<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:7823</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-16T09:55:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11653188 MC EXPL  25-2271 DKv/41264</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almere</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7823">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7823</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-16T09:54:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:7823 Rechtbank Midden-Nederland , 12-11-2025 / 11653188 MC EXPL  25-2271 DKv/41264</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7823:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Koop tweedehands auto; beroep op onverschuldigde betaling en non-comformiteit. Gebreken gevolg van slijtage en koper heeft verkoper niet in de gelegenheid gesteld om de gebreken zelf te herstellen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7823:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Almere</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11653188 MC EXPL  25-2271 	DKv/41264</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 12 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser, hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de vennootschap onder firma</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde sub 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para>2. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 2] , vennoot van gedaagde sub 1</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 3] , vennoot van gedaagde sub 1</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 2] , </para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde sub 3] ,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>gezamenlijk hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. T. Teke. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>
        [eiser] heeft [gedaagde sub 1] gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde sub 1] heeft op de dagvaarding geantwoord. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een mondelinge behandeling moet worden besproken. Van [eiser] is daarna nog een schriftelijke toelichting met producties ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2025. [eiser] is verschenen. Voor [gedaagde sub 1] is aanwezig [gedaagde sub 3] , bijgestaan door mr. Teke. Partijen hebben hun standpunten toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting met partijen is besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op de mondelinge behandeling is bepaald dat op 12 november 2025 uitspraak wordt gedaan. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar deze zaak over gaat</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eiser] heeft op 21 oktober 2024 van [gedaagde sub 1] een Jeep Wrangler met kenteken [kenteken] gekocht voor een koopprijs van € 23.500,00 (hierna: de auto). De auto is op 23 oktober 2024 aan [eiser] geleverd. [eiser] en [gedaagde sub 1] hebben afgesproken dat [gedaagde sub 1] onderhoud aan de auto zou uitvoeren. [gedaagde sub 1] heeft [eiser] voor haar werkzaamheden aan de auto daarna een factuur gestuurd van € 4.720,40. Partijen verschillen van mening over de vraag wat zij aan elkaar verschuldigd zijn.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vorderingen van [eiser] en het antwoord van [gedaagde sub 1] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert, na vermeerdering van eis, dat de kantonrechter [gedaagde sub 1] veroordeelt tot terugbetaling van € 1.699,65 en tot betaling van een vergoeding van </para>
        <para>€ 2.210,25 voor gemaakte herstelkosten en een vergoeding van € 2.100,00 voor nog te verwachten herstelkosten, met rente en bijkomende kosten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dit, omdat hij meent dat [gedaagde sub 1] voor de werkzaamheden aan de auto meer kosten in rekening heeft gebracht dan zij hadden afgesproken en [gedaagde sub 1] het teveel betaalde bedrag daarom aan hem moet terugbetalen. [eiser] meent verder dat de auto niet aan de koopovereenkomst beantwoord (non-conform) en dat hij de herstelkosten die hij heeft moeten maken en nog moet maken om de auto goed te kunnen gebruiken, op [gedaagde sub 1] mag verhalen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] betwist dat zij voor haar werkzaamheden aan de auto teveel bij [eiser] in rekening heeft gebracht. Ook betwist [gedaagde sub 1] dat de auto non-conform is. Zij meent dan ook niets aan [eiser] te hoeven (terug)betalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de kantonrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De kantonrechter zal de vordering van [eiser] tot terugbetaling van een bedrag van € 1.699,65 aan teveel gefactureerde kosten toewijzen, met rente en kosten. De vordering van [eiser] tot vergoeding van de gemaakte en nog te maken herstelkosten zal worden afgewezen. Hierna wordt dit uitgelegd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 1.699,65 is onverschuldigd betaald</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>
        [eiser] heeft de factuur van [gedaagde sub 1] betaald, maar hij stelt dat hij van die factuur € 1.699,65 teveel aan [gedaagde sub 1] heeft betaald. [eiser] doet hiermee een beroep op onverschuldigde betaling. [gedaagde sub 1] voert aan dat [eiser] geen beroep kan doen op onverschuldigde betaling, omdat hij het volledige gefactureerde bedrag van € 4.720,40 voor de vervaldag heeft voldaan. Dat verweer slaagt niet. Van onverschuldigde betaling in de zin van artikel 6:203 BW is sprake als iemand een geldsom aan een ander geeft, zonder dat daarvoor een rechtsgrond bestaat. Dat betekent dat voor de betaling geen reden bestaat. Dat het moment waarop er wordt betaald van belang is voor de vraag of de betaling zonder reden is gedaan, blijkt niet uit de wet. [gedaagde sub 1] heeft niet aangetoond dat dat anders zou zijn. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] en [gedaagde sub 3] hebben afspraken gemaakt over de werkzaamheden die [gedaagde sub 1] aan de auto zou verrichten en over de kosten van die werkzaamheden. [eiser] verwijst voor de afspraken naar een e-mail van hem aan [gedaagde sub 3] van 23 oktober 2024. In die e-mail staat:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“)…) En daarnaast hadden we 500 begroot voor de APK en de onderhoudsbeurt inclusief alle lampjes. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Banden en schokbrekers graag inderdaad bestellen en prijs is akkoord. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor de bovenstaande werken komt dat voor nu uit op 2.500 Euro.”</emphasis>
        </para>
        <para>
          [gedaagde sub 3] heeft ter zitting op de afspraken toegelicht dat het onderhoud aan de auto is uitgevoerd, dat nieuwe banden en schokbrekers zijn geplaatst en dat het probleem met een storingslampje is verholpen. Tijdens het uitvoeren van die werkzaamheden zijn er nieuwe werkzaamheden bijgekomen. Zo is tijdens het programmeren de computer stuk gegaan en kwam de vraag van [eiser] of er naar de kachel gekeken kon worden. De werkzaamheden zijn met [eiser] besproken, maar de kosten niet. De kosten zijn door de extra werkzaamheden opgelopen. [eiser] gaf pas na het uitvoeren van de werkzaamheden aan dat hij niet meer dan € 2.500,00 wilde betalen, aldus [gedaagde sub 3] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de e-mail van 23 oktober 2024 kan worden opgemaakt dat [eiser] voor het door [gedaagde sub 1] aan de auto uit te voeren onderhoud € 500,00 had begroot en dat [eiser] de wens had om de kosten voor de werkzaamheden aan de auto niet boven de € 2.500,00 te laten uitkomen. Dat [gedaagde sub 1] bij e-mail eerder die dag aan [eiser] had medegedeeld dat de kosten voor de werkzaamheden € 3.500,00 exclusief btw zouden bedragen, doet aan de inhoud van de e-mail van [eiser] niet af. [gedaagde sub 3] had uit de e-mail van [eiser] moeten begrijpen dat hij [eiser] op de hoogte zou moeten stellen als de kosten meer dan </para>
        <para>€ 2.500,00 zouden bedragen. [gedaagde sub 3] heeft dat niet gedaan. Bij [eiser] is zonder waarschuwing vooraf een bedrag van € 4.720,40 in rekening gebracht, een fors hoger bedrag dan [eiser] wilde betalen. Uit de toelichting van [gedaagde sub 3] volgt dat hij met [eiser] over de extra werkzaamheden heeft gesproken, maar dat hij [eiser] niet heeft geïnformeerd over de hogere kosten van die werkzaamheden. [gedaagde sub 3] zegt dat hij in de gesprekken met [eiser] de indruk kreeg dat bedragen voor hem geen issue waren, maar dat kan de kantonrechter door de inhoud van de e-mail van 23 oktober 2024 en de correspondentie tussen partijen die in het geding is gebracht, niet volgen. [gedaagde sub 3] had [eiser] er op moet wijzen dat de werkzaamheden zouden leiden tot hogere kosten. Omdat [gedaagde sub 3] dat niet heeft gedaan, kan [gedaagde sub 1] geen aanspraak maken op de hogere kosten en kan zij die kosten niet bij [eiser] in rekening brengen. [gedaagde sub 1] voert nog aan dat [eiser] geen schade heeft omdat hij de werkzaamheden hoe dan ook had moeten laten uitvoeren, maar dat kan niet tot het oordeel leiden dat [eiser] de hogere kosten aan [gedaagde sub 1] verschuldigd is.  De kantonrechter zal de vordering tot terugbetaling van € 1.699,65 als onverschuldigd betaald daarom toewijzen. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag is niet betwist en ook toewijsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde sub 1] hoeft de gevorderde herstelkosten niet te vergoeden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>
        [eiser] doet een beroep op non-conformiteit van de auto. Hij stelt dat de aan hem verkochte en geleverde auto gebreken heeft. Dat de auto gebreken heeft, heeft [gedaagde sub 1] niet weersproken. De gebreken zijn volgens [eiser] een defecte dynamo, olielekkage bij de kleppendekselpakking, defecte lambdasondes, een niet-werkende cruisecontrol, lekkage aan de automaatbak en een niet goed functionerende katalysator. Dat de auto met deze gebreken kampt, heeft [gedaagde sub 1] evenmin weersproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <parablock>
        <para>Het enkele feit dat sprake is van deze gebreken aan de auto, leidt niet zonder meer tot non-conformiteit en het tekortschieten van [gedaagde sub 1] als verkoper. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van non-conformiteit moet vastgesteld worden of de auto beantwoordt aan de koopovereenkomst. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de gekochte zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen (artikel 7:17 BW). Dat er sprake is van </para>
        <para>non-conformiteit moet in beginsel door [eiser] als koper van de auto worden aangetoond. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11</nr>
      <para>Bij de koop van een tweedehands auto die bestemd is om aan het verkeer deel te nemen, wordt aangenomen dat deze niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik ervan een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek dat niet eenvoudig door de koper kan worden ontdekt en hersteld. Hierop zijn wel uitzonderingen mogelijk. Bezien moet worden wat de koper, op grond van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de zaak en de mededelingen van de verkoper, van de auto mocht verwachten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12</nr>
      <para>Bij de beantwoording van de vraag wat [eiser] van de auto mocht verwachten stelt de kantonrechter voorop dat bij de koop van een gebruikte auto de koper er rekening mee moet houden dat deze bij normaal gebruik aan slijtage onderhevig is en dat in het algemeen geldt dat de kans op gebreken groter wordt naarmate de auto ouder is en meer kilometers heeft gereden. Hoe ouder de auto, hoe meer de koper er rekening mee moet houden dat in de nabije toekomst reparaties nodig zullen zijn om de auto te kunnen blijven gebruiken. Dat geldt ook in dit geval. Het gaat hier immers om de koop van een dertien jaar oude, tweedehands auto met een kilometerstand van 110.000. Er was dus sprake van een relatief oude auto met de nodige kilometers op de teller, waarvan ten tijde van de koop voor [eiser] duidelijk was dat er onderhoud aan de auto nodig was. Partijen hebben immers afspraken gemaakt over het onderhoud dat [gedaagde sub 3] nog aan de auto zou uitvoeren. [eiser] moest er bij de koop van deze auto dan ook op bedacht zijn dat er na verloop van tijd als gevolg van slijtage meer gebreken zouden kunnen optreden en reparaties nodig konden blijken. Dat de gebreken niet het gevolg zouden zijn van slijtage is verder niet gesteld of gebleken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13</nr>
      <para>Maar zelfs al zou er sprake zijn van non-conformiteit, dan zou de vordering van [eiser] tot vergoeding van de door hem gemaakte en nog te maken herstelkosten worden afgewezen en wel om de volgende reden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14</nr>
      <para>Op grond van artikel 7:21 lid 1 BW kan [eiser] als koper in beginsel herstel of vervanging van de afgeleverde zaak eisen. Als de verkoper bij een consumentenkoop, waarvan in deze zaak sprake is, niet binnen een redelijke tijd nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand, aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan, is de koper bevoegd het herstel door een derde te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op de verkoper te verhalen (artikel 7:21 lid 6 BW). Van belang is dus of [eiser] [gedaagde sub 1] eerst in de gelegenheid heeft gesteld om de gestelde gebreken aan de auto te repareren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15</nr>
      <para>
        [eiser] heeft ter zitting toegelicht dat hij contact heeft proberen te krijgen met [gedaagde sub 1] , maar dat niet lukte. Na zeven dagen is [eiser] naar garage [garage] gegaan. De garage heeft vastgesteld dat de auto gebreken heeft. [eiser] heeft een aantal van die gebreken door garage [garage] laten herstellen. De auto is dus door een derde gerepareerd. [eiser] heeft [gedaagde sub 1] aangemaand om de kosten die hij daarvoor heeft moeten maken te vergoeden zonder dat hij [gedaagde sub 1] de mogelijkheid heeft geboden om de gebreken aan de auto zelf te herstellen. [eiser] heeft daarom gelet op voornoemd artikel geen recht op vergoeding van de gemaakte of nog te maken herstelkosten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verrekening teruggave autoband niet onderbouwd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16</nr>
      <para>
        [eiser] vordert nog verrekening van € 75,00 voor de teruggave van een autoband, maar onderbouwt dit verder niet. De kantonrechter zal dit daarom afwijzen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17</nr>
      <para>
        [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De kantonrechter zal een bedrag van € 250,45 toewijzen. Dat is het wettelijk redelijk geachte tarief bij de toegewezen hoofdsom.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18</nr>
      <para>Omdat [eiser] en [gedaagde sub 1] allebei voor een deel in het gelijk worden gesteld, zal de kantonrechter de proceskosten compenseren in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 1] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.699,65, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 1] tot betaling aan [eiser] van € 250,45 aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>12 november 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>