<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:6066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-11T15:05:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/289452-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6066">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-11T13:02:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:6066 Rechtbank Midden-Nederland , 11-11-2025 / 16/289452-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:6066:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ontploffing bij een woning. Met behulp van zwaar vuurwerk en meerdere flessen brandstof hebben de verdachten, vroeg in de ochtend en midden in een woonwijk, een grote ontploffing teweeggebracht. De rechtbank acht bewezen dat bij de ontploffing gemeen gevaar voor goederen, gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar te duchten was. De rechtbank past het jeugdstrafrecht toe en veroordeelt de verdachte tot een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel en een jeugddetentie van 47 dagen, met aftrek van het voorarrest. De verdachte krijgt daarnaast een contact- en locatieverbod (38v-maatregel) opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:6066:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/289452-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 11 november 2025 in de strafzaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] ,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 2006 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>ingeschreven op de [adres 1] te [plaats 1] ,</para>
      <para>nu verblijvende in het Justitieel Complex [locatie] in [plaats 2] , </para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van <?linebreak?>28 oktober 2025. De zaak van de verdachte is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken van de medeverdachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting waren aanwezig:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verdachte;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de advocaat van de verdachte, mr. M.J. van de Laar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie, mr. D.M.A. van der Zwan;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de advocaat van de benadeelde partijen, mr. S. Vermeulen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging <?linebreak?></title>
    <para>De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij (samengevat):</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 3 september 2024 in Vianen, samen met anderen of alleen, een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning ( [adres 2] ), door zwaar vuurwerk (model Cobra) met daaraan bevestigd flessen brandstof bij die woning te plaatsen en tot ontploffing te brengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen. De verdachte heeft het feit bekend en uit het dossier blijkt dat door de ontploffing levensgevaar, gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en gemeen gevaar voor goederen te duchten was.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat van de verdachte voert geen verweer over het bewijs dat de verdachte bij de ontploffing betrokken was. Zij verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het gedeelte dat de ontploffing levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel opleverde. Voor zover van belang worden de standpunten van de advocaat van de verdachte hierna besproken onder paragraaf 3.3.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte bekent dat hij het feit heeft gepleegd. Door of namens hem is niet om vrijspraak van dit feit gevraagd. In deze situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: <footnote-ref linkend="_e9335452-4dee-4fe0-bc3e-da1a1652104c" /></para>
      </parablock>
      <para>- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] ;<footnote-ref linkend="_5470dd8c-45af-43d2-aea0-8520b3598af0" /></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van forensisch onderzoek op het plaats delict.<footnote-ref linkend="_5dac3cf2-c3f3-463f-83c4-b21ea0ed3dab" /></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverweging</emphasis>
        </para>
        <para>De ontploffing is veroorzaakt met gebruik van meerdere stukken zwaar illegaal vuurwerk (minimaal twee Super Cobra’s 6) en meerdere flessen ontbrandbare brandstof. Deze werden bijeen gehouden door tape waarvan meerdere restanten zijn aangetroffen op de plaats delict. Vanaf het moment dat de lont wordt aangestoken, is het verbrandingsproces onomkeerbaar en zal de Super Cobra 6 circa 20 seconden later tot ontploffing komen. In deze tijd is er geen invloed op de omgeving meer uit te oefenen. De ‘vuurwerkbrandstofcombinatie’ (hierna: VBC) is voor de deur gelegd van een rijtjeshuis (een hoekwoning) in een woonwijk in Vianen, rond 05:00 uur ’s ochtends. Het ging dus om een tijdstip waarop de kans zeer groot is dat een deel van de bewoners van omliggende woningen thuis is. Het is ook een moment waarop passanten, bijvoorbeeld vroege vogels, op straat kunnen zijn. Met de kracht van een dergelijke VBC<footnote-ref linkend="_c45222d3-17f4-4194-aa68-9bc5f714cdaa" /> is, gelet op de locatie (een hoekwoning in een woonwijk) en het tijdstip (in de vroege ochtend), gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar naar algemene ervaringsregels voorzienbaar. Dit geldt ook als, zoals in dit geval, in de woning zelf niemand aanwezig is. Het vuur kan immers overslaan (dat heeft de brandweer voorkomen) of er kan iemand nieuwsgierig worden naar wat er plaatsvindt en nabij komen op het moment dat de medeverdachten de VBC aansteken. Bij de ontploffing was dus niet alleen gevaar voor goederen, maar ook levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten.</para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">4. Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 03 september 2024 te Vianen, </para>
        <para>tezamen en in vereniging met anderen, </para>
        <para>opzettelijk</para>
        <para>een ontploffing teweeg heeft gebracht door</para>
        <para>samengebonden stukken zwaar vuurwerk (model</para>
        <para>Cobra) met hieraan bevestigde flessen brandbare stofte plaatsen </para>
        <para>nabij de voordeur van de woning aan de [adres 2] te [plaats 3] en deze te</para>
        <para>ontsteken en tot ontploffing te brengen,</para>
        <para>terwijl daarvan:</para>
      </parablock>
      <para>- gemeen gevaar voor goederen, ten aanzien van voornoemde woning ( [adres 2]</para>
      <parablock>
        <para> te [plaats 3] ) en die de in die woning aanwezige goederen en de</para>
        <para>naastgelegen/omringende woningen en de in die</para>
        <para>naastgelegen/omringende woningen/ aanwezige goederen, en</para>
      </parablock>
      <para>- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander</para>
      <para>te duchten was</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Kwalificatie en strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Kwalificatie </emphasis>
        <?linebreak?>Het bewezenverklaarde feit levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Strafbaarheid feit en verdachte </emphasis>
        <?linebreak?>Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten of de verdachte opheffen. De feiten en de verdachte zijn strafbaar.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Straf </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd om het adolescentenstrafrecht (hierna: ASR) toe te passen. Hiermee wordt bedoeld dat de verdachte niet als een volwassene maar als een jeugdige wordt berecht. Ook vindt de officier van justitie dat de feiten verminderd moeten worden toegerekend aan de verdachte. De officier van justitie heeft geëist om de verdachte te veroordelen tot:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een jeugddetentie voor de duur van tien maanden, met aftrek van het voorarrest;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van drie jaar, bestaande uit een contactverbod met de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en een locatieverbod voor Vianen . </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie eist dat het contact- en locatieverbod direct na de uitspraak ingaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat van de verdachte heeft ook verzocht om ASR toe te passen en om rekening te houden met de verminderde toerekenbaarheid gelet op de persoon van de verdachte. Zij heeft geen verweer gevoerd tegen de oplegging van de PIJ-maatregel, het contactverbod en het locatieverbod. Zij heeft de rechtbank wel uitdrukkelijk verzocht om een jeugddetentie op te leggen die niet langer is dan de duur van de voorlopige hechtenis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst en omstandigheden van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ontploffing bij een woning. Met behulp van zwaar vuurwerk en meerdere flessen brandstof hebben de verdachten, vroeg in de ochtend en midden in een woonwijk, een grote ontploffing teweeggebracht. Naast het feit dat de woning hierdoor is beschadigd, is door deze actie van de verdachte en zijn medeverdachten een bijzonder gevaarlijke situatie ontstaan. Het is niet aan de verdachte te danken dat de ontploffing ‘slechts’ tot materiële schade en niet ook tot gewonden of zelfs doden heeft geleid. De rechtbank vindt het erg verontrustend dat de verdachten in opdracht van een of meer onbekend gebleven personen hebben gehandeld en tegen betaling van € 3000,- tot deze actie zijn overgegaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de slachtofferverklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is naar voren gekomen hoe groot de gevolgen van de ontploffing voor de slachtoffers zijn geweest. Zij ervaren veel angst, stress, onzekerheid en ook de impact op hun sociale leven (ook in de wijk) is groot. Beide slachtoffers hebben psychologische hulp ingeschakeld om de traumatische gebeurtenis te verwerken. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij niet bij deze gevolgen voor de slachtoffers heeft stilgestaan en kennelijk alleen geïnteresseerd was in snel geld verdienen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het veroorzaken van een ontploffing. Hij is wel onherroepelijk veroordeeld voor verboden wapenbezit, een poging tot een winkeloverval en overtreding van de Opiumwet. Er is hem al onherroepelijk een PIJ-maatregel opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft ook rekening gehouden met het persoonlijkheidsonderzoek van <?linebreak?>29 maart 2025, uitgebracht door H.M. van der Most van Spijk (psychiater) en H. Schoenmaker (psycholoog). Beide deskundigen zien dat er bij de verdachte sprake is van een lichte verstandelijke beperking en een ernstige, norm overschrijdende gedragsstoornis. Zij adviseren om de feiten (licht) verminderd aan de verdachte toe te rekenen en achten het risico op herhaling van delict gedrag (zeer) hoog. Zowel de psychiater als de psycholoog vindt dat er langdurige behandeling in een gedwongen kader nodig is om het risico op delict gedrag terug te kunnen dringen. Beide deskundigen adviseren om het jeugdstrafrecht toe te passen en aan de verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft tot slot acht geslagen op een advies van de reclassering van 15 oktober 2025, uitgebracht door K. Wijnhoven, reclasseringswerker. Uit dit advies blijkt dat de verdachte geen opleiding heeft afgerond, schulden heeft en er zorgen zijn over zijn sociale netwerk. Eerdere interventies (ambulante begeleiding en ITB-Harde Kern) hebben niet geholpen om tot een positieve gedragsverandering te komen. Zodra de verdachte meer vrijheden kreeg, viel hij terug in crimineel gedrag. De reclassering schat het risico op recidive als hoog in en sluit zich aan bij het advies van de deskundigen om de feiten in verminderde mate toe te rekenen, het jeugdstrafrecht toe te passen en een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Toerekenbaarheid</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is op basis van het persoonlijkheidsonderzoek en het reclasseringsadvies, net als de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde verminderd aan de verdachte kan worden toegerekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toepassing jeugdstrafrecht</emphasis>
        </para>
        <para>Op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht is het mogelijk om verdachten tussen de 18 en de 23 jaar te berechten volgens het jeugdstrafrecht, als de rechtbank daar grond voor ziet in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan. De rechtbank stelt vast dat de verdachte ten tijde van het feit achttien jaar oud was. Volgens beide deskundigen heeft de verdachte niet alleen intellectuele beperkingen, maar ook een achterstand in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. Hij is weinig zelfstandig, erg impulsief en beïnvloedbaar en kan de mogelijke consequenties van zijn gedrag niet goed overzien. Gelet hierop is de rechtbank, net als de officier van justitie en de advocaat, van oordeel dat het passend is om het jeugdstrafrecht toe te passen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oplegging PIJ-maatregel</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat aan alle vereisten voor  het opleggen van een PIJ-maatregel is voldaan. De advocaat van de verdachte heeft hiertegen geen verweer gevoerd. De verdachte heeft op de zitting aangegeven dat hij gemotiveerd is om in het kader van een PIJ-maatregel aan zichzelf te werken. De rechtbank vindt dit positief en hoopt dat de verdachte deze motivatie blijft vasthouden. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte is, zoals hiervoor vermeld, eerder onherroepelijk veroordeeld tot een PIJ-maatregel. De officier van justitie heeft op zitting toegelicht dat volgens de regels van de executie de laatst opgelegde PIJ-maatregel uiteindelijk ten uitvoer wordt gelegd en dat het bijvoorbeeld niet bij elkaar wordt opgeteld.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oplegging jeugddetentie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal daarnaast een onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen, maar niet voor de duur zoals die door de officier van justitie is gevorderd. Net als de advocaat vindt de rechtbank het niet passend om een jeugddetentie op te leggen die langer is dan de duur van de voorlopige hechtenis. In het jeugdstrafrecht staat bij de strafoplegging niet de vergelding, maar het pedagogisch karakter van de straf voorop. Een langere jeugddetentie zal waarschijnlijk geen positief effect hebben op de verdere ontwikkeling van de verdachte. Ook zal het waarschijnlijk niet bijdragen aan vermindering van het herhalingsgevaar. Een langere jeugddetentie heeft juist tot gevolg dat de behandeling later wordt gestart en dat kan een negatieve invloed hebben op de effectiviteit van de behandeling en de motivatie van de verdachte voor de behandeling. Verder is de rechtbank van oordeel dat met het opleggen van een PIJ-maatregel voldoende recht wordt gedaan aan de ernst van het feit. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank een jeugddetentie opleggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest van 47 dagen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oplegging contact- en locatieverbod</emphasis>
        </para>
        <para>Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank tevens een contact- en locatieverbod (‘38v-maatregel’) opleggen. De rechtbank zal bevelen dat de verdachte zich onthoudt van ieder contact met de slachtoffers en dat hij zich niet in  Vianen zal bevinden, met uitzondering van de A2 en de A27. De rechtbank zal deze maatregel opleggen voor de duur van drie jaren. Voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, zal vervangende hechtenis voor de duur van twee weken worden toegepast. De rechtbank zal het contact- en locatieverbod ook dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
        </para>
        <para>Omdat de duur van de op te leggen jeugddetentie gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal de rechtbank het opgeschorte bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de in beslag genomen telefoon.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de in beslag genomen telefoon.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de in beslag genomen telefoon verbeurd te verklaren, omdat dit voorwerp bij het plegen van het feit is gebruikt. Uit het dossier blijkt namelijk dat er met deze telefoon naar de woning van de aangever genavigeerd is.<footnote-ref linkend="_1aa551f8-4c70-436b-b92c-f279503d8d43" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Vorderingen benadeelde partij</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Voeging benadeelde partijen</emphasis>
        </para>
        <para>
          [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 8398.28, bestaande uit € 898.28 materiële schade en € 7500,- immateriële schade, als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde feit. Hij vordert daarbij de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van </para>
        <para>€ 8350.40, bestaande uit € 850.40 materiële schade en € 7500,- immateriële schade, als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde feit. Zij vordert daarbij de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft verzocht om beide vorderingen volledig toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>Ten aanzien van de materiële schade heeft de advocaat van de verdachte verzocht om de toekomstige kosten voor het eigen risico (€ 385,-) niet-ontvankelijk te verklaren. Ten aanzien van de immateriële schade heeft zij verzocht om het gevraagde bedrag gedeeltelijk niet-ontvankelijk te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
        </para>
        <para>Beide benadeelde partijen vorderen materiële schade, bestaande uit de kosten voor het eigen risico van het afgelopen jaar en de reiskosten naar de psycholoog. Deze schadeposten zijn een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde feit en zijn onderbouwd. Gelet hierop komen deze schadeposten voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal de gevorderde toekomstige schade (het eigen risico voor volgend jaar) echter niet-ontvankelijk verklaren. Deze schade is betwist door de advocaat van de verdachte en namens de benadeelde is onvoldoende onderbouwd dat het vaststaat dat deze kosten gemaakt zullen worden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het voorgaande betekent dat de materiële schade van benadeelde [slachtoffer 1] wordt toegewezen tot een bedrag van € 509.28. De materiële schade van benadeelde [slachtoffer 2] wordt toegewezen tot een bedrag van € 465.40. Het resterende deel van beide vorderingen, namelijk de toekomstige kosten van het eigen risico, zal niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
        </para>
        <para>Op grond van de wet komt immateriële schade onder meer voor vergoeding in aanmerking als de benadeelde partij “op andere wijze is zijn persoon is aangetast” (artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek). Daarvan is in ieder geval sprake als iemand geestelijk letsel heeft opgelopen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de onderbouwing van de vorderingen blijkt dat beide benadeelde partijen PTSS hebben opgelopen en dat zij hiervoor onder behandeling zijn. Dat is geestelijk letsel De rechtbank leidt uit de onderbouwing van beide vorderingen echter af dat het geestelijk letsel van de benadeelde partijen niet uitsluitend is veroorzaakt door de ontploffing, maar ook door andere ingrijpende gebeurtenissen. Tegelijkertijd is het duidelijk dat de ontploffing hoe dan ook een aandeel in het ontstaan van het geestelijk letsel heeft gehad. Het is  ingewikkeld om vast te stellen hoe groot het aandeel van de ontploffing op het geestelijk letsel precies is en het zou het strafproces onevenredig belasten als daar nu nog met deskundigen onderzoek naar gedaan zou worden. De rechtbank zal daarom een deel van € 2.000,- toewijzen. De schade kan voor dat bedrag in ieder geval als gevolg van het bewezen verklaarde feit worden aangemerkt en het is ook in lijn met de bedragen die in vergelijkbare zaken zijn toegekend. De rechtbank zal het resterende deel van de gevraagde immateriële schade (€ 5500,-) niet-ontvankelijk verklaren. Het staat de benadeelde partijen vrij om zich voor dit deel van hun vordering tot de civiele rechter te wenden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente en hoofdelijkheid</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het voorgaande zal de vordering van [slachtoffer 1] worden toegewezen tot een bedrag van € 2509.28 en de vordering van [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 2465.40, beiden inclusief de wettelijke rente vanaf 3 september 2024. Beide vorderingen zullen hoofdelijk worden toegewezen. Hiermee wordt bedoeld dat elke verdachte voor het gehele bedrag aansprakelijk is, en zal zijn gekweten voor zover een van de medeverdachten heeft betaald.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
        </para>
        <para>Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] hoofdelijk de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 2509.28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling. De betaling die door de verdachte of zijn mededaders is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. Bij gebreke van betaling en verhaal zal geen gijzeling worden toegepast.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook ten behoeve van [slachtoffer 2] zal de rechtbank als extra waarborg voor betaling hoofdelijk de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 2465.40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling. De betaling die door de verdachte of zijn mededaders is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. Bij gebreke van betaling en verhaal zal geen gijzeling worden toegepast.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toegepaste wetsartikelen</title>
    <para>De opgelegde straf en de beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 36f, 38v, 47, 77c, 77g, 77i, 77s, 77we en 157 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat de verdachte het feit gepleegd, zoals hiervoor in paragraaf 4 is omschreven;</para>
    <para />
    <para>- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    <bridgehead role="italic">Strafbaarheid feit</bridgehead>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5 is vermeld; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging van straf en maatregelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke <emphasis role="bold">jeugddetentie van 47 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht (de duur van de onvoorwaardelijke jeugddetentie is gelijk aan het voorarrest, zodat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis);</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot de <emphasis role="bold">maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel);</emphasis></para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte op <emphasis role="bold">de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid</emphasis> voor de duur van drie jaren;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat verdachte:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich onthoudt van ieder contact met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 1995) en [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 1989);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich niet zal bevinden in Vianen , met uitzondering van de A2 en de A27;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, de maatregel wordt vervangen door twee weken jeugddetentie.  De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt maximaal 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het volgende voorwerp verbeurd: 1 STK Telefoontoestel (G3408013);</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 2509.28, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachten tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] ;</para>
    <para />
    <para>- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    <para />
    <para>- legt verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachten de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 2509.28 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of een van zijn medeverdachten op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; </para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 1] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 2]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 2465.40, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachten tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] ;</para>
    <para />
    <para>- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    <para />
    <para>- legt verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachten de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 2465.40 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of een van zijn medeverdachten op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; </para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 2] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op het opgeschorte bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N.M.H. van Ek, voorzitter en kinderrechter, mr. O. Böhmer en mr. M.S. Gerritsen, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Mol, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I: De tenlastelegging </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks op of omstreeks 03 september 2024 te Vianen , althans in</para>
      <para>Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>een ontploffing teweeg heeft gebracht door</para>
      <para>een explosief dan wel (een) samen gebonden stuk(ken) zwaar vuurwerk (model</para>
      <para>Cobra) met (een) hieraan bevestigde fles(sen) brandbare stof(fen) te plaatsen op of</para>
      <para>nabij de voordeur van de woning aan de [adres 2] te [plaats 3] en deze te</para>
      <para>ontsteken en tot ontploffing te brengen,</para>
      <para>terwijl daarvan</para>
    </parablock>
    <para>- gemeen gevaar voor voor goederen, ten aanzien van voornoemde woning ( [adres 2]</para>
    <parablock>
      <para> te [plaats 3] ) en die de in die woning aanwezige goederen en de</para>
      <para>bovengelegen/naastgelegen/omringende woningen/panden en de in die</para>
      <para>bovengelegen/naastgelegen/omringende woningen/panden aanwezige goederen</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para>- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten</para>
    <parablock>
      <para>de in die woning ( [adres 2] te [plaats 3] ) aanwezige personen en/of de in</para>
      <para>de bovengelegen/naastgelegen/omringende woningen/panden aanwezige persoen</para>
      <para>en/of passerende voetgangers, in elk geval</para>
      <para>levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e9335452-4dee-4fe0-bc3e-da1a1652104c" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier met proces-verbaalnummer 2024275297E, doorgenummerd pagina 1 tot en met 563. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5470dd8c-45af-43d2-aea0-8520b3598af0" label="2">
    <para> p. 126. (digitaal p. 148)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5dac3cf2-c3f3-463f-83c4-b21ea0ed3dab" label="3">
    <para> p. 11 (digitaal p. 449).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c45222d3-17f4-4194-aa68-9bc5f714cdaa" label="4">
    <para> Zie hiervoor de vakbijlage bij het proces-verbaal van de forensische opsporing over de gevaarzetting.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1aa551f8-4c70-436b-b92c-f279503d8d43" label="5">
    <para> p. 332 (digitaal: p. 354).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>