<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:7959</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-10T10:33:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11174433 MC EXPL 24-4066</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almere</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7959">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7959</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-10T10:32:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:7959 Rechtbank Midden-Nederland , 13-08-2025 / 11174433 MC EXPL 24-4066</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7959:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst van opdracht, geen reden voor ontbinding overeenkomst, geen schadevergoeding, betaling openstaande facturen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7959:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Almere</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11174433 MC EXPL 24-4066 RD/960</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 13 augustus 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [eiser] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>vertegenwoordigd door haar directeur [gemachtigde] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.C.J. Weterings.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding, met producties, van 14 juni 2024;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties;</para>
      <para>- de aanvulling op de dagvaarding met producties;</para>
      <para>- de akte verandering/aanvulling van eis van [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft een mondelinge behandeling bepaald. Deze is gehouden op 13 mei 2025. Namens [eiser] is haar directeur verschenen. Namens [gedaagde] is haar directeur, [A] , verschenen met de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten toegelicht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op grond van een overeenkomst van opdracht werkzaamheden verricht voor [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De overeenkomst van opdracht is op 2 februari 2024 gesloten voor de duur van één jaar. Op grond van de overeenkomst verricht [gedaagde] werkzaamheden voor [eiser] , [bedrijf] en voor [bedrijf] gedurende 8 tot 20 uur per week. Tussentijdse opzegging is mogelijk met een opzegtermijn van een maand.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij facturen van 29 maart 2024, 12 april 2024, 26 april 2024 en 30 april 2024 in totaal € 4.593,16 aan [eiser] in rekening gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft deze facturen onbetaald gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 30 april 2024 schrijft [eiser] het volgende aan [gedaagde] :</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Met spijt moeten wij u informeren over ons besluit om de samenwerking met u als zzp’er te beëindigen. Na zorgvuldige overweging hebben wij besloten om onze behoefte aan uw diensten te herzien en om een andere richting in te slaan voor ons bedrijf.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beëindiging van uw diensten zal ingaan op 01 mei 2024. Vanaf deze datum zullen wij geen gebruik meer maken van uw diensten als zzp’er. Wij zullen ervoor zorgen dat alle lopende werkzaamheden worden afgerond en dat eventuele overdrachten of benodigde documentatie tijdig worden voltooid.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Daarnaast willen we overgaan tot compensatie van factuur [nummer] , [nummer] en de helft van [nummer] . (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Alle inlogcode moeten intact blijven. Het is belangrijk om de e-mail professioneel en respectvol te houden, zelfs als het vertrek niet op de beste voorwaarden plaatsvindt.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij willen u bedanken voor uw bijdrage aan ons bedrijf gedurende de periode dat u voor ons hebt gewerkt als zzp’er. We hebben uw inzet en professionaliteit altijd gewaardeerd en we wensen u het beste in uw toekomstige ondernemingen.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] verzoekt, na vermeerdering van haar eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: </para>
        <para>I. de overeenkomst van opdracht te vernietigen;</para>
        <para>II. [gedaagde] te veroordelen tot vernietiging van haar niet rechtsgeldige facturen, inclusief de rente;</para>
        <para>III. de vordering van [gedaagde] tot betaling van salaris over de periode waarin geen arbeid is verricht af te wijzen;</para>
        <para>IV. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de door [eiser] geleden schade als gevolg van de tekortkomingen en nalatigheid van [gedaagde] , nader op te maken bij staat;</para>
        <para>V. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiser] van € 24.653,47 aan extra kosten die zijn gemaakt omdat [gedaagde] haar taken niet goed heeft uitgevoerd;</para>
        <para>VI. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert, na aanvulling van haar eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            [eiser] in conventie niet ontvankelijk te verklaren, althans haar vordering af te wijzen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [eiser] in reconventie te veroordelen tot betaling van € 4.593,16, vermeerderd met de toepasselijke wettelijke rente vanaf 17 juli 2024 tot aan de dag van de algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, te berekenen over het toe te wijzen bedrag en [eiser] , zowel in conventie als in reconventie, te veroordelen in de proceskosten.   </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van haar vordering stelt [eiser] dat [gedaagde] de verplichtingen uit de overeenkomst structureel niet heeft nageleefd. [gedaagde] heeft dan ook geen recht op betaling van de openstaande facturen en moet de schade van [eiser] vergoeden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering. Zij brengt naar voren dat zij haar werkzaamheden conform de overeenkomst heeft verricht. Er is geen grond voor het vergoeden van schade. [eiser] moet de facturen van [gedaagde] betalen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat partijen een overeenkomst van opdracht hebben gesloten. [eiser] doet weliswaar bij de onderbouwing van haar vordering een beroep op arbeidsrechtelijke bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek (BW), maar deze bepalingen zijn in de verhouding tussen [eiser] en [gedaagde] niet van toepassing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Tussen partijen staat vast dat de overeenkomst van opdracht per 1 mei 2024 is ontbonden. [eiser] heeft dat in de onder 2.5 weergegeven brief gedaan en [gedaagde] heeft zich daarbij neergelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Uit hetgeen door [eiser] is gesteld, begrijpt de kantonrechter dat de vordering tot schadevergoeding van [eiser] is gegrond op artikel 6:277 van het Burgerlijk Wetboek. Ingevolge dit artikel is de partij van wie de tekortkoming in de nakoming een grond voor ontbinding heeft opgeleverd, verplicht om, indien de overeenkomst wordt ontbonden, haar wederpartij de schade te vergoeden die deze lijdt doordat geen wederzijdse nakoming maar ontbinding van de overeenkomst plaatsvindt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [eiser] is van mening dat [gedaagde] haar grond heeft gegeven om de overeenkomst te ontbinden. [gedaagde] heeft, aldus [eiser] , nagelaten werkzaamheden te verrichten voor [bedrijf] en voor [bedrijf] . Verder heeft [gedaagde] , zo stelt [eiser] , geen acquisitie verricht, de incassowerkzaamheden (administratief) niet goed afgewikkeld en te veel uren aan [eiser] in rekening gebracht. Dit alles heeft [eiser] financiële schade toegebracht en haar reputatie geschaad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist ooit door [eiser] te zijn aangesproken op tekortkomingen in de uitvoering van haar werkzaamheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Ook is niet gesteld of gebleken dat er voor aanvang van de werkzaamheden concrete werkafspraken zijn gemaakt over de door [gedaagde] te verrichten werkzaamheden en voor welke vennootschappen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft WhatsApp berichten tussen haar en [eiser] overgelegd uit de periode van 25 januari 2024 tot en met 28 april 2024. [eiser] heeft de inhoud van deze berichten niet weersproken. In deze berichten houdt [gedaagde] [eiser] op de hoogte van de uitgevoerde werkzaamheden. Uit deze berichten blijkt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat [eiser] ontevreden is over de werkzaamheden van [gedaagde] . Uit de berichten komt een beeld naar voren van een opdrachtgever en opdrachtnemer die elkaar op de hoogte houden van de werkzaamheden die zij ter uitvoering van hun overeenkomst verrichten. In ieder geval blijkt niet uit deze berichten dat [eiser] [gedaagde] duidelijk en ondubbelzinnig wijst op gebrekkige werkzaamheden en beterschap van [gedaagde] verlangt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft in de producties bij haar aanvulling op de dagvaarding voorbeelden gevoegd van de door haar gestelde tekortkomingen van [gedaagde] . Op de door [eiser] overgelegde e-mailberichten staat weliswaar geschreven wat [gedaagde] niet goed gedaan zou hebben, maar niet is gesteld of gebleken dat dit ooit met [gedaagde] is besproken, dat [gedaagde] in de gelegenheid is gesteld om haar functioneren te verbeteren en dat zij van deze gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Dat het tekortschieten van [gedaagde] reden was voor de ontbinding van de overeenkomst blijkt ook niet uit de onder 2.5 genoemde brief. [eiser] stelt weliswaar dat zij [gedaagde] bij afzonderlijke brief op 30 april 2024 op de hoogte heeft gesteld van de tekortkomingen, maar [gedaagde] betwist de ontvangst van deze brief en [eiser] heeft ook niet kunnen verklaren hoe deze brief en de onder 2.5 genoemde brief zich tot elkaar verhouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Gelet op het bovenstaande komt de kantonrechter dan ook tot het oordeel dat niet vast is komen te staan dat [gedaagde] [eiser] reden heeft gegeven voor ontbinding van de overeenkomst van 2 februari 2024. Er is daarom ook geen grond om enige schadevergoeding aan [eiser] toe te kennen. De vorderingen van [eiser] zullen dan ook afgewezen worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Gelet op de uitkomst van de procedure wordt [eiser] veroordeeld in de proceskosten, inclusief nakosten, aan de zijde van [gedaagde] . Deze worden tot op heden begroot op € 1.221,00, bestaande uit € 1.086,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert betaling van haar nog openstaande facturen. Zij heeft ter zitting aangegeven dat zij akkoord gaat met een vermindering van 4 gewerkte uren, zijnde € 169,40, inclusief BTW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Voor zover [eiser] deze facturen heeft willen verrekenen met de door haar gestelde schade door de tekortkoming van [gedaagde] , is hierboven geoordeeld dat van een tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] geen sprake is. Dat [gedaagde] voor het overige te veel uren in rekening heeft gebracht, heeft [eiser] onvoldoende gemotiveerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Uit het bovenstaande volgt dat [eiser] (€ 4.593,16 - € 169,40 =) € 4.423,76 aan [gedaagde] moet voldoen. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen. De gevorderde rente is als niet weersproken toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Gelet op de uitkomst van de procedure wordt [eiser] veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] . Deze worden tot op heden begroot op nihil. Dit omdat in reconventie geen noemenswaardige extra werkzaamheden zijn verricht dan waar in conventie al een vergoeding voor is toegekend.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van [gedaagde] , tot op heden begroot op </para>
        <para>€ 1.221,00, bestaande uit € 1.086,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. De proceskosten moeten betaald worden binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend moet zij ook de kosten van betekening betalen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] om aan [gedaagde] tegen bewijs van kwijting te betalen € 4.423,76, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 juli 2024 tot de voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>