingskader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In artikel 8:15 Awb staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op</para>
        <para>verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat hij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat hij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of hij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de wrakingskamer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De zitting voor de behandeling van de hoofdzaken zou plaatsvinden op 13 april 2026. De gemachtigde van verzoekers heeft op 2 maart 2026 gevraagd om aanhouding van deze behandeling. Dit verzoek is op 9 april 2026 afgewezen. Op 13 april 2026 om 12:16 uur heeft de gemachtigde van verzoekers, drie kwartier voorafgaand de behandeling van de hoofdzaken, een e-mail gestuurd. In deze e-mail geeft hij aan dat hij die middag vanaf 13:00 uur fysiek verhinderd is om de behandeling van de hoofdzaken bij te wonen, dat hij dit al meerdere malen heeft aangegeven, maar dat geweigerd wordt om de behandeling van de hoofdzaken uit te stellen. In zijn e-mailbericht geeft de gemachtigde van verzoekers ook aan dat hij de behandeld rechter wraakt. Op 20 april 2026 om 17:15 uur, de dag voor de zitting, heeft de gemachtigde van verzoekers vervolgens de gronden van zijn wrakingsverzoek ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De wrakingskamer overweegt dat uit de wet volgt dat een wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan verzoekers bekend zijn geworden en dat het verzoek gemotiveerd moet zijn. Uit de e-mail van 13 april 2026 blijkt niet waarom verzoekers van mening zijn dat de rechter partijdig of vooringenomen is. Verzoekers hebben daarvoor geen concrete feiten en omstandigheden aangedragen. Verzoekers hebben enkel aangegeven dat zij de behandelend rechter wraken en daarbij diverse bijlagen gevoegd, waaronder correspondentie over het aanhoudingsverzoek, de afwijzing van het aanhoudingsverzoek van 9 april 2026, een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 november 2023, een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 24 juni 2025 en een conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad van 13 maart 2026. Naar het oordeel van de wrakingskamer blijkt hieruit niet waarom de behandelend rechter wordt gewraakt. Het verzoek is in zoverre ongemotiveerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Met het e-mailbericht van 20 april heeft de gemachtigde van verzoekers de gronden van het wrakingsverzoek aangeleverd. Deze gronden houden kort gezegd in dat verzoekers menen dat de rechter vooringenomen is omdat de rechter bij een eerdere behandeling van andere zaken waarin de gemachtigde van verzoekers als gemachtigde optrad, betrokken is geweest. Verzoekers geven tevens aan dat de beslissing om geen uitstel te verlenen niet de grond is voor de wraking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De wrakingskamer overweegt dat verzoekers al op 10 maart 2026, toen zij de uitnodiging voor de inhoudelijke behandeling van de hoofdzaken ontvingen, ermee bekend waren dat de rechter de behandeld rechter zou zijn van de hoofdzaken. Daarmee hadden verzoekers de wrakingsgronden veel eerder dan 20 april 2026 kunnen en moeten indienen. Verzoekers hebben niet aangegeven waarom zij de gronden pas meer dan een maand later kenbaar heeft gemaakt. Nu de wrakingsgronden niet tijdig zijn aangeleverd, neemt de wrakingskamer deze niet in behandeling.<footnote-ref linkend="_2bedb6a7-854b-44ca-bac4-5976fab10e9e" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Omdat het wrakingsverzoek daarmee geheel ongemotiveerd is gedaan, worden verzoekers niet ontvankelijk verklaard in het verzoek.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de onder 1.1. opgenomen procedures van verzoekers moeten worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is genomen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, en mr. M.S.T. Belt en mr. G. Konings als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. L.M. van Bemmelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier                                                                                                   de voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_2bedb6a7-854b-44ca-bac4-5976fab10e9e" label="1">
    <para> Zie ook artikel 2.4.2. onder c van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.  </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>