<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:7862</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-21T10:56:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11622059 \ MC EXPL  25-1891</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almere</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7862">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7862</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-21T10:55:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:7862 Rechtbank Midden-Nederland , 03-12-2025 / 11622059 \ MC EXPL  25-1891</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7862:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen dringend eigen gebruik</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7862:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almere</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11622059 \ MC EXPL  25-1891</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 3 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.D. van Tellingen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.W. Wijma (Stichting Univé Rechtshulp).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord van [gedaagde] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de (mondelinge) conclusie van antwoord van mevrouw [A] (voormalig gedaagde partij sub 2 in deze procedure, hierna: [A] );</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het “<emphasis role="italic">verweerschrift</emphasis>” van [A] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het e-mailbericht van 14 oktober 2025 van [eiser] (in vervolg op zijn brief van 9 oktober 2025) waarna, op zijn verzoek, de procedure tegen [A] is doorgehaald.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2025. </para>
        <para>
          [eiser] en [gedaagde] zijn verschenen met hun gemachtigden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] wil weer beschikken over zijn woning die wordt/werd verhuurd aan [gedaagde] . Volgens [eiser] is namelijk geen sprake meer van een huurovereenkomst en als dat wel zo zou zijn dan moet die worden ontbonden. Subsidiair beroept [eiser] zich op dringend eigen gebruik. De kantonrechter stelt [eiser] in het ongelijk en wijst zijn vorderingen af. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De achtergrond van het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] huurt (aanvankelijk samen met [A] ) de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) van [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bij aanvang van de huur op 1 augustus 2017 ging het om een tijdelijke huurovereenkomst op basis van de Leegstandwet. Hierin is onder meer opgenomen: <?linebreak?><emphasis role="italic">“Zonder opzegging eindigt deze overeenkomst op het tijdstip dat de leegstandswetvergunning haar geldigheid definitief verliest.”</emphasis> De vergunning op basis van de Leegstandwet is verlopen per 1 januari 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] heeft bij brief van 12 september 2024 bij [gedaagde] (en [A] ) aangegeven de huurovereenkomst te willen beëindigen per 1 maart 2025 wegens dringend eigen gebruik, tegen betaling van een verhuisvergoeding van € 2.500,00.</para>
        <para>
          [gedaagde] is niet akkoord gegaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vorderingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        [eiser] vordert kort gezegd: (1) ontbinding van de huurovereenkomst – primair wegens het einde van de leegstandsvergunning dan wel subsidiair wegens dringend eigen gebruik – en (2) ontruiming van de woning per 1 september 2025, op straffe van een dwangsom, met (3) veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Procedure tegen [A] is doorgehaald</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        [eiser] heeft [A] ook gedagvaard, maar op zijn verzoek is de procedure tegen haar doorgehaald. De procedure ten aanzien van [A] behoeft dan ook geen verdere behandeling.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er is sprake van een huurovereenkomst met [gedaagde]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het primaire standpunt van [eiser] dat de huurovereenkomst per 1 januari 2020 is geëindigd en dat [gedaagde] nu zonder recht of titel in de woning verblijft, volgt de kantonrechter niet. Het klopt dat de tijdelijke huurovereenkomst die is gesloten op basis van een leegstandvergunning en de Leegstandwet is geëindigd toen die vergunning op 1 januari 2020 haar geldigheid verloor. Maar ook in de periode daarna (tot en met heden) wordt de woning door [gedaagde] gebruikt tegen betaling van een vergoeding. Hiermee wordt voldaan aan twee essentiële kenmerken die een overeenkomst tot een huurovereenkomst maken, namelijk het in gebruik geven van een zaak voor een tegenprestatie (zie artikel 7:201 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). Er is daarom nog steeds sprake van een huurovereenkomst tussen partijen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Bovendien blijkt uit de brief van 12 september 2024 van (de gemachtigde van) [eiser] dat hij zelf ook ervan uitgaat dat sprake is van een huurovereenkomst. Zo schrijft hij onder meer “<emphasis role="italic">U huurt vanaf augustus 2017 woonruimte van cliënt (…)</emphasis>”, “<emphasis role="italic">de betaalde huur</emphasis>”, “<emphasis role="italic">de verhuur van huurruimte is verliesgevend</emphasis>” en dat hij “<emphasis role="italic">ontbinding van de huurovereenkomst</emphasis>” wil. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>Na het einde van de tijdelijke huurovereenkomst op basis van de Leegstandwet is tussen partijen dus opnieuw een huurovereenkomst tot stand gekomen. Deze (opvolgende) huurovereenkomst is niet geëindigd vanwege het einde van de leegstandsvergunning. </para>
        <para>Dit betekent dat de primaire vordering moet worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen dringend eigen gebruik</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Voor een geslaagd beroep op dringend eigen gebruik is (onder meer) vereist dat [eiser] aannemelijk maakt dat hij de woning zo dringend nodig heeft voor eigen gebruik, dat van hem, de belangen van beide partijen naar billijkheid in aanmerking genomen, niet kan worden gevergd dat de huurovereenkomst wordt verlengd (art. 7:274 lid 1 sub c BW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] hierin niet is geslaagd. Weliswaar stelt [eiser] dat hij vanwege het beëindigen van de relatie met zijn ex-partner op dit moment geen woonruimte heeft en overal en nergens verblijft, maar [gedaagde] heeft dit gemotiveerd betwist. [gedaagde] heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat dit de laatste troef is van [eiser] : hij wil de woning verkopen en heeft de woning in dat verband ook meerdere keren bij [gedaagde] aangeboden. Vervreemding (verkoop) als vorm van eigen gebruik wordt echter uitdrukkelijk uitgesloten door voornoemd lid 1 sub c. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Verder heeft [gedaagde] verklaard dat hij (1) van een kennis (die de “ex” heeft gesproken) heeft gehoord dat [eiser] en zijn “ex” nog gewoon bij elkaar zijn en dat er niets aan de hand is tussen hen, (2) [eiser] en zijn “ex” regelmatig samen in het centrum zijn gezien en (3) de auto van [eiser] gewoon voor de deur staat van de echtelijke woning. [eiser] heeft dit niet (voldoende) weersproken. Het had, zeker gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] , op de weg van [eiser] gelegen om voldoende gemotiveerd en met stukken onderbouwd aan te tonen dat sprake is van dringend eigen gebruik. [eiser] heeft dit nagelaten. De overeenkomst tot beëindiging van het geregistreerde partnerschap<footnote-ref linkend="_5cdc28b7-b1a1-434b-9323-608ca3efbeeb" /> is hiervoor onvoldoende. Bovendien is die niet gelegaliseerd (de handtekening van mr. [B] ter legalisatie ontbreekt). Verder heeft [eiser] op de mondelinge behandeling voorgesteld dat [gedaagde] nog een jaar in de woning mag blijven: ook hieruit volgt dat [eiser] de woning kennelijk niet zo dringend nodig heeft dat het woonbelang van [gedaagde] hiervoor moet wijken.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>De conclusie is dat [eiser] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van dringend eigen gebruik. Daarom zullen ook de overige vorderingen van [eiser] worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9</nr>
      <para>Omdat de vordering wordt afgewezen, wordt de overeenkomst van rechtswege verlengd. De kantonrechter zal op grond van artikel 7:273 lid 2 BW een beslissing nemen over de duur van de verlenging. De huurovereenkomst wordt voor onbepaalde tijd verlengd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10</nr>
      <para>
        [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>   164,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 82,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>     41,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus eventuele betekeningskosten)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>   205,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>verlengt de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 205,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als hij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>1298</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5cdc28b7-b1a1-434b-9323-608ca3efbeeb" label="1">
    <para> Productie 3 bij dagvaarding.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>