<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:7036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-02T12:02:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11772432 \ UC EXPL  25-5575</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7036">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-02T12:01:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:7036 Rechtbank Midden-Nederland , 17-12-2025 / 11772432 \ UC EXPL  25-5575</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7036:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aangemaand voor een te hoog bedrag aan incassokosten (B2B). Gevolg is dat alleen de minimale incassokosten van € 40 worden toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:7036:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11772432 \ UC EXPL  25-5575</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 17 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ENECO WARMTE &amp; KOUDE LEVERINGSBEDRIJF B.V.</emphasis>, </para>
      <para>in Rotterdam,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Eneco,</para>
      <para>gemachtigde: Bierens Incasso Advocaten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>in [vestigingsplaas] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: Bekkering Fiscaal &amp; Juridisch Advies.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding,<?linebreak?>- de conclusie van antwoord,<?linebreak?>- de conclusie van repliek,<?linebreak?>- de conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eneco levert warmte aan een pand van [gedaagde] in Rotterdam. Eind 2024 en begin 2024 heeft Eneco die leveringen aan [gedaagde] in rekening gebracht met drie facturen<footnote-ref linkend="_1e89a982-5ab0-49b2-a034-e565a0b0bbfb" />, in totaal € 18.476,30. [gedaagde] heeft die facturen in eerste instantie over het hoofd gezien. Bij brief van 26 maart 2025 is [gedaagde] aangemaand door de gemachtigde van Eneco, waarbij incassokosten, <emphasis role="italic">“Dossierkosten”</emphasis> en verschenen rente in rekening is gebracht. [gedaagde] heeft daarop een bedrag betaald ter grootte van de facturen (dus € 18.476,30). Eneco vordert in deze zaak nog betaling van een bedrag ter grootte van de wettelijke incassokosten en verschenen rente, samen € 1.322,97, plus rente. De kantonrechter wijst € 403,21 toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eneco is vorderingsgerechtigd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij haar conclusie van dupliek voert [gedaagde] aan dat de conclusie van repliek van Eneco is gestuurd vanuit <emphasis role="italic">“Eneco Zakelijk”</emphasis>, terwijl de vordering is ingesteld door <emphasis role="italic">“Eneco Warmte &amp; Koude Leveringsbedrijf B.V.”</emphasis> Volgens [gedaagde] moet eerst opheldering komen over de identiteit van de schuldeiser, voordat vonnis zou kunnen worden gewezen. Dat verweer faalt. Bij de dagvaarding heeft Eneco de facturen aan [gedaagde] bijgevoegd. Daarop staat <emphasis role="italic">“Eneco Zakelijk”</emphasis> als afzender vermeld, en op de factuur zelf staat de zin <emphasis role="italic">“Hierbij ontvangt u namens Eneco Warmte en Koudeleveringsbedrijf B.V. uw nota (…)”</emphasis>. [gedaagde] had haar verweer dus direct bij haar antwoord kunnen voeren. Door dit pas te doen bij haar conclusie van dupliek, is zij daarmee te laat<footnote-ref linkend="_444c0493-59ae-49b9-8e83-5b96b95f7a61" />.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] is in verzuim en moet de wettelijke handelsrente betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Tussen partijen staat niet ter discussie dat [gedaagde] de hoofdsom (€ 18.476,30) had moeten betalen toen de betalingstermijn van de facturen was verstreken. [gedaagde] stelt onterecht dat zij geen rente zou zijn verschuldigd totdat zij tot betaling werd aangemaand. De rente (in dit geval de wettelijke handelsrente) is direct verschuldigd na de vervaldatum van de facturen. Dat [gedaagde] de facturen in eerste instantie over het hoofd heeft gezien en deze niet direct heeft betaald, blijft voor haar rekening en risico.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Eneco vordert € 363,21 aan verschenen rente tot en met 9 juni 2025, plus de wettelijke handelsrente over het restant van de hoofdsom vanaf 10 juni 2025. Dat wordt toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet € 40,00 aan incassokosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De gemachtigde van Eneco heeft in het buitengerechtelijke incassotraject [gedaagde] gesommeerd om € 2.771,45 aan incassokosten te betalen en € 40,00 aan <emphasis role="italic">“Dossierkosten”</emphasis>. Naar nu blijkt, was het gevorderde bedrag aan incassokosten veel te hoog. Tussen partijen bestaat geen regeling waarbij afgeweken wordt van de wettelijke bepalingen. Volgens de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is € 959,76 een redelijk bedrag, dus ongeveer slechts een derde van het door Eneco bij de aanmaning genoemde bedrag. Verder was er kennelijk geen rechtsgrond voor het in rekening brengen van <emphasis role="italic">“Dossierkosten”</emphasis>, want Eneco laat dit in deze rechtsprocedure geheel buiten beschouwing. Eneco heeft dus terecht de betaling van de in de aanmaning genoemde incassokosten en <emphasis role="italic">“Dossierkosten”</emphasis> achterwege kunnen laten. Eneco heeft [gedaagde] slechts aangemaand voor bedragen die zij niet in rekening mocht brengen. De kantonrechter oordeelt dat deze omstandigheid te vergelijken is met de situatie zoals bedoeld in artikel 6:96 lid 4 BW, tweede volzin. Daarin staat dat de schuldenaar ( [gedaagde] ) zonder aanmaning minimaal € 40,00 is verschuldigd. Dat bedrag wordt daarom toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom en proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>In totaal moet [gedaagde] dus betalen:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>€           18.476,30 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Hoofdsom</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>€                363,21 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Verschenen rente tm 9/6/2025</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>€                  40,00 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Incassokosten</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>€           18.879,51 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>€           18.476,30 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Betalingen</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>€                403,21 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Restant hoofdsom</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De wettelijke handelsrente wordt dus vanaf 10 juni 2025 toegewezen over € 403,21, tot de betaling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Beide partijen zijn gedeeltelijk in het gelijk en gedeeltelijk in het ongelijk gesteld. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Eneco te betalen een bedrag van € 403,21, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 10 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>RW1368</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_1e89a982-5ab0-49b2-a034-e565a0b0bbfb" label="1">
    <para> Productie 1 van Eneco</para>
  </footnote>
  <footnote id="_444c0493-59ae-49b9-8e83-5b96b95f7a61" label="2">
    <para> Artikel 128 lid 3 Rv</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>