<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:6413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-19T13:43:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16.111772.23 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6413">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-27T14:04:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:6413 Rechtbank Midden-Nederland , 27-11-2025 / 16.111772.23 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:6413:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:6413:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.111772.23 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold caps">  ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1986] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>
        <?linebreak?>thans uit anderen hoofde gedetineerd in [verblijfplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 6 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. V. Boelhouwers en van hetgeen veroordeelde en mr. T.J.F. Wassenaar, advocaat te ’s-Hertogenbosch, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De schriftelijke vordering van de officier van justitie van 27 oktober 2025 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel van € 7.764,00.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging	</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De advocaat heeft verzocht de vordering tot ontneming af te wijzen gelet op zijn pleidooi dat veroordeelde integraal dient te worden vrijgesproken vanwege onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>BEOORDELING VAN DE VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De grondslag van de vordering</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van 27 november 2025 van deze rechtbank, voor zover van belang, veroordeeld voor de volgende strafbare feiten: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 3</emphasis>: oplichting, gepleegd op 17 mei 2022;</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 4</emphasis>: oplichting, gepleegd op 20 mei 2022;</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 7 primair</emphasis>: oplichting, gepleegd op 24 februari 2022;</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 8</emphasis>: oplichting, gepleegd op 24 januari 2022;</para>
        <para>Feit 11: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, gepleegd op 24 januari 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De grondslag ex artikel 36e, lid 2 Wetboek van Strafrecht</emphasis>
        </para>
        <para>De grondslag voor de ontnemingsvordering is een veroordeling voor een strafbaar feit. Voor de ontnemingsvordering betekent dit, dat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden gelet op voordeel (rechtstreeks) afkomstig uit de strafbare feiten die de veroordeelde heeft begaan en strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beoordeling en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de berekening van de opbrengsten en kosten neemt de rechtbank tot uitgangspunt de bewijsmiddelen en de overwegingen in onderdeel 4.3.3 die zijn opgenomen in het vonnis van de rechtbank van 27 november 2025 in de strafzaak tegen veroordeelde.<footnote-ref linkend="_3580c0fa-7206-4aa6-8b54-0f70fe4c3a9a" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 3</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het veroordelend vonnis blijkt dat veroordeelde is veroordeeld voor de oplichting van [benadeelde 1] , waarbij zij haar bankpas en pincode aan veroordeelde heeft gegeven. Uit het dossier - de aangifte en de camerabeelden bij dit feit – en het vonnis volgt ook dat veroordeelde degene is geweest die vervolgens een bedrag van in totaal € 1.725,- van haar bankrekening heeft gestolen (door te pinnen en door bij [winkel] te betalen).  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 4</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het veroordelend vonnis blijkt dat het slachtoffer [benadeelde 2] een bedrag van € 1.220,- aan verdachte heeft afgegeven als gevolg van de oplichting. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 7 primair</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het veroordelend vonnis blijkt dat [benadeelde 3] is opgelicht door veroordeelde en dat zij hem daardoor haar bankpas en pincode heeft gegeven. Uit het dossier - de aangifte, de foto’s van de beelden van het pinmoment bij de Geldmaat en de herkenningen – en het vonnis volgt ook dat veroordeelde vervolgens een bedrag van € 2.440,- van haar bankrekening heeft gestolen (gepind met haar pinpas en pincode). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 8 en 11</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het veroordelend vonnis blijkt dat veroordeelde het slachtoffer [benadeelde 4] heeft opgelicht, waarbij zij haar bankpas en pincode aan veroordeelde heeft gegeven en dat veroordeelde degene is geweest die vervolgens een bedrag van in totaal € 2.379,- van haar bankrekening heeft gestolen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op totaal € 7.764,- (te weten: € 1.725,- + € 1.220,- + € 2.440,- + € 2.379,-).</para>
        <para>Uit de stukken in het procesdossier is niet gebleken dat veroordeelde kosten heeft gemaakt die van voormeld bedrag moeten worden afgetrokken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 7.764,-.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Toerekening van het voordeel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is de enige persoon die van de oplichtingen heeft geprofiteerd. De rechtbank zal daarom het wederrechtelijk verkregen voordeel voor het geheel aan veroordeelde toerekenen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overschrijding redelijke termijn</emphasis>
        </para>
        <para>De redelijke termijn voor de behandeling van deze zaak is geschonden. De rechtbank zal ten aanzien van de ontneming volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden, omdat de rechtbank hier bij de strafoplegging al rekening mee heeft gehouden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan voormeld bedrag moet worden gematigd en zal verdachte dan ook verplichten tot betaling van het bedrag van € 7.764,-. aan de staat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>TOEGEPAST WETSARTIKEL</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 7.764,-;</para>
    <para />
    <para>- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 7.764,- aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 155 dagen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. Michon, voorzitter, mrs. C.S.K. Fung Fen Chung en N.P.J. Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Soeteman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 november 2025.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3580c0fa-7206-4aa6-8b54-0f70fe4c3a9a" label="1">
    <para> Het vonnis van deze rechtbank van 27 november 2025, in de strafzaak met parketnummer 16-111772-23.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>