<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:7881</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-23T09:42:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/3998</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7881">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7881</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-23T09:41:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:7881 Rechtbank Midden-Nederland , 16-12-2025 / 24/3998</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7881:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eisers hebben beroep ingesteld tegen de vergunningverlening aan een discotheek. Zij zijn echter geen belanghebbenden omdat zij tever van de locatie af wonen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7881:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 24/3998</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats] ,eisers</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van de gemeente Zeist </bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. M.W. Holtkamp en mr. M.P.K. Ahsmann).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] B.V., met de handelsnaam [handelsnaam] , uit [plaats] ( [handelsnaam] )</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Gerritsen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De zaak gaat over de vraag of eisers belanghebbenden zijn bij de vergunningverlening aan [handelsnaam] . De burgemeester heeft aan [handelsnaam] op 24 oktober 2023 een vergunning verleend voor het exploiteren van een discotheek aan de [adres] in [plaats] . <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eisers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en dat bezwaar is in het besluit van 26 maart 2024 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard. Tegen het bestreden besluit hebben eisers beroep ingesteld. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank heeft het beroep van eisers, samen met vier andere beroepen die ook gaan over de vergunningverlening voor nachthoreca in [plaats] , op een regiezitting geplaatst. De reden daarvoor is dat er verschillende voorvragen beantwoord moeten worden voordat de rechtbank kan toekomen aan een inhoudelijke behandeling van de beroepen. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eisers hebben in een e-mailbericht van 31 augustus 2025 laten weten dat zij niet aanwezig zullen zijn op de zitting. De rechtbank heeft hen in een e-mailbericht van 2 september 2025 bericht dat op de zitting ook besproken zal worden of zij belanghebbende zijn bij de vergunningverlening aan de discotheek. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank heeft het beroep op een regiezitting van 8 september 2025 behandeld. Hieraan hebben één van de belanghebbenden in een andere zaak en de gemachtigden van de burgemeester deelgenomen. Namens de burgemeester was ook [A] , adviseur veiligheid van de gemeente Zeist, op de zitting aanwezig. Eisers waren niet op de zitting.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank heeft in drie beroepszaken over een andere horecagelegenheid in [plaats] op 8 oktober 2025 uitspraak gedaan, waarbij die beroepen niet-ontvankelijk zijn verklaard.<footnote-ref linkend="_d5ae1d9d-cb47-4d6a-a2cf-c8ef7d111f84" /> Eén van die beroepen was ingediend door eisers.<?linebreak?><emphasis role="bold">Beoordeling door de rechtbank</emphasis><?linebreak?></para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>7. De rechtbank oordeelt dat ook dit beroep van eisers niet-ontvankelijk is. Gelet op de locatie van [handelsnaam] ten opzichte van hun woonadres, zijn eisers namelijk geen belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij de vergunningverlening. De rechtbank licht dat hierna toe.<?linebreak?></para>
    <para>8. In artikel 1:2, eerste lid, van de Awb staat dat onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit, is in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van iemand zijn, kijkt de rechtbank naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Zij bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.<footnote-ref linkend="_200c7c69-8bb6-4a26-bb3a-e45218b2bd8c" /><?linebreak?></para>
    <para>9. Eisers wonen hemelsbreed 163 meter van [handelsnaam] en over de weg is de afstand 270 meter. Tussen hun woning en de discotheek staat bebouwing. Eisers hebben dus geen zicht op de discotheek. Dat roept daarom de vraag op of zij zich voldoende onderscheiden van anderen. Zij hebben, ondanks dat de rechtbank daarnaar heeft gevraagd, niet uiteengezet welke feitelijke gevolgen zij ondervinden van de aanwezigheid van de discotheek. Volgens de burgemeester wonen zij niet in een straat die bekendstaat als aanfietsroute naar de discotheek. De andere belanghebbende heeft op de regiezitting gewezen op mogelijke drugsoverlast en hij heeft genoemd dat Bergervoet een geval van vernieling heeft gemeld. Daargelaten dat deze belanghebbende niet gemachtigd is om namens eisers op te treden, is deze overlast niet concreet toegelicht en ook niet zonder meer gerelateerd aan de aanwezigheid van [handelsnaam] in [plaats] . Dit is daarom onvoldoende om hierin een direct belang te zien voor eisers. De overlast die verder in het beroepschrift is verwoord, is de overlast die andere indieners van het beroepschrift, die in een andere straat wonen, van de discotheek stellen te ondervinden. Deze andere indieners hadden samen met eisers aanvankelijk beroep ingesteld tegen de vergunningverlening, maar zij hebben dat beroep ingetrokken. Eisers hebben de regiezitting niet bijgewoond en de mogelijke overlast ook niet verder toegelicht.<?linebreak?></para>
    <para>10. De rechtbank komt tot de conclusie dat eisers te ver weg wonen van de discotheek en dat niet is gebleken dat zij gevolgen van enige betekenis van de discotheek ondervinden. Zij kunnen daarom niet worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Hun beroep is om die reden niet-ontvankelijk.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
  </section>
  <footnote id="_d5ae1d9d-cb47-4d6a-a2cf-c8ef7d111f84" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBMNE:2025:5244.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_200c7c69-8bb6-4a26-bb3a-e45218b2bd8c" label="2">
    <para> Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:169.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>