<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:7858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-17T10:37:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/589880 / HL ZA 25-59</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7858">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-17T10:37:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:7858 Rechtbank Midden-Nederland , 26-11-2025 / C/16/589880 / HL ZA 25-59</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7858:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>recht van erfdienstbaarheid, buurweg, noodweg, verjaring</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7858:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Midden-Nederland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/589880 / HL ZA 25-59</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>advocaat: mr. E. Douma,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A.C. Johansen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de op 27 februari 2025 betekende dagvaarding met 12 producties,<?linebreak?>- de conclusie van antwoord met 10 producties,<?linebreak?>- de akte met aanvullende producties 13 t/m 15 van de zijde van [eiser] ,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 6 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eiser] heeft een perceel grond op een recreatie-eiland. Zij wil via de grond van [gedaagde] toegang krijgen tot haar perceel. Zij meent daar om verschillende redenen recht op te hebben. [gedaagde] heeft de toegang naar het recreatie-eiland via haar grond al meer dan twintig jaar afgesloten. Voor zover dat al onrechtmatig zou zijn, heeft [eiser] niet op tijd bezwaar gemaakt tegen die afsluiting. Het recht van [eiser] om toegang via de grond van [gedaagde] af te dwingen, is verjaard. De vorderingen van [eiser] worden afgewezen</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar deze zaak over gaat</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [eiser] heeft haar stukje grond op het recreatie-eiland geërfd van haar in 2022 overleden tante. Het recreatie-eiland is verdeeld in meerdere percelen. Het eiland is door een draaibrug verbonden met het perceel van [gedaagde] en op die manier, dus via het terrein van [gedaagde] , per voet bereikbaar. Hieronder staat een foto van de situatie:</para>
      <para />
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="1fea18c0-5100-481b-8a82-7b090cf2e2bc" depth="60" width="107" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="874da60d-9b93-4d4e-9130-849456f6d086" depth="352" width="337" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
      </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Links onderin ligt het recreatie-eiland met het perceel van [eiser] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Rechts het terrein van [gedaagde] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Rood omcirkeld de draaibrug.</para>
        <para>(bron: Google Maps)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Volgens [eiser] gaan de eigenaren van de stukjes grond op het recreatie-eiland, meer in het bijzonder haar tante, al sinds jaar en dag over het terrein van [gedaagde] via de draaibrug naar het eiland. [eiser] meent zij een recht van erfdienstbaarheid heeft. Dat recht zou in dit geval inhouden dat de eigenaar van het dienende erf (het terrein dat nu van [gedaagde] is) verplicht is om toegang te geven aan de eigenaar van het heersende erf (het perceel grond van [eiser] op het recreatie-eiland). Dat recht van erfdienstbaarheid bestaat volgens [eiser] doordat het is ontstaan door (verkrijgende<footnote-ref linkend="_55a98efc-9d34-4bec-b3ec-197633f9244a" /> of bevrijdende<footnote-ref linkend="_bb638824-c543-40d4-a094-b9d30443e7e7" />) verjaring. In eerste instantie heeft [eiser] zich ook nog beroepen op vestiging van het recht op een erfdienstbaarheid in een notariële akte<footnote-ref linkend="_9153ee25-4eb4-417b-9936-b69ef12b1a88" />, maar dat standpunt heeft zij ter zitting laten gaan. Voor vestiging kon zij in de beschikbare aktes onvoldoende bevestiging vinden. Mocht er geen recht van erfdienstbaarheid zijn ontstaan door verjaring, dan is er volgens [eiser] nog sprake van een buurweg of een noodweg en moet [gedaagde] haar op die basis toegang verlenen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] heeft geen toegang tot haar terrein verleend aan de tante van [eiser]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft haar terrein in 1999 in eigendom gekregen en is het vanaf 2000 gaan ontwikkelen tot het recreatiepark dat het nu is. Onderdeel van de ontwikkeling is dat zij in 2000, uiterlijk in 2003 de toegang naar haar terrein heeft afgesloten met een hek en een poort. Toegangspasjes voor de poort heeft zij gegeven aan haar eigen gasten op het park en aan enkele eigenaren van percelen op het recreatie-eiland. Dat betrof enkele eigenaren die op dat moment nog via het terrein van [gedaagde] van en naar hun perceel op het eiland gingen. Volgens [gedaagde] ging het daarbij om een door haar verleend persoonlijk recht op toegang tot haar terrein. Zij bracht daarvoor aan die eigenaren jaarlijks een vergoeding in rekening. [gedaagde] hield en houdt een administratie bij van de door haar ontvangen vergoedingen voor toegang tot haar terrein. Vanwege de groei van haar eigen recreatiepark en de toename van het aantal gasten, wilde [gedaagde] alleen nog toegangspasjes verstrekken aan haar eigen gasten en het gebruik van pasjes door anderen geleidelijk afbouwen naar nul. Om die reden geeft [gedaagde] geen pasjes uit aan nieuwe eigenaren van percelen op het eiland. Op dit moment zijn er volgens [gedaagde] nog vier eigenaren van een stuk grond op het recreatie-eiland die de beschikking hebben over een pasje en daarmee een persoonlijk recht hebben op toegang tot het terrein van [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Vaststaat dat [eiser] uit de nalatenschap van haar tante geen pasje voor de poort heeft ontvangen. Niettemin beschikte haar tante volgens [eiser] over een pasje voor de poort. Zij heeft deze stelling onderbouwd met de door haar in het geding gebrachte verklaringen. Maar deze verklaringen overtuigen niet. Voor zover er in de verklaringen al wordt gesproken over een pasje dat de tante zou hebben gehad, blijkt niet dat dit op basis van eigen wetenschap wordt verklaard. En zelfs als dat wel het geval zou zijn, blijkt nergens uit dat dit een door [gedaagde] aan de tante verstrekt pasje is. De tante van [eiser] heeft volgens [gedaagde] van haar nooit een pasje gekregen. Zij heeft ook nooit een vergoeding betaald. Zij komt in ieder geval in de administratie van [gedaagde] over de afgelopen twaalf jaar niet voor, aldus [gedaagde] . Dat [gedaagde] een vergoeding voor het pasje in rekening bracht, wordt ondersteund door een door [eiser] zelf in het geding gebrachte verklaring. De stelling wordt verder ondersteund door het vonnis van 25 september 2003 dat door [gedaagde] in het geding is gebracht. Ter zitting is van de zijde van [eiser] verklaard dat de tante waarschijnlijk nooit een vergoeding heeft betaald aan [gedaagde] . Dat wijst erop dat de tante geen pasje van [gedaagde] heeft gekregen en dat [gedaagde] haar geen toegang tot haar terrein heeft willen verschaffen. Als dat anders was geweest en het afgegeven pasje bijvoorbeeld kwijt was geraakt, had het recht op toegang eenvoudig onderbouwd kunnen worden door overlegging van bankafschriften waaruit betaling van de jaarlijkse vergoeding zou blijken. Dat is niet gebeurd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat [gedaagde] bij de afsluiting van haar terrein geen pasje en daarmee geen toegang tot haar terrein heeft verstrekt aan de tante van [eiser] . </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er is geen recht van erfdienstbaarheid (meer)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Als de stelling van [eiser] dat door verjaring een recht van erfdienstbaarheid is ontstaan wordt gevolgd, dan is dat recht inmiddels ook weer teniet gegaan. Door de afsluiting van het terrein in uiterlijk 2003 heeft [gedaagde] vanaf dat moment inbreuk gemaakt op het gestelde recht van erfdienstbaarheid van [eiser] (althans haar tante). Door de afsluiting belemmert [gedaagde] immers de bereikbaarheid van het recreatie-eiland via haar terrein. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de stellingen en overgelegde verklaringen is niet op te maken dat [eiser] of haar tante in de twintig jaar die op de afsluiting volgden, hebben geklaagd over die inbreuk, laat staan dat de onmiddellijke beëindiging van die inbreuk is geëist. Dat betekent dat er inmiddels zoveel tijd is verstreken dat [eiser] de beëindiging van een inbreuk op haar gestelde recht van erfdienstbaarheid niet meer kan vorderen. Daardoor is het recht van erfdienstbaarheid, voor zover dat al door verjaring was ontstaan, teniet gegaan<footnote-ref linkend="_a58b9f5b-0f71-4b1a-b73b-0e3541c81c35" />.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er is geen buurweg</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Datzelfde geldt ook voor zover het recht op toegang tot het terrein van [gedaagde] erop is gebaseerd dat de route over het terrein van [gedaagde] zou kwalificeren als buurweg. Als de route al als zodanig was aan te merken, kan daar door het verloop van de tijd nu geen aanspraak meer op worden gemaakt. Uit niets is gebleken dat in een periode van twintig jaar na afsluiting door [eiser] of haar rechtsvoorgangers is geklaagd dat de afsluiting van het terrein een inbreuk op een recht op toegang zou zijn. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er is geen noodweg</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>De looproute via het terrein van [gedaagde] is niet aan te merken als noodweg. In de eerste plaats is van belang dat het hier om een recreatie-eiland gaat. Op het eiland wonen geen mensen; zij komen daar om te recreëren. Het recreatie-eiland is daarnaast bereikbaar per boot. Veel perceeleigenaren op het recreatie-eiland maken daarvan gebruik om van het eiland de openbare weg te bereiken en omgekeerd. Niet gebleken is dat [eiser] niet op dezelfde manier haar perceel op het recreatie-eiland zou kunnen bereiken. Dat [eiser] niet over een boot beschikt of over de middelen om een bootje te huren, legt onvoldoende gewicht in de schaal om te oordelen dat het eiland voor [eiser] niet anders bereikbaar is dan over het terrein van [gedaagde] . Tot slot weegt het belang van [eiser] bij toegang tot het terrein van [gedaagde] ook niet op tegen het belang van [gedaagde] om het terrein uitsluitend toegankelijk te maken voor haar eigen gasten. [gedaagde] heeft op de zitting toegelicht dat zij de eigenaren van een eilandperceel niet meer over haar terrein wil laten gaan, omdat zij haar faciliteiten in toenemende mate nodig heeft voor haar eigen gasten. De toegang van de eigenaren van percelen op het eiland tot haar terrein leidt voor [gedaagde] tot overlast. Zij parkeren op plaatsen die bestemd zijn voor de gasten van [gedaagde] en dumpen hun afval in containers die bestemd zijn voor het afval van de gasten van [gedaagde] zodat deze voortijdig vol raken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>
        [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>714,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.228,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 614,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2.120,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.120,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. Lunter en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <?linebreak?>4403</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_55a98efc-9d34-4bec-b3ec-197633f9244a" label="1">
    <para> 3:99 lid 1 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb638824-c543-40d4-a094-b9d30443e7e7" label="2">
    <para> 3:314 lid 1 BW jo 3:105 lid 1 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9153ee25-4eb4-417b-9936-b69ef12b1a88" label="3">
    <para> 5:73 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a58b9f5b-0f71-4b1a-b73b-0e3541c81c35" label="4">
    <para> 3:314 lid 1 BW jo 3:106 BW</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>