<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:6722</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-18T09:28:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/599454 / FT RK 25/897</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6722">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6722</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-18T09:27:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:6722 Rechtbank Midden-Nederland , 24-11-2025 / C/16/599454 / FT RK 25/897</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:6722:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WSNP. Verzoek toepassing schuldsanering afgewezen. Strafrechtelijke veroordeling wegens witwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:6722:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/16/599454 / FT RK 25/897</para>
      <para>uitspraakdatum: 24 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op grond van artikel 288 Fw (afwijzing toepassing van de schuldsaneringsregeling) van 24 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>
        [postcode]  [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft op 10 september 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het verzoekschrift is behandeld op de zitting van 17 november 2025 in aanwezigheid van verzoekster en mevrouw [A] , en mevrouw [B] , schuldhulpverleners (Gemeente Utrecht). </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het verzoek blijkt het volgende. Verzoekster had van 2009 tot 2022 een schoonmaakbedrijf. De bedrijfsinkomsten daalden als gevolg van de coronacrisis en vanwege de gezondheid van verzoekster. Toen het in 2020 slecht ging met de bedrijfsvoering heeft verzoekster zich laten verleiden om mee te werken aan witwaspraktijken, waarvoor zij haar bankrekening beschikbaar stelde. Dit heeft geleid tot een veroordeling wegens witwassen in 2022. Een jaar later is verzoekster in hoger beroep wederom veroordeeld, waarbij haar een taakstraf van 50 uur is opgelegd en de verplichting tot betaling van een schadevergoeding aan de Rabobank van € 8.020,22. Verzoekster heeft in 2023 cassatie ingesteld tegen de beslissing, maar de behandeling hiervan heeft nog niet plaatsgevonden. </para>
        <para>De totale schuldenlast van verzoekster bedraagt € 187.186,74.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Verzoekster heeft verklaard niet bewust te hebben meegewerkt aan het witwassen en heeft hier ook nooit een vergoeding voor gekregen. Verzoekster ervaart veel stress van de veroordeling en de schulden en wil graag verder met haar leven. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Volgens artikel 288 lid 1, aanhef en sub b Fw wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling alleen toegewezen als, onder meer, voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaren voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift werd ingediend. Bij de beoordeling daarvan zijn onder meer van belang de aard en omvang van de schulden, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin aan de schuldenaar van het ontstaan of onbetaald laten van de schulden een verwijt kan worden gemaakt en de inspanningen van de schuldenaar zijn schulden te voldoen of zijn acties om verhaal door schuldeisers juist te frustreren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Daarnaast wordt een Wsnp-verzoek ook afgewezen als een schuldenaar een schuld heeft (ontstaan in de afgelopen vijf jaar) welke voortvloeit uit een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf (art. 288 lid 2 sub c Fw.). Alleen al vanwege de veroordeling voor witwassen kan verzoekster niet worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De veroordeling is (nog) niet onherroepelijk geworden vanwege het cassatieberoep van verzoekster, maar verzoekster is wel door twee instanties veroordeeld wegens witwassen. Hoewel er een kans is dat dit door het cassatieberoep anders kan worden, is deze kans niet dermate groot dat de strafrechtelijke veroordeling van verzoekster bij de beoordeling van het Wsnp-verzoek buiten beschouwing kan worden gelaten. Verzoekster heeft geen beroepschrift of cassatieadvies overgelegd waaruit zou blijken dat haar niets te verwijten valt ten aanzien van het witwassen. Ook ter zitting is hierover niets verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande dient het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling te worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het verzoek desondanks zou moeten worden toegewezen, is onvoldoende gebleken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Neijt en in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>24 november 2025.<footnote-ref linkend="_85ccaea1-9c2c-41c6-81ee-37e2b65d8fc0" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_85ccaea1-9c2c-41c6-81ee-37e2b65d8fc0" label="1">
    <para>
      <emphasis role="bold">Hoger beroep tegen dit vonnis kan slechts worden ingesteld door een advocaat, bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De termijn van hoger beroep is acht dagen, te rekenen na de dag van de uitspraak van het vonnis. </emphasis>
    </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>