<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:1352</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-19T10:02:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11876032 \ AC EXPL  25-2007</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amersfoort</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFCZ 2026/211</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1352">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1352</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-08T09:32:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:1352 Rechtbank Midden-Nederland , 25-03-2026 / 11876032 \ AC EXPL  25-2007</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:1352:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Natuurlijke verbintenis is omgezet in een overeenkomst. Artikel 6:5 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:1352:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amersfoort</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11876032 \ AC EXPL  25-2007</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 25 maart 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: Recht op Juristen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: Looijmans Juristen B.V..</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding<?linebreak?>- de conclusie van antwoord<?linebreak?>- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 16 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt<?linebreak?>- de akte van [eiser]<?linebreak?>- de akte van [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft een arbeidsovereenkomst met [gedaagde] . [gedaagde] heeft voor [eiser] een deel van de kosten betaald van een ingeschakelde advocaat voor een tuchtprocedure tegen een zorgverlener van [eiser] . De rest van deze kosten wilde [gedaagde] niet vergoeden. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van die verdere advocaatkosten. De natuurlijke verbintenis daartoe van [gedaagde] is namelijk omgezet in een afdwingbare verbintenis.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De achtergrond</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] werkt sinds 1 april 2020 bij [gedaagde] . Zij was van 14 maart 2022 tot 4 april 2023 en van 6 tot 25 november 2023 arbeidsongeschikt. Na hervatting van haar werkzaamheden bleef [eiser] kwetsbaar om opnieuw arbeidsongeschikt te raken. Op het moment van de mondelinge behandeling was [eiser] ook arbeidsongeschikt, zo heeft zij verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Vanaf in ieder geval 2023 hebben [gedaagde] en [eiser] gesprekken gehad om te inventariseren welke factoren meespeelden bij de belastbaarheid van [eiser] . Ook werd gesproken over mogelijkheden van [gedaagde] om [eiser] te ondersteunen bij haar herstel. In een van de gesprekken in 2023 heeft [eiser] aan haar leidinggevende bij [gedaagde] , [A] , verteld dat zij slachtoffer is geworden van misbruik door haar psycholoog. [A] heeft [eiser] gezegd haar (financieel) te willen ondersteunen - hoe precies, is onderwerp van dit geschil. Duidelijk is wel dat [gedaagde] in totaal ruim € 11.000,00 heeft betaald voor psychologische en juridische kosten. De juridische kosten zijn gemaakt om een tuchtzaak aan te spannen tegen de psycholoog die - aldus [eiser] - haar misbruikt heeft. [eiser] is daarin bijgestaan door een advocaat (hierna ook: de advocaat). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op 12 februari 2025 heeft [gedaagde] aan [eiser] meegedeeld niet langer de kosten voor de advocaat te willen vergoeden. Vervolgens heeft [eiser] de advocaat opdracht gegeven voor het verrichten van verdere werkzaamheden in de tuchtprocedure. Deze kosten heeft de advocaat bij [eiser] in rekening gebracht. [eiser] wil dat [gedaagde] de door haar betaalde advocaatkosten vergoed, omdat zij erop mocht vertrouwen dat [gedaagde] de kosten van de hele tuchtzaak zou vergoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [eiser] wil betaling van € 4.862,38</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eiser] eist van [gedaagde] betaling van een hoofdsom van € 4.862,38. Dit zijn de niet door [gedaagde] betaalde van de tuchtzaak, vanaf februari 2025. Volgens [eiser] moet [gedaagde] alle kosten betalen voor de tuchtzaak en horen deze kosten daar nog bij. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] heeft een toezegging gedaan</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De stelling van [eiser] dat zij ervan uit mocht gaan dat [gedaagde] haar zou ondersteunen bij de (volledige) tuchtprocedure vindt voldoende steun in de volgende stukken. </para>
      <para> De opdrachtbevestiging van de advocaat van 8 januari 2024<footnote-ref linkend="_0a248cf1-b205-4cec-ba34-6e3d67ac9eaa" /> is gericht aan [eiser] en aan [e-mailadres] . In de opdrachtbevestiging is beschreven dat de advocaat <emphasis role="bold">advies</emphasis> zal geven over “<emphasis role="bold">het handelen van uw hulpverlener en in welke mate dit tuchtrechtelijk verwijtbaar</emphasis> is. (…) Aan de hand van mijn advies kan een keuze worden gemaakt tot het wel of niet indienen van een tuchtklacht.”</para>
      <para>Het opstellen van het advies schat de advocaat in op een tijdbesteding van 15 uren tegen een uurtarief van € 332,75 inclusief btw en de bijkomende kosten. Er zal maandelijks worden gedeclareerd en <emphasis role="bold">gefactureerd aan [gedaagde]</emphasis>. </para>
      <para> In een mail van 26 maart 2024<footnote-ref linkend="_3d8b1ff0-be96-477f-9b02-c71615e0081a" /> vraagt [eiser] aan de advocaat:</para>
      <parablock>
        <para>“Verder nog even voor de duidelijkheid voor mijzelf dat de opdracht van [A] is dat je <emphasis role="bold">mij ondersteunt in het klaagschrift en niet in de aansprakelijkheidsstelling</emphasis> van [de hulpverlener]. Dit heb ik toch goed begrepen?”</para>
        <para>Waarop de advocaat antwoordt:</para>
        <para>“<emphasis role="bold">Het klopt</emphasis> dat ik op dit moment alleen een opdracht heb om een klaagschrift in te dienen en geen expliciete opdracht heb om aansprakelijkheidsstelling richting [psycholoog] vanuit jouw werkgever verder op te pakken.”</para>
      </parablock>
      <para> Op 19 november 2024<footnote-ref linkend="_d6a10502-dbed-4ae5-af19-c6fc67ffaeda" /> mailt [A] aan [eiser] onder meer:</para>
      <para>“Stap Nu blijft je (juridisch) ondersteunen <emphasis role="bold">in jouw lopend proces</emphasis>, en als het (bedrijfseconomisch) kan een 2e zaak opstarten. Wij willen er alles aan doen om je te ondersteunen, in gesprek te blijven en de juiste dingen te doen.”</para>
      <para> Op 28 november 2024 was er een werkoverleg met onder andere [eiser] en [A] . In het verslag<footnote-ref linkend="_214fda35-2845-4980-bb77-f80c0be954b3" /> van dat overleg staat: </para>
      <para>“ [A] <emphasis role="italic">[ [A] , toevoeging kantonrechter]</emphasis>: <emphasis role="bold">Tuchtraad. Continueren van de steun</emphasis> aan [eiser] . <emphasis role="italic">[ [eiser] , toevoeging kantonrechter]</emphasis>”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] gesteld dat met [eiser] is besproken zoveel mogelijk zelf te doen om de kosten zo laag mogelijk te houden. [eiser] erkent dat. Zij hoefde er echter geen rekening mee te houden dat de ondersteuning met het opstellen en indienen van het klaagschrift klaar zou zijn. Zij mocht op grond van wat hierboven is weergegeven verwachten dat de advocaat haar gedurende die hele tuchtprocedure zou steunen en (bijvoorbeeld) ook mee zou gaan naar de zitting. Wel is duidelijk een grens getrokken bij werkzaamheden voor een aansprakelijkstelling van de psycholoog; die vielen erbuiten en dat staat tussen partijen ook niet ter discussie.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De toezegging tot betalen is gebaseerd op een natuurlijke verbintenis</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Vervolgens is de vraag hoe de hiervoor weergegeven - herhaaldelijke - toezeggingen van [gedaagde] tot het betalen van de kosten voor de medische tuchtprocedure juridisch gekwalificeerd moet worden. [eiser] wijst daarvoor op de eisen van redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 6:248 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW), op het vertrouwensbeginsel van artikel 3:35 BW en op het goed werkgeverschap zoals omschreven in artikel 7:611 BW. Maar geen van deze artikelen biedt een zelfstandige grondslag voor zo’n verplichting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Uit de overgelegde correspondentie en de verklaringen tijdens de mondelinge behandeling volgt naar het oordeel van de kantonrechter, dat bij [gedaagde] (lees: bij [A] ) een dringende morele plicht werd gevoeld om [eiser] te ondersteunen in haar strijd tegen haar behandelend psycholoog. In juridische termen wordt het voldoen aan een dringende morele verplichting gekwalificeerd als het voldoen aan een natuurlijke verbintenis. [gedaagde] heeft onverplicht - er bestaat immers geen wet of rechtsregel, die een werkgever verplicht om de kosten van een medische tuchtzaak van een werknemer te vergoeden - deze hulp aan [eiser] aangeboden. Dit aanbod is door [eiser] geaccepteerd en [gedaagde] heeft een langere periode hieraan uitvoering gegeven en een substantieel bedrag aan de advocaat van [eiser] betaald. Bij het </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De natuurlijke verbintenis is omgezet in een afdwingbare  overeenkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Een natuurlijke verbintenis is niet in een procedure afdwingbaar. Dat verandert als de natuurlijke verbintenis wordt omgezet in een overeenkomst. En dat is hier gebeurd. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. [gedaagde] heeft herhaaldelijk aangeboden de kosten voor de medische tuchtzaak te vergoeden en [eiser] heeft dit aanbod (dankbaar) aanvaard. Daardoor is de natuurlijke niet-afdwingbare verbintenis ‘verkleurd’ tot een afdwingbare verbintenis, zoals bedoeld in artikel 6:5 BW. Toen later de arbeidsrelatie tussen hen door diverse omstandigheden onder druk is komen te staan, deelde [gedaagde] mee dat zij net langer de advocaatkosten voor [eiser] wilde betalen. Maar dat ontslaat [gedaagde] niet van haar verplichting. [gedaagde] heeft geen rechtsgrond aangevoerd op grond waarvan zij niet langer haar verplichting naar [eiser] hoeft na te komen. Daarom moet zij de resterende advocaatkosten nog betalen. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De hoofdsom is nu voldoende duidelijk en wordt toegewezen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft haar vordering nader toegelicht en producties 11 tot en met 13 overgelegd. Op basis van  deze stukken  en wat in  de dagvaarding is vermeld, concludeert de kantonrechter dat in de tuchtzaak in totaal € 4.862,38 door de advocaat is gedeclareerd. Het gaat dan over de factuur van 2 juni 2025 met declaratienummer [nummer] uit productie 11. Daarop staat een honorarium vermeld van € 4.018,50; vermeerderd met 21% btw is dat € 4.862,38. Dat bedrag is door [eiser] aan de advocaat betaald<footnote-ref linkend="_cee82be5-2434-4581-806f-5c845ac88540" />. In de akte heeft [eiser] toegelicht dat deze factuur een aanpassing is van de oorspronkelijk verzonden voorschotnota van € 6.068,15 van 17 maart 2025<footnote-ref linkend="_ce913e74-c5a6-4717-8616-47d0700b36f6" />. De nota van 2 juni 2025 voor € 4.862,38 is dus in de plaats gekomen van de andere verzonden (voorschot)nota’s en dit is het volledige door [eiser] aan de advocaat verschuldigde bedrag, zo begrijpt de kantonrechter. Van dubbeltellingen in de nota’s van 17 maart en 2 juni 2025 is dus geen sprake; uitsluitend die van 2 juni 2025 was verschuldigd (en is betaald). Het bedrag € 4.862,38 wordt dan ook toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf  9 september 2025 tot de dag van voldoening.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <para />
      <para>- griffierrecht			      €                     257,00<?linebreak?>-kosten dagvaarding                         €                     148,04</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>576,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 288,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>144,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.125,04</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 4.862,38 zijnde de kosten van de tuchtzaak, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 september 2025 tot de dag van voldoening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.125,04, waarvan € 576,00 voor salaris gemachtigde, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>1006</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_0a248cf1-b205-4cec-ba34-6e3d67ac9eaa" label="1">
    <para> Productie 2 bij dagvaarding.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3d8b1ff0-be96-477f-9b02-c71615e0081a" label="2">
    <para> Productie 6 bij dagvaarding.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d6a10502-dbed-4ae5-af19-c6fc67ffaeda" label="3">
    <para> Productie 4 bij dagvaarding.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_214fda35-2845-4980-bb77-f80c0be954b3" label="4">
    <para> Productie 5 bij dagvaarding. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cee82be5-2434-4581-806f-5c845ac88540" label="5">
    <para> Productie 13 bij akte.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ce913e74-c5a6-4717-8616-47d0700b36f6" label="6">
    <para> Productie 11 bij akte.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>