<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:6804</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-07T08:21:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/5106</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6804">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6804</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-07T08:20:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:6804 Rechtbank Midden-Nederland , 18-12-2025 / 23/5106</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:6804:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-ontvankelijk. Rechtbank bepaalt dat de heffingsambtenaar griffierecht moet vergoeden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:6804:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 23/5106 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , uit [plaats] , eiseres</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht </emphasis>(de heffingsambtenaar), verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding<?linebreak?></title>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De heffingsambtenaar heeft aan eiseres een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting met nummer [nummer] opgelegd. Volgens de heffingsambtenaar heeft eiseres haar auto op 20 april 2022 geparkeerd zonder dat hiervoor parkeerbelasting was voldaan. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2023 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. <?linebreak?></para>
    <para>4. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben aangegeven dat zij het daarmee eens zijn. De rechtbank met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een zitting achterwege blijft en heeft heden met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>5. De heffingsambtenaar heeft op 25 oktober 2023 aan de rechtbank laten weten dat de uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2023 dient te worden vernietigd, omdat de bezwaarprocedure eerder al in het voordeel van eiseres op 3 augustus 2022 is geëindigd met een uitspraak op bezwaar. Dat betekent dat eiseres eerder al in het gelijk is gesteld en de parkeerbelasting niet hoeft te betalen. Verder heeft de heffingsambtenaar er op gewezen dat een tweede uitspraak op bezwaar gelet op vaste jurisprudentie niet mogelijk is. </para>
    <para />
    <para>6.  De rechtbank beoordeelt allereerst of eiseres nog procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.<?linebreak?></para>
    <para>7. Het is niet mogelijk om ter zake van een voor bezwaar vatbaar besluit een tweede uitspraak op bezwaar te doen; indien de heffingsambtenaar alsnog een dergelijke uitspraak heeft gedaan, vormt die uitspraak een niet voor beroep vatbaar besluit.<footnote-ref linkend="_1847c8bf-dfa7-454d-babc-a24b781cd2f8" /> Nu de heffingsambtenaar een tweede uitspraak op bezwaar heeft gedaan, is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Dit betekent dat de rechtbank geen inhoudelijk oordeel zal geven in deze zaak.<?linebreak?></para>
    <para>8. De heffingsambtenaar heeft in de brief van 12 oktober 2023 te kennen gegeven dat hij het griffierecht van eiseres zal vergoeden.<?linebreak?></para>
    <bridgehead role="bold">Conclusie en gevolgen</bridgehead>
    <para />
    <para>9. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Voor vergoeding van de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding omdat niet gebleken is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Wel zal de rechtbank bepalen dat de heffingsambtenaar het door eiseres betaalde griffierecht van € 50 aan haar moet vergoeden. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep niet-ontvankelijk;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de heffingsambtenaar het door eiseres betaalde griffierecht van € 50 aan haar moet vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Deve, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1847c8bf-dfa7-454d-babc-a24b781cd2f8" label="1">
    <para> Zie Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT1516.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>