<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:6998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-19T10:00:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/1860</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6998">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-14T11:28:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:6998 Rechtbank Midden-Nederland , 22-12-2025 / UTR 24/1860</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:6998:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wht; eiseres kan met dit beroep niet bereiken dat zij als gedupeerde wordt aangemerkt omdat de lichte toets is ingehaald door de integrale herbeoordeling. Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:6998:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/8160</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiseres] , uit [plaats] , eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. S.N. Ali),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Dienst Toeslagen</title>
    <para>(gemachtigden: [gemachtigden] ).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Bij besluit van 26 september 2022 heeft Dienst Toeslagen bepaald dat eiseres op basis van de uitgevoerde lichte toets niet in aanmerking komt voor een minimaal compensatiebedrag van € 30.000,-.</para>
    <para />
    <para>2. Met het bestreden besluit van 5 november 2024 op het bezwaar van eiseres is de Dienst Toeslagen bij de afwijzing gebleven.</para>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.</para>
    <para />
    <para>4. De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de Dienst Toeslagen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>6. De rechtbank dient allereerst te beoordelen of eiseres een belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.</para>
    <para />
    <para>7. In deze procedure gaat het over het besluit waarin het resultaat van de lichte toets is neergelegd. Deze eerste toets wordt gevolgd door een integrale toets, waarin dieper op de omstandigheden wordt ingegaan. Die integrale toets heeft inmiddels plaatsgevonden en ook op grond daarvan is vastgesteld dat eiseres geen gedupeerde is en dat zij niet in aanmerking komt voor € 30.000,- </para>
    <para />
    <para>8. Naar het oordeel van de rechtbank kan eiseres feitelijk met dit beroep niet bereiken dat zij als gedupeerde wordt aangemerkt. Met de integrale beoordeling is een volledige herbeoordeling van het verzoek van eiseres verricht. Dat houdt in dat er grondiger (dan bij de lichte toets) is gekeken naar de situatie van eiseres en naar de vraag of zij als gedupeerde aangemerkt moet worden. Daarbij is ook heroverwogen of de lichte toets anders had moeten uitpakken en of eiseres toch wel recht had op compensatie uit de Catshuisregeling. Als dat zo zou zijn geweest, dan zou verweerder bij de integrale beoordeling die compensatie alsnog uitkeren, met wettelijke rente over de periode dat eiseres de compensatie heeft moeten missen omdat eerder bij de lichte toets een foute beoordeling is gemaakt. De integrale beoordeling haalt dus de beoordeling van de lichte toets in.<footnote-ref linkend="_51776252-01f3-4e6e-934f-42aeae09048c" /></para>
    <para />
    <para>9. Eiseres zal alleen met rechtsmiddelen tegen het besluit in de integrale beoordeling eventueel kunnen bereiken dat zij alsnog wordt aangemerkt als gedupeerde. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat eiseres geen procesbelang heeft bij een beoordeling van haar beroep tegen de lichte toets.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>10. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Dit betekent dat het bestreden besluit niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Gemachtigde van eiseres heeft op de zitting verzocht om een proceskostenvergoeding omdat de integrale beoordeling te lang heeft geduurd. De rechtbank ziet in deze omstandigheden geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding in deze procedure over de lichte toets.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op </para>
      <para>22 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
  </section>
  <footnote id="_51776252-01f3-4e6e-934f-42aeae09048c" label="1">
    <para> Zie de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 5 december 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6699.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>