<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:5953</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-27T09:25:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/5438</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5953">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5953</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-27T09:24:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:5953 Rechtbank Midden-Nederland , 27-05-2025 / 24/5438</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5953:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BNT UHT</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5953:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/5438</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , uit [plaats] , eiseres,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Dienst Toeslagen, verweerder,</title>
    <para>(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 4 mei 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.<footnote-ref linkend="_912fd23b-2edf-41bf-bbaf-596b0c6aa5f6" /><?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Over de procedure</emphasis>
    </para>
    <para>1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_8a838fea-24b0-4ae2-882d-b3d3f293f3a6" /> Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_49602d2e-d23a-4795-af71-9e13087a3193" /><?linebreak?></para>
    <para>2. Eiseres heeft verweerder in gebreke gesteld en vervolgens een beroep tegen het uitblijven van een besluit ingesteld. <?linebreak?></para>
    <para>3. Verweerder heeft op 28 augustus 2024 meegedeeld dat er een vooraankondiging voor een besluit is uitgebracht. De rechtbank heeft vervolgens bij brief van 17 februari 2025 aan verweerder verzocht om mee te delen of er al een besluit genomen was op de aanvraag van eiseres. In de brief van 25 februari 2025 heeft verweerder de rechtbank bericht dat er op 11 september 2024 een definitief besluit beoordeling kinderopvangtoeslag ten aanzien van eiseres is genomen.<?linebreak?></para>
    <para>4. De rechtbank heeft de brief van verweerder samen met dit besluit op 4 maart 2025 aan eiseres toegestuurd en haar verzocht de rechtbank binnen vier weken te laten weten of zij het wel of niet eens is met dit besluit. In die brief is verder vermeld dat als eiseres niet binnen de termijn de reageert, de rechtbank aanneemt dat zij het niet eens is met het besluit. In dat geval zal het beroep verder worden behandeld op grond van het eerder door eiseres ingediende beroepschrift. Als daarin geen gronden zijn vermeld loopt zij een risico dat de rechtbank het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaart. <?linebreak?></para>
    <para>5. Eiseres heeft niet binnen de gestelde termijn laten weten of zij het wel of niet eens is met het besluit van 11 september 2024 en dus gaat de rechtbank ervan uit dat zij het niet eens is met dit besluit. Haar beroep is nu ook mede gericht tegen dit besluit.<footnote-ref linkend="_cae12f91-d8b2-4619-b151-bfedb3d61009" /><?linebreak?><emphasis role="italic">Over de inhoud</emphasis></para>
    <para>6. Het beroep van eiseres had primair tot doel dat verweerder alsnog op haar aanvraag zou gaan beslissen, omdat zij daar al lang op wacht. Verweerder heeft dat inmiddels gedaan. Dat betekent dat eiseres nu geen belang meer heeft bij haar beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet op tijd beslissen op de aanvraag. Dat beroep is dan ook niet-ontvankelijk.<?linebreak?></para>
    <para>7. Eiseres heeft de rechtbank verder niet laten weten waarom zij het niet eens is met de inhoud van het besluit van 11 september 2024. Voor zover het beroep zich nu richt tegen dat besluit, is dat eveneens niet-ontvankelijk, omdat de gronden van beroep ontbreken.<footnote-ref linkend="_cf084acf-a098-45e5-943b-49186774b2c9" /></para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Proceskosten en griffierecht </emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>8. Hoewel de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag niet-ontvankelijk verklaart, moet verweerder aan eiseres wel het door haar betaalde griffierecht vergoeden, omdat er op het moment waarop zij beroep instelde nog niet was beslist op haar aanvraag. Het beroep is dan ook terecht ingesteld. Er zijn verder geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.<?linebreak?></para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>- verklaart het beroep van eiseres voor zover gericht tegen het uitblijven van een besluit op haar aanvraag niet-ontvankelijk;<?linebreak?>- verklaart het beroep van eiseres voor zover dat is gericht tegen het besluit van 11 september 2024 niet-ontvankelijk;<?linebreak?>- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_912fd23b-2edf-41bf-bbaf-596b0c6aa5f6" label="1">
    <para> Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8a838fea-24b0-4ae2-882d-b3d3f293f3a6" label="2">
    <para> Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_49602d2e-d23a-4795-af71-9e13087a3193" label="3">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cae12f91-d8b2-4619-b151-bfedb3d61009" label="4">
    <para> Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf084acf-a098-45e5-943b-49186774b2c9" label="5">
    <para> Artikel 6:6 aanhef en onder a, in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>