<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:7828</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-16T09:31:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11740117 \ AC EXPL  25-1419</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amersfoort</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7828">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7828</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-16T09:31:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:7828 Rechtbank Midden-Nederland , 17-12-2025 / 11740117 \ AC EXPL  25-1419</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7828:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wilsvertrouwensleer en uitleg van bemiddelingsovereenkomst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7828:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amersfoort</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11740117 \ AC EXPL  25-1419 RvdH/1037</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 17 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] , h.o.d.n. [handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: M. Knobbe,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.F. Inden-van Dijck.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10, <?linebreak?>- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 4, <?linebreak?>- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 22 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eiser] sloot met [gedaagde] een overeenkomst op grond waarvan [eiser] kandidaten voorstelde die [gedaagde] mogelijk in dienst zou willen nemen. Ook [A] is voorgesteld en aangenomen, maar hij is zijn proeftijd niet doorgekomen. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] toch de volledige vergoeding voor de bemiddeling aan [eiser] moet betalen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">
          [eiser] en [gedaagde] hebben een bemiddelingsovereenkomst gesloten </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De vraag die de kantonrechter in de eerste plaats moet beantwoorden is of partijen een bemiddelingsovereenkomst hebben gesloten. Overeenkomsten komen tot stand door aanbod en aanvaarding. In dit geval ligt het aanbod besloten in het voorstel van [eiser] om een kandidaat te werven voor [gedaagde] tegen betaling van een vergoeding.<footnote-ref linkend="_2d870ab9-394c-4c52-8487-8b65f7d81dcd" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Heeft [gedaagde] dat aanbod aanvaard? Volgens [gedaagde] is er geen overeenkomst tot stand gekomen, omdat het aanbod onvoldoende bepaalbaar was en er (nog) geen overeenstemming was over de essentialia zoals de betalingstermijnen en het verval van de verschuldigdheid van de resterende termijnen bij (vroegtijdige) uitdiensttreding van een werknemer, de omvang van de opdracht, de werkwijze en de duur van de opdracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De kantonrechter volgt [gedaagde] daarin niet. [eiser] mocht en kon namelijk uit de feiten en de gedragingen van [gedaagde] opmaken dat [gedaagde] gebruik wilde maken van de diensten van [eiser] en hij mocht er daarom op vertrouwen dat er een bemiddelingsovereenkomst tot stand is gekomen.<footnote-ref linkend="_2c6a8a37-b03f-4d2c-ba5c-a16a47b567c2" /> Hierbij zijn de volgende omstandigheden relevant: </para>
      <para />
      <para>- [gedaagde] was naar eigen zeggen op zoek naar werknemers en raakte daarover in gesprek met [eiser] . Partijen hebben kennisgemaakt en [eiser] heeft zijn werkwijze en voorwaarden gedeeld.<footnote-ref linkend="_8f25aaa6-a5e8-4aed-93b8-c613c45ea94e" />[eiser] heeft aangegeven dat hij na een akkoord actief aan de slag zou gaan met de werving.</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] wilde [eiser] een kans geven, zo verklaarde zij tijdens de mondelinge behandeling. Partijen hebben contact gehad over de voorwaarden en [B] (hierna: [B] ) van [gedaagde] heeft op 3 december 2024 akkoord gegeven. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [eiser] heeft de heer [A] , een kandidaat uit zijn netwerk, aan [gedaagde] voorgesteld. [gedaagde] heeft een arbeidsovereenkomst met [A] gesloten en [A] is begonnen met werken bij [gedaagde] . </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Op 4 februari 2025 heeft [B] naar [eiser] gemaild dat de eerste dag met [A] ‘super’ was. [B] heeft aan [eiser] laten weten naar welk adres [eiser] de factuur mag sturen (het adres van [gedaagde] ).<footnote-ref linkend="_38c16f5c-ef8e-4e7e-acbb-ffcce23ee354" /></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [eiser] is tijdens de proeftijd van [A] bij [gedaagde] op bezoek geweest en heeft daar gesproken met [C] (hierna: [C] ), algemeen directeur van [gedaagde] , en [A] . Ook heeft [eiser] mee-geluncht bij [gedaagde] . Er was dus ook na de plaatsing van [A] nog (zakelijk) contact tussen [eiser] en [gedaagde] . </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [C] laat op 7 maart 2025 weten dat [A] niet door zijn proeftijd is gekomen en dat hij graag met [eiser] in gesprek gaat over een oplossing.<footnote-ref linkend="_d338f1c2-a8f9-431c-a418-349c1050bc35" /> Dit bevestigt dat [eiser] in opdracht van [gedaagde] [A] als kandidaat heeft voorgesteld en dat [gedaagde] [eiser] verantwoordelijk hield voor een (succesvolle) plaatsing van een kandidaat. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">De algemene voorwaarden zijn van toepassing op de overeenkomst </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Uit de omstandigheid dat [eiser] in zijn e-mail van 8 november 2024 inhoudelijk verwijst naar de algemene voorwaarden waarvan hij stelt dat die bij deze e-mail zijn meegestuurd, leidt de kantonrechter af dat [gedaagde] kennis heeft kunnen nemen van de algemene voorwaarden van [handelsnaam] . Deze voorwaarden zijn dan ook van toepassing op de overeenkomst, met uitzondering van artikel 7.1. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>
        [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat slechts een deel van artikel 7.1 is komen te vervallen: alleen de laatste zin waarin staat dat de vergoeding minstens € 10.000,00 is. Hij wilde daarmee een gebaar maken richting [gedaagde] , omdat [eiser] wist dat de vergoeding op basis van het salaris van [A] lager dan dat bedrag was. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] dit in zijn voorstel van 8 november 2024 onvoldoende duidelijk heeft gemaakt. [eiser] sluit in die e-mail expliciet artikel 7.1 uit. Hij maakt daarbij geen onderscheid in delen van het artikel en hij licht de uitsluiting verder ook niet toe. Artikel 7.1 van de algemene voorwaarden is daarom helemaal niet van toepassing op de overeenkomst. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Het loon van [eiser] bedraagt 22% van het bruto jaarsalaris (exclusief vakantiegeld)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De vraag die vervolgens moet worden beantwoord, is welk loon [gedaagde] aan [eiser] moet betalen en wanneer. Om dit vast te stellen, is een uitleg van de overeenkomst nodig. Het is vaste rechtspraak dat daarvoor niet alleen moet worden gekeken naar de tekst van de overeenkomst. Het is ook belangrijk wat partijen verder nog gezegd en gedaan hebben, en wat zij op grond daarvan van elkaar mochten verwachten.<footnote-ref linkend="_bbb46c9a-f733-4177-9f44-759c100e728d" /> Hierbij speelt ook een rol om wat voor partijen het gaat. De ene partij heeft bijvoorbeeld veel ervaring met het sluiten van bepaalde overeenkomsten, de andere doet dat bijna nooit. Dat alles moet bij de uitleg van een overeenkomst worden betrokken. Bovendien is niet alleen het gedrag rondom het sluiten van de overeenkomst van belang. Ook wat partijen na het sluiten van de overeenkomst gedaan hebben, kan een rol spelen bij het bepalen wat partijen zijn overeengekomen.<footnote-ref linkend="_63ac151a-f499-4246-95be-22c3783fc9d5" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet eenmalig 22% van het bruto jaarsalaris betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat het loon van [eiser] 22% van het bruto jaarsalaris (exclusief vakantiegeld) van de kandidaat bedraagt en dat [gedaagde] dat in één keer moet betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>In de e-mail van 8 november 2024 van [eiser] aan [B] staat het volgende: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘[…]In de bijlagen vind je de algemene voorwaarden. We gaan samenwerken op basis van ‘’no cure no pay’’.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit betekent dat er pas kosten zijn voor [gedaagde] bij een succesvolle bemiddeling met een kandidaat van [handelsnaam] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het overnametarief bedraagt 22% van het bruto jaarsalaris obv 40 uur van de startende medewerker. Daarmee vervalt artikel 7.1 van de algemene voorwaarden.[…]’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>In de e-mail van 3 december 2024 van [B] aan [eiser] staat het volgende: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘[…] Ik ben inderdaad nog niet toegekomen aan het beantwoorden van jouw tegenvoorstel. Laten we het niet ingewikkelder maken. Ik waardeer jouw meebeweging mbt het alternatieve voorstel, maar daar komen nog een aantal puntjes bij kijken en omwille van de snelheid lijkt het mij dan handig om de éénmalig 22% te hanteren. Bij deze akkoord.[…]’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt dat uit de geciteerde e-mail van [B] volgt dat zij eenmalig (als in: één keer, voor deze keer) akkoord is gegaan met een vergoeding van 22% en niet dat zij akkoord ging met een eenmalige betaling van 22% (als in: er moet in één keer 22% worden betaald). [gedaagde] zou eenmalig akkoord zijn gegaan omwille van de snelheid, maar wilde over andere voorwaarden nog overeenstemming bereiken. [gedaagde] zou een volgende keer mogelijk ook een ander tarief willen hanteren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11</nr>
      <para>De kantonrechter volgt de uitleg die [gedaagde] aan de e-mail van [B] geeft niet. Deze lezing past niet bij de woordkeuze in de e-mail van [B] in combinatie met de toelichting van [eiser] . [eiser] heeft namelijk tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat [B] na het aanbod van [eiser] met een alternatief voorstel kwam. [eiser] ging daarmee niet akkoord, maar wilde wel meedenken. Bij het alternatieve voorstel kwamen ‘nog een aantal puntjes kijken’ en daarom ging [B] akkoord met het voorstel ‘<emphasis role="bold">de </emphasis>éénmalig 22%’. Het woordje ‘de’ is hierin veelzeggend omdat dit terugverwijst naar een van de voorstellen, inhoudende dat betaling eenmalig (en niet in termijnen) zou plaatsvinden én dat de omvang van het loon 22% van het bruto jaarsalaris is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het vakantiegeld is geen onderdeel van de berekening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat bij de berekening van dat jaarsalaris geen rekening moet worden gehouden met het vakantiegeld. De kantonrechter heeft al geoordeeld dat artikel 7.1. geen onderdeel uitmaakt van de overeenkomst tussen partijen. Op grond van dat artikel kan [eiser] dus niet stellen dat het vakantiegeld moet worden meegerekend. Er is ook geen aanleiding om te veronderstellen dat het vakantiegeld in dit geval onder de noemer ‘bruto jaarsalaris’ valt, te meer omdat [eiser] zélf in zijn voorwaarden het vakantiegeld als emolument omschrijft. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Het recht op loon is ontstaan bij totstandkoming overeenkomst [gedaagde] - [A]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13</nr>
      <para>Op grond van de wet heeft een tussenpersoon ( [eiser] ) recht op loon zodra door zijn bemiddeling de overeenkomst tussen de opdrachtgever ( [gedaagde] ) en de derde ( [A] ) tot stand is gekomen.<footnote-ref linkend="_dfc67dd9-1382-43f5-a029-8dedf0c3efcf" /> Tussen partijen staat niet ter discussie dat er door de bemiddeling van [eiser] een overeenkomst tussen [gedaagde] en [A] tot stand is gekomen. [gedaagde] betoogt echter dat dat op zichzelf onvoldoende is om aanspraak te kunnen maken op loon. Volgens [gedaagde] moet er eerst sprake zijn van een succesvolle bemiddeling en bestaat die pas als een kandidaat ná het einde van zijn proeftijd in dienst blijft. Dat partijen echter een dergelijk resultaat (dat dus meer inhoudt dan alleen het tot stand komen van een overeenkomst tussen [eiser] en [A] ) als voorwaarde voor de betaling van het loon hebben afgesproken, heeft [gedaagde] niet onderbouwd gesteld.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft verder gesteld dat het niet redelijk en niet gebruikelijk is dat zij in dit geval de gehele vergoeding verschuldigd is. Het was voor [gedaagde] van wezenlijk belang dat een eerste termijn pas verschuldigd zou zijn bij de start van de arbeidsovereenkomst en de andere termijnen later, als [A] zijn proeftijd was doorgekomen. Deze betaalvoorwaarden zijn geen onderdeel van de overeenkomst. Dat [gedaagde] die afspraken wel met andere partijen maakt, leidt er niet toe dat de betaalvoorwaarde die [eiser] heeft bedongen naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. [eiser] maakt op zijn beurt immers deze betaalafspraak ook met andere partijen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Conclusie: [gedaagde] moet € 8.448,00 aan [eiser] betalen, plus rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal een vergoeding van 22% van het bruto jaarsalaris van [A] aan [eiser] moeten betalen. Dat komt neer op een bedrag van € 8.448,00. De gevorderde hoofdsom wordt tot dat bedrag toegewezen. Voor zover een hoger bedrag is gevorderd, wordt dat deel afgewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] niet op tijd heeft betaald, is zij de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW verschuldigd met ingang van 20 februari 2025 tot de voldoening. Sinds deze datum is de betalingstermijn van de factuur verstreken en verkeert [gedaagde] in verzuim. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">De buitengerechtelijke incassokosten worden beperkt tot € 40,00</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.17</nr>
      <para>
        [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten op grond van een daarover gemaakte afspraak. Voor toewijzing daarvan had [eiser] wel moeten stellen dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt.<footnote-ref linkend="_f029afa0-fa7a-4959-a1ef-4524dd7c1468" /> Dat heeft hij niet gedaan. [gedaagde] is daarom in beginsel geen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. In dit geval is echter sprake van een handelsovereenkomst die op of na 16 maart 2013 is gesloten, zodat een bedrag van € 40,00 op grond van artikel 6:96 lid 4 BW toewijsbaar is, ook als geen incassowerkzaamheden zijn verricht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.18</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>122,35</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>257,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>678,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 339,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.192,35</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.19</nr>
      <para>De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 8.488,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 8.448,00, met ingang van 20 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.192,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_2d870ab9-394c-4c52-8487-8b65f7d81dcd" label="1">
    <para> Zie de e-mail van 8 november 2024 van [eiser] aan [B] van [gedaagde] (producties 3 bij de dagvaarding). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2c6a8a37-b03f-4d2c-ba5c-a16a47b567c2" label="2">
    <para> Artikel 3:35 van het Burgerlijk Wetboek. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f25aaa6-a5e8-4aed-93b8-c613c45ea94e" label="3">
    <para> Zie de e-mail van 8 november 2024 van [eiser] aan [B] van [gedaagde] (producties 3 bij de dagvaarding).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_38c16f5c-ef8e-4e7e-acbb-ffcce23ee354" label="4">
    <para> Zie productie 10 bij de dagvaarding. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d338f1c2-a8f9-431c-a418-349c1050bc35" label="5">
    <para> Zie de e-mail van 7 maart 2025 van [C] aan [eiser] (productie 8 bij de dagvaarding). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bbb46c9a-f733-4177-9f44-759c100e728d" label="6">
    <para> Dit is verkort weergegeven wat de Hoge Raad heeft bepaald in HR 13 maart 1981, <emphasis role="italic">NJ </emphasis>1981/635 (Haviltex). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_63ac151a-f499-4246-95be-22c3783fc9d5" label="7">
    <para> Dit is door de Hoge Raad bepaald: HR 12 oktober 2012, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2012, 589 ( [achternaam] /Scholengemeenschap).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dfc67dd9-1382-43f5-a029-8dedf0c3efcf" label="8">
    <para> Artikel 7:426 van het Burgerlijk Wetboek.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f029afa0-fa7a-4959-a1ef-4524dd7c1468" label="9">
    <para> Dit volgt uit artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek, het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en de oriëntatiepunten in het Rapport BGK-integraal.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>