<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:6261</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-09T10:59:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/8178</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6261">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6261</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-09T10:58:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:6261 Rechtbank Midden-Nederland , 19-11-2025 / UTR 24/8178</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:6261:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep tegen de afwijzing van een gehandicaptenparkeerkaart is gegrond, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:6261:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/8178</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [plaats] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Jozefzoon-Flipse),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht</emphasis>, het college </para>
      <para>(gemachtigden: M. Notenboom en N. Prevoo).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 22 april 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 november 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting vond plaats op 15 juli 2025. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van het college. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting geschorst om het college in de gelegenheid te stellen een aanvullend advies te vragen aan Argonaut. Het college heeft bij brief van 22 september 2025 het aanvullend medisch advies aan de rechtbank toegezonden. Eiser is in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar heeft dat niet gedaan. Geen van partijen heeft aangegeven nogmaals op een zitting te willen worden gehoord. Bij brief van 14 november 2025 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart. Vanwege zijn fysieke en psychische beperkingen wil hij hiervoor in aanmerking komen. Eiser is gediagnosticeerd met autisme en fybromyalgie, waardoor hij snel uitgeput en overprikkeld is. Met een parkeervoorziening zou hij zijn bewegingsvrijheid en maatschappijparticipatie kunnen vergroten. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer staat dat het college aan een ingezetene een gehandicaptenparkeerkaart kan verstrekken. In de Regeling gehandicaptenparkeerkaart staat wie hiervoor in aanmerking kunnen komen. Allereerst zijn dat bestuurders van motorvoertuigen die als gevolg van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij – met de gebruikelijke loophulpmiddelen – in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen. Ook bestuurders die ten gevolge van een aandoening of gebrek aantoonbare ernstige beperkingen, andere dan loopbeperkingen, hebben, kunnen in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerkaart. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het college heeft ter beoordeling van eisers aanvraag medisch advies ingewonnen bij Argonaut. Op 18 april 2024 heeft Argonaut advies uitgebracht. In dit advies staat dat uit loopobservatie onderzoek blijkt dat eiser, ondanks medische aandoeningen met mobiliteits- en energetische beperking, in staat is om ruim 100 meter te lopen. Er zijn ook geen andere medische aandoeningen dan een loopbeperking op grond waarvan eiser alsnog in aanmerking zou moeten komen voor een gehandicaptenparkeerkaart. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eiser bestrijdt niet dat hij in staat is om 100 meter te lopen, ook als is het zwaar voor hem. Hij vindt dat een onvolledig beeld van zijn fysieke situatie is geschetst. Dit bemoeilijkt zijn revalidatieproces wanneer hij gedwongen wordt deze zware fysieke taak direct op te volgen met de mentaal zware taak van het alert en veilig aan het verkeer deelnemen. De pijnbeleving van mensen met autisme is anders dan bij de gemiddelde mens. Op de zitting heeft eiser hieraan toegevoegd dat uit het rapport van Argonaut niet blijkt waarom zijn beperkingen geen andere ernstige beperkingen zijn die recht geven op een gehandicaptenparkeerkaart. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Tijdens de zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat het advies van Argonaut niet inzichtelijk maakt hoe tot de conclusie wordt gekomen dat er ook geen sprake is van andere medische redenen dan een loopbeperking, die maken dat eiser toch in aanmerking zou moeten komen voor een gehandicaptenparkeerkaart. Om die reden heeft de rechtbank het onderzoek geschorst en het college in de gelegenheid gesteld om een aanvullend advies te vragen aan Argonaut om dit alsnog inzichtelijk te maken.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 18 september 2025 heeft Argonaut een aanvullend advies uitgebracht. Daarin staat dat eiser heeft verteld klachten te ervaren bij blootstelling aan prikkels in de omgeving die hij bezoekt. Deze verminderde cognitieve belastbaarheid bij het verwerken van prikkels, blijkt echter niet in deze ernst vanuit het activiteitenniveau, observatie en dagelijks functioneren. Bovendien zijn er hulpmiddelen die eiser kan gebruiken om op de plaats van bestemming die hoeveelheid prikkels te verminderen, aldus het advies. Argonaut komt opnieuw tot de conclusie dat er geen sprake is van andere ernstige beperkingen, waardoor eiser in aanmerking dient te komen voor een gehandicaptenparkeerkaart. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het college heeft geconcludeerd dat het aanvullend medisch advies geen aanleiding geeft om het bestreden besluit te herzien. Eiser heeft hier niets tegenin gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is het rapport van Argonaut nu voldoende inzichtelijk. Het college heeft onder verwijzing naar dit advies mogen besluiten dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden om voor een gehandicaptenparkeerkaart in aanmerking te komen.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </orderedlist>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is gegrond omdat het eerste medische advies onvoldoende inzichtelijk was en daarom niet zonder meer aan het besluit ten grondslag had mogen worden gelegd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Dit omdat het aanvullende medische advies voldoende inzichtelijk is en het college onder verwijzing naar dat advies tot de afwijzing heeft mogen besluiten. Dit betekent dat eiser geen gehandicaptenparkeerkaart krijgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat het beroep gegrond, is moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het besluit van 8 november 2024;</para>
    <para>- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;</para>
    <para>- bepaalt dat het college het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden;</para>
    <para>- veroordeelt het college tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>