<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:7876</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-24T10:09:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 25/2311</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7876">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7876</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-24T10:08:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:7876 Rechtbank Midden-Nederland , 21-10-2025 / UTR 25/2311</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7876:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In deze uitspraak oordeelt de rechtbank dat de minister het wapenverlof van eiseres heeft mogen intrekken. De procedure in administratief beroep is onzorgvuldig geweest. Eiseres heeft geen inzage gehad in de politieregistraties die de grondslag vormen voor de intrekking. De rechtbank vernietigt het besluit maar laat de rechtsgevolgen in stand. Eiseres heeft een gespannen relatie met haar ex-schoondochter en er heeft zich een incident voorgedaan. Op grond hiervan mocht de minister aannemen dat er geringe twijfel bestaat of aan eiseres een wapen kan worden toevertrouwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7876:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 25/2311</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 oktober 2025 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [eiseres] , uit [plaats] , eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. C. Lubben),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De Minister van Justitie en Veiligheid, verweerder </title>
    <para>(gemachtigden: mr. T.C. Tesselhof en mr. A.L. de Gier).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het intrekken van haar wapenverlof. De korpschef van de Nationale Politie (hierna: de korpschef) heeft bij besluit van 17 oktober 2024 het wapenverlof van eiseres ingetrokken vanwege oplopende spanningen tussen eiseres en de ex-partner van haar zoon en tussen haar zoon en diens ex-partner. De oplopende spanningen houden verband met de kleinzoon van eiseres.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het bestreden besluit van 28 februari 2025 op het administratief beroep van eiseres is de minister bij de intrekking van het wapenverlof gebleven. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting was op 21 oktober 2025. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de minister. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het besluit van 28 februari 2025;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de minister op het betaalde griffierecht van €194,- aan eiseres te vergoeden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €1.814,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank oordeelt dat de minister het wapenverlof mocht intrekken. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt voorop dat de procedure in administratief beroep onzorgvuldig is geweest. Eiseres heeft namelijk geen inzage gehad in de politieregistraties die ten grondslag liggen aan de intrekking van het wapenverlof en die de grondslag van de beslissing op het administratief beroep hebben gevormd. Eiseres had daarvan wel kennis moeten kunnen nemen. Dit is niet gebeurd en dat is onzorgvuldig. Daarom is het beroep gegrond en vernietigt de rechtbank het bestreden besluit van 28 februari 2025. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. De politieregistraties die aan de beslissing in administratief beroep ten grondslag liggen, zijn in beroep alsnog overgelegd en eiseres heeft daarvan kennis kunnen nemen. Het wapenverlof van eiseres is ook terecht ingetrokken. De rechtbank stelt voorop dat een wapenverlofhouder zich in een bijzondere uitzonderingspositie bevindt ten opzichte van medeburgers voor wie het verbod geldt om wapens en munitie voorhanden te hebben. Er worden zeer hoge eisen gesteld aan de betrouwbaarheid van een wapenverlofhouder. Als er geringe twijfel is of iemand verantwoord om kan gaan met een wapen, is dat voldoende reden om het wapenverlof in te trekken. De minister heeft in zijn beleidsregels<footnote-ref linkend="_f66ee8b6-2487-4412-bec9-74defa1a7d11" /> uitgelegd in welke situaties sprake kan zijn van geringe twijfel. Dit kan onder andere het geval zijn als iemand onder sterke psychische druk staat, wat tot uitdrukking komt in een onvoorspelbaar gedragspatroon. Eén van de aanwijzingen dat iemand onder sterke psychische druk staat is als iemand problemen heeft in de relationele sfeer. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank oordeelt dat dit zich hier voordoet. Uit de politieregistraties en uit wat eiseres zelf vertelt, blijkt dat er een gespannen relatie is met haar ex-schoondochter. Dat leverde problemen op en speelt nog altijd, vertelt eiseres op de zitting. Eiseres is naar de woning van haar ex-schoondochter toegereden om bij het huis van haar ex-schoondochter te posten. Dit heeft zij meerdere keren gedaan, waaronder op 7 augustus 2023, welk incident is beschreven in de politieregistraties. Dat eiseres stelt hier een goede reden voor te hebben gehad, namelijk de grote zorgen voor haar kleinzoon, verandert niet het feit dat eiseres dit heeft gedaan. Dat eiseres op 7 augustus 2023 zelf de confrontatie niet zou hebben opgezocht, is eveneens onvoldoende om de geringe twijfel weg te nemen. Dat geldt ook voor het standpunt van eiseres dat zij geen schuld aan de situatie heeft en daarin gedwongen terecht is gekomen vanwege haar kleinzoon en de zorgen om hem. Dit neemt namelijk niet weg dat eiseres zich in een situatie bevindt waarbij er problemen zijn in de relationele sfeer, die sterke psychische druk veroorzaken. Op grond daarvan mocht de minister aannemen dat er geringe twijfel bestaat of aan eiseres een wapen kan worden toevertrouwd. Dit is voldoende grondslag voor intrekking van het wapenverlof. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank vindt verder niet dat de minister alsnog van de intrekking had moeten afzien, vanwege de belangen van eiseres bij het behoud van haar wapenverlof. De minister zegt terecht dat nu er geringe twijfel aan de betrouwbaarheid is, de ruimte om het wapenverlof niet in te trekken klein is. In de belangen van eiseres heeft de minister geen reden hoeven zien om van de intrekking af te zien. De rechtbank ziet dat schietsport voor eiseres al dertig jaar een belangrijke hobby is en dat zij ook wedstrijden speelt, maar de minister heeft mogen besluiten dat dit niet opweegt tegen het algemeen belang tot bescherming van de veiligheid van de samenleving. Dat geldt ook voor het gevoel van eiseres dat ze voor iets wordt gestraft. </para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is gegrond vanwege het zorgvuldigheidsgebrek. De rechtbank vernietigt het besluit van 28 februari 2025, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Het wapenverlof van eiseres is terecht ingetrokken. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres het griffierecht van €194,- en de proceskosten van €1.814,- vergoed. </para>
    <para />
    <para>7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2025 door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.M. van de Wijdeven, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
  </section>
  <footnote id="_f66ee8b6-2487-4412-bec9-74defa1a7d11" label="1">
    <para> Circulaire wapens en munitie 2019, paragraaf B1, onder 1.2.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>