<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:7944</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-11T08:25:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 25/2300</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7944">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7944</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-11T08:25:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:7944 Rechtbank Midden-Nederland , 25-06-2025 / UTR 25/2300</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7944:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BNT UHT. Niet-ontvankelijk, aanvraag cws via SGH. SGH-traject eindigt met een vaststellingsovereenkomst</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7944:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 25/2300</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juni 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , uit [plaats] (Duitsland), eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. Y.N. Teke-Bozkurt),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Dienst Toeslagen, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 7 maart 2024 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Op 14 april 2025 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_a53b95f7-cbc7-4740-9ceb-9e106eecb4cd" /> Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_6e697426-162e-4be1-8dbc-1464274a0a96" /></para>
    <para />
    <para>2. Eiseres heeft bij brief van 31 maart 2025, door de rechtbank ontvangen op 3 april 2025, beroep ingesteld, omdat zij stelt dat verweerder niet tijdig een beslissing op haar aanvraag heeft genomen.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder stelt in het verweerschrift dat eiseres aanvraag heeft gedaan voor een vergoeding van aanvullende schade via stichting (Gelijk)waardig Herstel (SGH). Eiseres mag in de wachtrij staan bij een andere aanvullende schaderoute, maar de beslistermijn van het verzoek om aanvullende schadevergoeding bij de Commissie Werkelijke Schade wordt dan in beginsel opgeschort. Volgens verweerder zal deelname aan de SGH-route in beginsel leiden tot een vaststellingsovereenkomst, waarin finale kwijting is opgenomen en waardoor eiseres niet meer in aanmerking komt voor aanvullende schadevergoeding via de Commissie Werkelijke Schade. Verweerder stelt dat eiseres daarom niet langer in afwachting is van een besluit van de Commissie Werkelijke Schade en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank heeft in de door verweerder overgelegde stukken de brief van 17 april 2025 aangetroffen, waarin verweerder aan eiseres de ontvangst bevestigt van haar aanvraag voor een vergoeding van aanvullende schade via SGH. Met een beroep niet-tijdig beslissen bij de rechtbank beoogt eiseres om spoedig een besluit af te dwingen. Echter, verweerder kan en zal geen besluit nemen zolang het SGH-traject loopt. Indien dat traject eindigt met een vaststellingsovereenkomst, is verweerder niet meer gehouden alsnog een besluit te nemen op de aanvraag CWS. Eiseres kan op dit moment met haar beroep dus niet de door haar gewenste besluitvorming afdwingen. Daarom heeft eiseres geen belang (meer) bij de beoordeling van het beroep tegen het niet-tijdig beslissen. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.</para>
    <para />
    <para>5. Het procesbelang kan herleven indien eiseres het traject bij SGH afbreekt zonder vaststellingsovereenkomst. De rechtbank acht het niet onevenredig bezwarend dat eiseres zo nodig op dat moment weer beroep instelt tegen het uitblijven van een beslissing. </para>
    <para />
    <para>6. Omdat eiseres zo goed als tegelijkertijd met de aanmelding bij de SGH in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing, ziet de rechtbank geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">de griffier is verhinderd deze uitspraak </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a53b95f7-cbc7-4740-9ceb-9e106eecb4cd" label="1">
    <para> Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6e697426-162e-4be1-8dbc-1464274a0a96" label="2">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>