<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2026:110</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-20T12:22:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11957558 \ MV EXPL  25-184  AW/1583</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almere</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:110">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:110</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-20T11:46:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:110 Rechtbank Midden-Nederland , 14-01-2026 / 11957558 \ MV EXPL  25-184  AW/1583</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2026:110:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekvonnis. Ontruiming toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2026:110:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almere</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11957558 \ MV EXPL  25-184  AW/1583</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 14 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING DE ALLIANTIE</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Hilversum,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: De Alliantie,</para>
      <para>gemachtigde: mr. W. Vos,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De Alliantie heeft [gedaagde] op 30 december 2026 in kort geding gedagvaard om op 8 januari 2026 voor de kantonrechter te verschijnen. Daarbij heeft De Alliantie acht producties meegestuurd. Voor de zitting heeft De Alliantie nog een productie toegezonden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zaak is op 8 januari 2026 bij de kantonrechter besproken. De Alliantie is verschenen. De Alliantie is tijdens de zitting bijgestaan door haar gemachtigde mr. N. Vermeulen. [gedaagde] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De Alliantie vordert in dit kort geding om [gedaagde] te veroordelen het gehuurde pand te ontruimen. [gedaagde] heeft hiertegen geen verweer gevoerd. De kantonrechter wijst de vordering toe. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] huurt vanaf 14 april 2006 van De Alliantie de woning aan de [adres] in [plaats] . Op dit moment bedraagt de huurprijs € 678,12 per maand inclusief servicekosten. De Alliantie stelt dat [gedaagde] harddrugs dealt vanuit de woning en ook zelf gebruiker is. De woning is door de burgmeester met ingang van 26 september 2025 voor eerst vier weken gesloten. De sluiting is vervolgens verlengd tot 23 december 2025. De Alliantie heeft de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De Alliantie vordert in dit kort geding – samengevat – [gedaagde] te veroordelen de woning te ontruimen. Daarnaast vordert De Alliantie [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de huur dan wel gebruiksvergoeding van € 678,12 per maand vanaf 1 oktober 2025 tot en met het eind van de maand waarin de ontruiming heeft plaatsgevonden en [gedaagde] te veroordelen in de ontruimingskosten. Tot slot vordert De Alliantie veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verstek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat tegen [gedaagde] verstek zal worden verleend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het toetsingskader in dit kort geding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>In dit kort geding moet allereerst worden beoordeeld of De Alliantie een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Van een spoedeisend belang is sprake als, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening nodig is en van partijen niet kan worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten. Vervolgens moet worden beoordeeld of aannemelijk is dat de vordering van De Alliantie in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen. In dit vonnis geeft de kantonrechter alleen een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Spoedeisend belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Het vereiste spoedeisend belang is, gelet op de aard van de vordering en het daarover door De Alliantie is gesteld, aanwezig. Dit betekent dat de vordering van De Alliantie inhoudelijk kan worden behandeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de woning ontruiming</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De Alliantie heeft voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] ernstig tekortgeschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst. [gedaagde] heeft dit niet weersproken. De ernst van de tekortkomingen rechtvaardigen de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure, en daarop vooruitlopend, de gevorderde ontruiming en ook de buitengerechtelijke ontbinding. De vordering van De Alliantie komt de kantonrechter verder niet onrechtmatig of ongegrond voor. De gevorderde ontruiming van de woning wordt dan ook toegewezen. De termijn voor ontruiming wordt bepaald op veertien dagen na betekening van dit vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren zal worden afgewezen, omdat die ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>De vordering om [gedaagde] op voorhand te veroordelen in de nog onbekende kosten van een eventuele gedwongen ontruiming is ook overbodig. Als die kosten worden gemaakt, zijn het nakosten en daarmee onderdeel van de proceskosten waarin [gedaagde] wordt veroordeeld. Die veroordeling levert een executoriale titel op voor alle proceskosten, dus ook voor de tot de nakosten behorende ontruimingskosten. Als bij de tenuitvoerlegging over de hoogte van die nakosten een geschil ontstaat, kan de rechter die alsnog begroten en daarvoor een bevelschrift afgeven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet ook de lopende huurtermijnen/gebruiksvergoeding betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De vordering tot betaling van de lopende huurtermijnen/gebruiksvergoeding van € 678,12 vanaf 1 oktober 2025 tot de dag van ontruiming, waarbij een gedeelte van de maand voor een hele wordt gerekend, wordt ook toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Alliantie worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>145,45</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>958,45</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>De Alliantie verzoekt het vonnis uitvoer bij voorraad te verklaren. [gedaagde] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vordering om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Evenmin zijn feiten en/of omstandigheden gebleken die aan toewijzing van deze vordering in de weg staan. Dit vonnis wordt daarom uitvoer bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het pand aan [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van De Alliantie zijn, en de sleutels af te geven aan De Alliantie,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan De Alliantie € 678,12 per maand aan huur/gebruiksvergoeding vanaf 1 oktober 2025 tot de dag van ontruiming, waarbij een gedeelte van de maand voor een hele wordt gerekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 958,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>